Als je een straffe journalist mag interviewen, die al 40 jaar in het vak staat, dan garandeer ik je zweethandjes. Al mag ik dat verkleinwoord niet gebruiken, want VTM-journalist Patrick Van Gompel is voorzitter van de club tegen overbodige verkleinwoorden. Hij kan smalend lachen wanneer ons een theetje wordt aangeboden. Zijn zelfrelativering en humor zijn waarschijnlijk de reden waarom hij na 30 jaar bij VTM nog steeds vol goesting voor de camera staat.

Patrick Van Gompel begon zijn carrière als journalist in 1978, maar sinds de komst van VTM is hij reeds dertig jaar lang één van de vaste waarden van het VTM Nieuws. Daarnaast is hij gekend als groot stripliefhebber, en hij mag zichzelf trots bierbrouwer noemen. “Ik wist al sinds mijn zeventiende dat ik journalist wou worden. Ik heb namelijk altijd de intense wens gehad om mensen te vertellen wat er in de wereld gebeurt.”

Wat een carrière, Patrick.

Binnen drie jaar ga ik wel met pensioen. Het is te zeggen, ik ga uit vaste dienst bij VTM, maar ik stop niet met werken, ik blijf freelancen. Ik wil nog drie boeken afwerken, een toneelstuk, mijn bier in de hele wereld verkopen, om maar iets te noemen. (lacht)

Waarover ben je aan het schrijven?

Over journalistiek en wat ik zelf allemaal heb meegemaakt. En of ik dat nu wil of niet, de voorbije 30 jaar is er veel veranderd in de wereld én in de journalistiek.

Die vraag wou ik jou stellen. Wat is er het meest veranderd?

Alles is nieuws geworden, de filter ebt wat weg. Maar wat het meest veranderd is, is de snelheid, die is enorm toegenomen. Er is trouwens niemand die nog uitspraken durft doen over hoe de journalistiek binnen pakweg tien jaar zal zijn.

Blijft die snelheid haalbaar?

Dat is de grote vraag. Ik zat vorige week in Auschwitz voor een reportage en de nieuwsredactie vraagt me tevens of ik Instagram-stories kan brengen. Je moet je inbeelden dat ik in het gezelschap ben van een groep leerlingen die een rondleiding krijgen, dat het min 5 graden is en er een koude wind staat. Ik heb handschoenen aan, in mijn linkerhand een statief, in mijn rechterhand mijn tas. Op mijn hoofd een koptelefoon om de uitleg van de gids te volgen. Ondertussen zou ik dus foto’s en filmpjes moeten maken en die op social media posten, met de angst dat de reportage die ik moet maken niet op tijd af geraakt. En uiteindelijk is die reportage wel hetgeen waarvoor je daar bent. Het is trouwens ook geen pretpark daar, waar je leuke filmpjes met leuke tekstjes bij kan verzinnen. Ik heb die stories gemaakt maar de cameraman-monteur heeft toch eerst de reportage doorgestuurd.

Verliezen we ook de focus daardoor?

Misschien wel, ja. In het algemeen vraag ik me trouwens af in hoeverre wij echt de godganse dag op de hoogte willen gehouden worden van wat iedereen doet.

Wat is jou persoonlijk het meest bijgebleven van de voorbije 30 jaar?

Somalië, 24 augustus 1992. We rijden naar het dorpje Baidoa, waar er ineens een wegversperring is. Daar stonden rebellen die qat (drugs, red.) hadden gekauwd. Ze waren stoned, en begonnen uit het niets te schieten. Wij zaten in een jeep met gewapende mannen aan boord die ons moesten beschermen. We moesten uit de auto, op de grond gaan liggen, ik kreeg een geweer tegen mijn hoofd geduwd. Je hoorde vast al vertellen over ‘de film van je leven’. Wel, ik heb die toen gezien. Ik zag de begrafenis van mijn vader, de geboorte van onze zonen, … Ik had gelukkig in het leger geleerd dat je moet blijven communiceren als je onder doodsbedreiging bent. Zo maak je aan je belager duidelijk dat je wil communiceren en creëer je tijd die je in leven houdt. Want een gewonnen seconde is een seconde waarop hij niet schiet. Uiteindelijk is er niet geschoten en hebben we de boel kunnen bedaren.

Dan denk je toch onvermijdelijk om te stoppen met verslaggeving in het buitenland?

Ik heb dat een week gedacht. Maar er zijn in de jaren daarna nog van die ingrijpende gebeurtenissen geweest, zowel in de zin van ontroering als van angst. Mensen zien ontroerd worden door een aanraking van de Paus – al ben ik een atheïst – dat deed me iets. Of 40.000 man zien rouwen bij de begrafenis van André Hazes. Maar daarnaast zag ik dan tijdens de revolutie in Oekraïne in 2014 zeker vijftien mensen doodgeschoten worden voor mijn ogen. Mensen zien sterven is afschuwelijk. Het geluid van een kogel van een sluipschutter ken ik intussen echt goed.

Kan je dan je job doen op zo’n momenten?

Je moet professioneel blijven, er is geen andere keuze.

Er is een verschil tussen moeten en kunnen, niet?

Dat klopt. Ik moet die verslaggeving in principe niet doen, maar ik wíl ze doen.

Ik ken intussen het

geluid van een kogel

Hoe kom je dan thuis?

Toen ik vertrok wist ik dat één van mijn schoondochters zwanger was en ik heb me daardoor ook wel afgevraagd: ‘Moet ik dit blijven doen? Moet ik extreme risico’s lopen?’ Het antwoord daarop was ‘nee, dat laatste wil ik niet per se meer’.

Wat is je grootste drive om toch een vliegtuig te nemen richting een conflictgebied?

De intense wens om mensen dingen te vertellen over wat er gebeurt in de wereld. Zonder mij missionaris te voelen, en zonder te prediken. Ik wist al sinds mijn zeventiende dat ik dit wou doen.

Zijn ze thuis ongerust?

Mijn vrouw is dat wel geweest. Maar ik heb van bij het begin gezegd dat mijn werk ongelooflijk belangrijk is voor mij. Ze moest dat erbij nemen, het was een all in.

Denk je dat je afscheid zal kunnen nemen, binnen 3 jaar?

Ik ga niet rouwig zijn om niet meer tussen de kogels te staan; mijn vier kleinkinderen zien opgroeien is voor mij ook belangrijk.

Heb je iets gemist de voorbije jaren?

Ik heb al zo intens geleefd dat ik globaal niet dat gevoel heb. Maar ik vind het nog altijd jammer dat ik niet bij de val van de Berlijnse Muur was. Ik wou daar toen met mijn vrouw naartoe rijden, maar we hadden geen babysit voor de kinderen. Als het mij nu zou overkomen dan zou ik ervoor zorgen dat ik een oplossing had.

Je leven is niet alleen journalistiek, jij bent met strips en boeken bezig, jij brouwt je eigen bier. Hoe krijg je dat gerijmd?

Buiten je vak moet je met andere dingen bezig zijn die je geest kunnen ontspannen, want die heeft soms pauze nodig. Maar je moet daar vaak naar op zoek gaan. Ik heb gelukkig veel interessevelden en het fijne van mijn beroep is dat ik duizenden interessante mensen ben tegengekomen, met wie er veel mogelijkheden zijn. Zo ben ik in het verhaal van het stripfestival gerold, zo ben ik in mijn bier-verhaal gerold.

Vertel me iets over je bier?

We hebben er intussen twee, François Grand Cru en Tripel888. Die Tripel888 is een hoppig blond bier van 8,8%. En ik wil nog heel wat bier maken, het over de wereld verspreiden en spuuglelijk rijk worden van mijn hobby. (schaterlacht) Nee, het hele productieproces is eigenlijk even plezant als het bier op de markt hebben. Want ik wil niet sterven met het idee dat ik iets niet heb gedaan of heb laten liggen. Dat wil ik niet meemaken. (Evi Renaux)