Jacques Sys, de hoofdredacteur van Sport/Voetbalmagazine, geeft elke week zijn eigenzinnige kijk op de voetbalactualiteit.

Loflied op Hein (bis)

Zou de Gentse voorzitter Ivan De Witte het nog weten? Hoe hij zich anderhalf jaar geleden boog over de vraag wie er trainer moest worden van de Buffalo’s. Hij dacht bij wijze van stunt even aan Dick Advocaat, maar had twijfels over diens honkvastheid. Hij mijmerde over Peter Maes, maar voor hem moest er aan Lokeren een afkoopsom worden betaald. En intuïtief voelden hij en zijn kompaan Michel Louwagie zich het best bij Hein Vanhaezebrouck.

Zou een deel van de Gentse pers zich nog het gelach herinneren toen in de zomer van 2014 Laurent Depoitre werd aangetrokken? Een onbeholpen en onbehouwen voetballer, klonk het met het bijtend cynisme dat de Gentse media zo eigen is. En had Gent niet David Pollet in dienst, toch een veel betere aanvaller?

En waren er in dezelfde periode ook geen twijfels over Sven Kums, destijds te licht bevonden door Anderlecht en later bij KV Kortrijk, Heerenveen en Zulte Waregem niet echt geëxplodeerd?

Toen AA Gent zichzelf vorige zomer met het kampioenschap bevrijdde zei Hein Vanhaezebrouck dat er nog rek zat in deze ploeg. Ook toen waren er hier en daar twijfels. Maar het sprookje gaat in Gent onverminderd voort. De ploeg groeit en bloeit, zelfs wanneer de trainer vraagtekens zet bij de gedrevenheid van een aantal invallers. En dus weerklinkt nu al meer dan één jaar een niet in te dijken loflied op Hein. Telkens opnieuw wordt het wierookvat over hem uitgeschud. Het lijkt wel alsof de coach geen zwakke punten heeft: hij maakt spelers beter, predikt aanvallend en dominant voetbal, is tactisch sterk, duidelijk in de communicatie, een meester ook in het stimuleren en motiveren.

Vaak is succes een gif voor de uitbouw van een ploeg. Omdat er zelfoverschatting optreedt en spelers zich gaan wentelen in hun comfortzone. Juist daar waakt Vanhaezebrouck over. Het is misschien wel zijn grootste kwaliteit: hij is zelden tevreden, een zin voor perfectionisme drijft hem telkens weer vooruit, naar steeds meer en steeds hoger. En alle lof die hij krijgt? Hein heeft een grote mond en is overtuigd van zijn kwaliteiten, maar hij koketteert eigenlijk nooit op een rechtstreekse manier met zichzelf. Ook al is hij eigenwijs en eigenzinnig. Dat mag. Het hoort bij zijn persoonlijkheid. En bij de passie van iemand die zo bezig is met voetbal dat vakanties voor hem een kwelling moeten zijn.