Verlaten stranden, een ongerepte natuur en indrukwekkende bergen. Je zou het niet meteen verwachten, maar toch zijn dat typische kenmerken van Albanië. Het relatief onbekende Balkanland bruist van de troeven. Onze mening? Ga er zo snel mogelijk heen, voordat de rest van de wereld de prachtige vakantiebestemming ontdekt.

Het Skanderbegplein in Tirana.

Velen beginnen hun reis in Tirana, de bruisende hoofdstad van Albanië. Met een levendige uitgaanswijk, talrijke musea en een boeiende cultuur vormt de stad het ideale startpunt van een avontuurlijke reis. Het Skanderbegplein vormt het hart van de stad. Het is een reusachtig plein dat in 2012 een complete make-over kreeg. Het werd genoemd naar de Albanese nationale held Skanderbeg, die verschillende decennia standhield tegen de oprukkende Turken. Naast een gigantisch standbeeld van de krijgsheer, vind je hier ook de Klokkentoren en de Et’hem Bey-moskee.

Duik in de geschiedenis

Bunk Art in Tirana.

Maar een groot deel van de Albanese geschiedenis bevindt zich ondergronds. Het land is namelijk vele duizenden bunkers rijk. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog kwam de communist Enver Hoxha aan de macht. Hij regeerde met ijzeren hand en bouwde meer dan 700.000 bunkers, waar veel regeringsdiensten werden ondergebracht uit vrees voor spionage. Vandaag zijn veel van die ondergrondse gangen omgebouwd tot musea. Het bekendste voorbeeld is Bunk Art in Tirana. Dat is een reusachtige bunker waar tal van kamers zijn ingericht volgens de sfeer van de dictatuur van Hoxha. Wie zich wil onderdompelen in de geschiedenis van Albanië, mag dit niet overslaan.

Wie na een goedgevulde dag vol cultuur een dansje wil placeren, kan terecht in Blokku, de wijk bij uitstek om te proeven van de typisch Albanese keuken of om raki (de nationale sterke drank) te sippen in een van de vele bars en restaurantjes. Daar wordt steevast elke avond het nachtleven bruisend ingezet. Al blijft het ook ’s nachts opletten voor het verkeer dat in Albanië ronduit chaotisch te noemen valt. Wegmarkeringen zijn vervaagd, de claxons worden volop ingedrukt en assertief is een te vriendelijk woord om de rijstijl van de gemiddelde Albanees te omschrijven. Maar laat dat vooral de pret niet bederven.

Werelderfgoed

De Ottomaanse huizen van Berat.

De echte Albanese charme opzoeken, doe je in het zuiden. Eerste stop: Berat. Die stad wordt ook de stad met de duizend ramen genoemd en behoort tot het UNESCO Werelderfgoed. Op de bergflank staan honderden eeuwenoude witte Ottomaanse huizen. Bovenaan pronken de oude stadsmuren. De tocht naar het oude kasteel is behoorlijk steil, maar je wordt beloond met een prachtig uitzicht. De voetgangersstraat langs de rivier stroomt ‘s avonds vol met locals en toeristen, die er een plekje zoeken op een van de vele terrasjes. Daar maak je voor het eerst kennis met de hartelijkheid van de Albanezen, die bijna even iconisch is als hun raki.

In Dhermi kan het druk zijn, maar er zijn ook verlaten strandjes te vinden.

Wie op zoek is naar hagelwitte stranden, is in Albanië aan het juiste adres. Al heb je er van daaruit wel een autorit van enkele uren voor nodig, talrijke haarspeldbochten incluis. Maar het is de moeite waard: met zijn 400 kilometer lange kustlijn is Albanië een strandbestemming bij uitstek. Bij de Albanezen zelf is Sarande gigantisch populair, ook Vlore wordt druk bezocht. Niet geheel terecht: de charme is er ver te zoeken, te hoge prijzen voor overnachtingen en matige restaurants zijn er dan weer in overvloed.  Gelukkig zijn er ook heel wat plekjes die niet worden overspoeld door badgasten. Vooral in de buurt van Dhermi is de kans groot dat je een stukje verlaten strand vindt. Daar kan je enkele dagen genieten van de rust, het azuurblauwe zeewater en de vele uitstekende visgerechten.

Dit amfitheater is goed bewaard gebleven.

Wie van geschiedenis houdt, mag Butrint niet overslaan. Dat nationale park ligt op een half uurtje rijden van Sarande en telt maar liefst 1600 hectare. Middenin het natuurpark vind je de historische site, met restanten van een Romeinse beschaving uit de vierde eeuw v. C. Bovendien telt het park 30 bedreigde flora- en faunasoorten.

 Het Albanië van weleer

Blue Eye wordt dagelijks overspoeld met toeristen.

De weg naar Gjirokastër passeert langs Blue Eye, die in menig reisgids als tip staat aangeduid. Deze onderwaterbron ligt in een helderblauw riviertje, waardoor je er van bovenaf een blauw oog in kan zien. Enkele jaren geleden moet dit een prachtig stukje natuur geweest zijn, maar ondertussen wordt het plekje overspoeld door (onbeleefde) toeristen, bars met plastic stoelen en afval. Een stop die je dus maar beter overslaat.

Het Albanië van weleer leren kennen, doe je in Gjirokastër. Die kleine stad wordt ook de stad van de duizend treden genoemd en is de geboortestad van Hoxha. Daar vind je dan ook meterslange tunnels onder het historische kasteel dat in de elfde eeuw gebouwd werd. In Gjirokastër kan je enkele typische huizen vinden van voormalige rijke families en kinderen kunnen zich vergapen aan de vele kanonnen die opgesteld staan in het kasteel. Met steile straatjes, een bergachtig uitzicht en gezellige restaurantjes ontdek je dat Albanië uiterst charmant kan zijn, al is ook hier het verkeer hectisch.

Het uitzicht als je bovenop het kasteel van Gjirokaster staat.

Natuurpracht

Lake Koman.

Hoewel de pittoreske dorpjes en ongerepte stranden adembenemend zijn, ligt de grootste troef van Albanië in het noorden. De Albanese Alpen worden tot de grootste troeven van de hele Balkan gerekend. Wie van die natuurpracht wil genieten, houdt best een tussenstop in Shkodër. Die stad wordt ook wel het Amsterdam van Albanië genoemd: voor elke inwoner telt Shkodër twee fietsen. Met een gigantisch meer op tien minuutjes fietsen, kan je er ’s avonds heerlijk afkoelen na een broeierige zomerdag.

Wie daarna de bergen intrekt, moet absoluut de ferry over Lake Koman nemen. Het kost je een uiterst hobbelige autorit van anderhalf uur naar het startpunt, maar daarna word je getrakteerd op een waanzinnig zicht waar je even stil van wordt. Selfies zijn hier overbodig, want het landschap is de absolute ster van je vakantiefoto’s.

 

Sprong in de tijd

Back to the basics in Teth.

Daarna wachten de bergen. Vooral de wandeltocht van Valbona naar Teth is populair. Voor niet-geoefende hikers is dit een pittige dagklim. Je kan een begeleider mét ezel inhuren om je bagage te dragen, maar wie een beetje op zijn tanden bijt, raakt zonder kleerscheuren in Valbona. Daar neem je een sprong terug in de tijd. Hier geen grote hotels, maar sympathieke gasthuizen waar Albanese families je traditionele gerechten voorschotelen. Koeien lopen vrij rond en niemand kijkt raar op als de elektriciteit een avond uitvalt. Wat je inruilt aan luxe, krijg je dubbel terug in natuurpracht. Groene weides, imposante bergen en verborgen watervallen. Albanië geeft langzaamaan al haar geheimen prijs. Je bezoekt deze parel dus beter vroeg dan laat, vooraleer de rest van de wereld dit land ontdekt.