Voormalig wereld- en Belgisch kampioen Niels Albert kijkt weer vooruit: “Ik heb op het randje gezeten”

1112
Niels Albert: “Misschien dat de dag ooit komt dat ik er genoeg van heb. Ik zal dit niet doen tot mijn zestigste, zoals andere ploegleiders.” (foto belga)
Niels Albert: “Misschien dat de dag ooit komt dat ik er genoeg van heb. Ik zal dit niet doen tot mijn zestigste, zoals andere ploegleiders.” (foto belga)

“Je kan dit vergelijken met iemand verliezen. Je rouwt, je denkt er vaak aan terug, maar je moet verder.” Stapje per stapje klautert Niels Albert uit het diepe dal waar hij ruim tweeënhalf jaar geleden in belandde nadat hartproblemen hem dwongen te stoppen met veldrijden. Zijn karakter, zijn nieuwe vriendin, zijn florerende fietszaak en zijn poulain Wout van Aert helpen hem erbovenop. Wij hadden een openhartig gesprek met de tweevoudige wereldkampioen.

Men had mij gewaarschuwd. Wie met Niels Albert afspreekt, neemt best een academisch kwartiertje in acht. En zo zou blijken. “Ik probeer altijd op tijd te komen, maar op een of andere manier lukt mij dat nooit”, lacht de 30-jarige Kempenaar. “Waarschijnlijk ergens een stoornis in mijn kop.” Een avondje doorzakken na een concert van Like Mike en Dimitri Vegas kan er ook mee te maken hebben. We hebben afspraak op een regenachtige zaterdagvoormiddag. In de Niels Albert Bike Store, de fietswinkel in Tremelo die hij samen met zijn buurman Paskal Teugels uitbaat.

Hij voelt zich veel beter dan twee jaar geleden, zegt hij meteen. Toen was wielerminnend Vlaanderen in een pakkende aflevering van Kroost getuige van het hoopje ellende dat Albert geworden was na zijn gedwongen afscheid. Zijn leven heeft weer zin gekregen, stelt hij nu. “Het doet mij nog steeds pijn. Ik zie mezelf nog elke dag op die fiets. Je kan dit vergelijken met iemand verliezen. Je rouwt, je denkt er vaak aan terug, maar je moet verder. Dat doe ik. En de pijn wordt draaglijker.”

Hoe ben je uit dat dal geklauterd?

Ik denk dat mijn grote geluk is dat ik het karakter van mijn moeder heb. Niet opgeven, altijd doorgaan. Anders was ik zeker in een depressie gesukkeld en was het misschien anders afgelopen. (even stil) Ik heb nu ook op het randje gezeten, ik geef dat toe. ’s Morgens dacht ik vaak: dat het maar snel weer avond is. Het hoefde allemaal niet meer. Maar ik heb er niet aan toegegeven. Ik heb doorgezet. Met de winkel, met de ploeg. Dat heeft mij erbovenop geholpen. En Valeska, mijn vriendin. Ik heb haar leren kennen in die donkere periode. Zij weet hoe ze met mij moet omgaan. Over koers praten wij nooit. Ook niet over vroeger. Zij weet ook heel goed welke dagen ze mij gerust moet laten. Half mei bijvoorbeeld, de dag dat ik mijn afscheid bekendmaakte. En de dag van Koksijde, waar ik mijn strafste koers reed.

Heb jij anderzijds niet veel geluk gehad dat die hartaandoening tijdig ontdekt is?

(droog) Of pech. Het is maar hoe je het bekijkt. Stel dat ik het nooit had geweten, was ik misschien nog aan het koersen. En zou het van de ene op de andere dag voorbij kunnen zijn. Ik zou het nooit beseffen. Ik zou er geen last van hebben. (zwijgt even) Mijn ouders en mijn vriendin natuurlijk wel.

Je bent toch blij dat je er nog bent?

Ja, natuurlijk, laat dat duidelijk zijn. Ik wil maar zeggen: hartfalen komt bij veel mensen voor. Vaak hebben ze er voordien nooit last van.

Het veldrijden mist iemand als Peter Sagan, iemand die fuck you zegt en gewoon zijn gedacht doet.

Enkele maanden na je afscheid werd je al mentor/coach van Wout van Aert. Heb je nooit gedacht uit de wielerwereld te stappen?

Neen. Ik doe het te graag. Ik had ook niet het gevoel dat ik klaar was met de cross. Het ploegleiderschap ligt mij wel. Je kan dat niet vergelijken met zelf crossen, maar ik geniet er wel van als Wout wint. Dat voelt een beetje als zelf winnen. Misschien dat de dag ooit komt dat ik er genoeg van heb. Ik zal dit niet doen tot mijn zestigste, zoals andere ploegleiders. Als ik ooit kinderen krijg en die kiezen een andere tijdrovende hobby, dan stopt dit verhaal. Of misschien willen ze ook koersen en blijf ik erin tot het eind van mijn dagen. (lacht)

Denk je al aan kinderen?

Als je 30 bent, denk je daar wel eens aan. Ik wil zeker kinderen. Maar ik heb geen nieuws, hoor. (lacht)

Mag je zelf nog sporten?

Recreatief mag ik alles doen. Ik ga vaak joggen, fietsen of mountainbiken. Maar ik mag niet meer vol gaan.

Was wielrennen altijd alles in je leven?

De fiets is alleszins de leidraad in mijn leven. Maar ik heb ook andere sporten gedaan: voetbal, judo, motorcross. Mijn broer en ik waanden ons vroeger Stefan Everts en Marnicq Bervoets in de bossen naast ons huis. Mijn vader was ook motorcrosser. Ik deed dat wel graag, maar ik denk dat mijn ouders bang waren als ze me bezig zagen. Ik ben nogal een waaghals. Ze waren blij dat ik uiteindelijk voor de fiets koos.

Je bent twee keer Belgisch kampioen BMX geworden. Waarom uiteindelijk toch veldrijden?

Toeval. Ik nam eens deel aan de provinciale trainingen in Gelrode. De coach zag me bezig en wou me inschrijven voor het BK Nieuwelingen. Hij belde zelfs mijn ouders om hen te overtuigen. Ik heb vervolgens twee weken intensief getraind, en werd derde. Zo ben ik erin gerold. Toekomstgericht was BMX in die tijd niet de beste sport.

Mijn grote geluk is dat ik het karakter van mijn moeder heb. Anders was ik in een depressie gesukkeld en was het misschien anders afgelopen.

Stel dat het niet gelukt was, wat zou er van jou geworden zijn?

(denkt na) Ik zou een stielman geworden zijn, denk ik. Studeren was niets voor mij. Ik hou ervan buiten te werken met mijn handen. Het moet wel iets zijn dat vooruit gaat. Iets opbouwen van nul vind ik het plezantste. De bouw misschien. Of tuinaanlegger. Maar zet me een volledige dag achter een computer, en ik word zot.

Op 1 januari ben je overgestapt naar het nieuwe wielerteam van Nick Nuyens, Crelan-Charles. Is er iets veranderd voor jou?

Neen. Ik blijf ploegleider van het veldritteam met Wout, Tim Merlier en twee nieuwe crossers. Misschien dat ik in het voorjaar wel op de weg ingezet word (bij het procontinentale zusterteam Veranda’s Willems-Crelan, red). Ik zou graag ervaring opdoen zodat ik binnen een jaar of twee klaar ben om meer van die taken op mij te nemen.

Je krijgt de indruk dat het veldrijden minder leeft dit seizoen. Na jouw afscheid was de rock-’n-roll wat weg, en nu is met Sven Nys ook het icoon verdwenen. Voel jij dat ook?

Ik begrijp wat je bedoelt. De cross is anders. Ik krijg dat vaak te horen. Supporters snakken naar spannende duels en die waren er niet de eerste maanden van dit seizoen. Van der Poel was heel sterk, daarna kwam Wout en vervolgens de grote leegte. Onlangs zei een man mij: ‘Stel je voor dat de generatie Boom, Albert en Stybar nog meedeed. Dat zou wat geweest zijn.’

Heeft die man gelijk?

Ik denk dat wel. Met die vijf aan de start zouden de vonken elke week van het beeldscherm spatten. Weet je, het veldrijden mist iemand als Peter Sagan, iemand die kleur brengt, die fuck you zegt en gewoon zijn gedacht doet. Mensen houden daarvan. Als de cross saai wordt, is het gedaan ermee. Ik zeg dat ook vaak tegen Wout. Ploegmaten mogen kameraden zijn, maar de rest is concurrentie. Punt. Je mag respect hebben voor Van der Poel, maar je moet er geen pint mee drinken. Ik had destijds ook respect voor Sven Nys, maar wij waren geen kameraden. Wij waren concurrenten.

Vandaag is er het Belgisch kampioenschap in Oostende. Is dat ook één van die dagen waarop ze jou gerust moeten laten?

Neen. Ik ga graag naar een kampioenschap. Ik schat mijn Belgische titel van 2011 heel hoog in. Ik heb toen Sven geklopt in zijn beste dagen.