Ann Wauters: “Mijn zwarte ploegmaats zagen mij als de blanke indringer”

471
(foto belga)

Basketbalster Ann Wauters is één van de beste Europese basketbalsters van de laatste vijftien jaar. Haar palmares doorstaat de vergelijking met dat van Lionel Messi. Alles heeft zij gewonnen, titels, bekers, en dat op verschillende continenten. Alles? Nee, toch niet. Ze werd nooit Belgisch sportvrouw van het jaar. Een schande, toch?

Eind deze maand ruilt het gezin-Wauters het charmante Bellegem, vlakbij Kortrijk, in voor het ongrijpbare Canberra, Australië. Voor wat misschien haar laatste sportieve kunstje wordt. Althans, in het buitenland. “Ik had makkelijk bij Villeneuve-d’Ascq kunnen blijven. Dat is op amper twintig kilometer van thuis. En ik heb hier alles wat ik nodig heb. Maar toch. (denkt na) Ik wou een nieuwe uitdaging. Ook voor mijn kinderen. Dree is nog maar één, maar Vince en Lou zijn er vier. Ik wil hen de wereld laten zien. En Australië is een aantrekkelijk land.”

Typeert deze transfer jouw persoonlijkheid?
Dat denk ik wel. Ik wil niet op mijn lauweren rusten. Het doel van Villeneuve is bereikt, we hebben de Eurocup gewonnen. De ploeg zou nu een nieuwe cyclus beginnen. Iets in mij zei me dat het tijd is voor iets anders. Voor misschien een laatste uitdaging, ja. Ik ben er bijna 35, ik voel dat fysiek. Ik besef dat ik geen jaren meer zal meedraaien. De competitie in Australië loopt tot februari. Daarna zien we wel weer.

Zou het niet mooi zijn je carrière in België af te sluiten?
Dat zou kunnen. In een ploeg als Castors Braine misschien. Daar willen ze iets moois opbouwen. Het zou niet slim zijn om daar niet geïnteresseerd in te zijn. (denkt na) Ik heb al enkele contacten gehad. Maar let op: er ligt nog niets vast, hé. Maar hun project interesseert mij wel.

“Ik zou mezelf niet durven vergelijken met Messi”

Je palmares is indrukwekkend. Vijf keer Europees speelster van het jaar, titels en bekers in Rusland, Frankrijk, Spanje, Turkije en Zuid-Korea, Europese bekers. Alleen Lionel Messi komt in de buurt, zeggen specialisten.
(lacht) Dat is overdreven. Ik zou mezelf niet durven vergelijken met Messi. Dat is misschien het Vlaamse meisje in mij. Ik ben vooral fier dat ik in elke ploeg íets heb kunnen bereiken. De WNBA-finale heb ik dan wel verloren, maar oké. Het geeft al een grote voldoening die te mogen spelen.

Is de WNBA ook voor vrouwenbasket het walhalla?
Toch wel. Amerika is hét basketland bij uitstek. De beleving alleen al. Het randgebeuren is er even belangrijk als de match. En alle ploegen zijn er aan elkaar gewaagd. Dat maakt het mooi voor een speelster. Ik ben er fysiek en mentaal veel sterker geworden. Alleen de lonen zijn er niet navenant. Veel mensen weten dat niet, maar in Europa verdien je veel meer. Dat is het grote verschil met de mannen-NBA.

Klopt het dat jij in Amerika racisme aan den lijve hebt ondervonden?

(knikt) Ik was amper 19 toen ik er voor het eerst speelde. Voordien had ik nooit een onderscheid gemaakt tussen blank en zwart. Daar werd dat wel duidelijk. Je moet weten dat basket voor zwarte meisjes vaak dé uitweg uit de miserie is. Mijn zwarte ploegmaats zagen mij als een blanke indringer die hún plek kwam inpikken. (stil) Ze waren hard voor mij. Heel hard. Ze praatten niet, of deden dat heel koel en afstandelijk. Ze gaven elleboogstoten op training.

Hoe ging je daarmee om?

Tja, ik snapte dat niet. Ik heb de ploeg altijd belangrijker gevonden dan het individu. In Amerika is dat niet zo. (zwijgt even) Ik heb het soms ongelooflijk moeilijk gehad dat eerste jaar. Gelukkig kon ik rekenen op de steun van een oudere Europese ploegmaat. Die ervaring heeft mij wel harder gemaakt.

Verbazend: Ann Wauters werd nog niet verkozen tot Sportvrouw van het jaar. "Wie bepaalt dat eigenlijk?" (foto belga)
Verbazend: Ann Wauters werd nog niet verkozen tot Sportvrouw van het jaar. “Wie bepaalt dat eigenlijk?” (foto belga)

Waarom ben jij beginnen basketten? Was dat omdat je de grootste van de klas was?
Ook. Maar het was vooral dankzij mijn beste vriendinnetje. Zij speelde basket en drong aan om eens mee te gaan. Ik was een jaar of elf. Een nieuwe wereld ging open voor mij. Eindelijk had ik iets gevonden waarvoor mijn lengte goed van pas kwam. Voordien had ik het moeilijk daarmee. Niet dat ik gepest werd of zo. Maar het is niet leuk zo groot te zijn. Als kind wil je gewoon zijn zoals elk ander kind en zo weinig mogelijk opvallen. Allé, ik toch. Maar dat lukte mij niet door mijn lengte. Ik liet zelfs mijn schouders wat hangen om kleiner te lijken. De basket heeft mijn zelfvertrouwen een stevige boost gegeven.

Wat zou jij geworden zijn zonder de basket?
Ik zou waarschijnlijk kinesitherapie of lichamelijke opvoeding gestudeerd hebben. Of geneeskunde. Ik vind het soms jammer dat ik nooit gestudeerd heb. Ik zou aanvankelijk op mijn 18e wel naar Amerika gaan om sport en studie te combineren, maar toen kwam het aanbod van Valenciennes. Een profcontract. Ik wou er voluit voor gaan. Dat heeft tot grote discussies geleid met mijn ouders. Dat was een grote stap in het onbekende. Het typeert wel mijn karakter. Als ik iets wil, dan ga ik daarvoor.

In volle carrière ben je mama geworden. Is dat ook een bewijs daarvan?
Absoluut. Toen ik 29 was, was basket voor het eerst een sleur geworden. Dat wou ik niet. Basket moest een passie blijven. Op hetzelfde moment voelde ik de drang mama te worden. Ik heb toen besloten er even uit te stappen. Maar ik wist ook dat ik zou terugkeren. En dat ik het karakter had om dat te doen. Ik heb afgezien, maar het is gelukt. Vier maanden na de bevalling stond ik er weer.

Je bent één van de weinige sporters die ervoor uitkomt holebi te zijn. Was dat moeilijk?
Eigenlijk niet. Ik heb ook nooit echt met mezelf in de knoop gelegen. Ik ben lesbisch en Lot is de vrouw die ik graag zie. Voilà. Maar ik heb nooit de drang gevoeld om op de barricaden te staan voor meer openheid in de sport. Dat zit niet in mijn karakter. Ik heb wel de indruk dat het voor mannen moeilijker is ervoor uit te komen. Maar vraag me niet waarom.

Zeg, met jouw palmares, waarom ben jij in godsnaam nooit sportvrouw van het jaar geworden?

Tja, basket is geen populaire sport, hé. En het is een teamsport. Ik heb ook moeten opboksen tegen grote namen als Kim Clijsters, Justine Henin en Tia Hellebaut.

De laatste laureaten zijn Kirsten Flipkens en Nafi Thiam. Die hebben omzeggens niets gewonnen. Dat moet toch wrang aanvoelen?

Nee, toch niet. Dat meen ik. Ik lig hier niet wakker van. Ik krijg waardering van de ploegen waar ik speel en van de mensen die belangrijk zijn voor mij.

Partner Lot vanuit de keuken:
Voor de familie en de vrienden voelt dit wél bitter aan. Wij begrijpen dit niet. Dit jaar moet ze winnen.

Ann:
Mmm, judoka Charline Van Snick heeft wel goud gehaald op de Europese Spelen. Nu, soms begrijp ik die selectiecriteria ook niet. Als ik het grootste deel van het jaar zwanger ben, nomineren ze mij. En als ik vanalles win, ben ik er niet bij. Dan vraag ik me wel af wie dat bepaalt en of dat allemaal neutraal gebeurt. Ik vind ook dat de sport zelf te weinig aan bod komt in die show.

“Ik heb het geluk gehad veel geld te verdienen, vooral in Rusland”

Zal jij na je carrière nog moeten werken? Of ben je binnen?
Ik heb de luxe om niet gelijk wat te moeten doen. Dat zorgt voor een gerust gemoed, want ik wil straks in de eerste plaats mama zijn. Ik heb geluk gehad veel geld te verdienen, zeker in Rusland. Ik besef dat.

Hoeveel?
Dat zeg ik niet (lacht). Maar de waarde van het geld ben ik nooit vergeten. Die nuchterheid heb ik van mijn ouders. Ik heb ook nooit begrepen waarom sommige Russen zoveel geld uitgeven aan ocharme een vrouwenbasketploeg. Ik zou dat nooit doen (lacht).

Dit interview is verschenen in De Zondag van 16 augustus 2015.