Ann Simons kwam in mei naar buiten met haar verhaal over seksuele intimidatie en normvervaging in het judo. Moedig én sereen. Ze heeft getwijfeld, gepraat, gehuild. Zou ze dat wel doen? Toen was er van de hashtag #MeToo nog geen sprake. Vandaag blikt de 37-jarige Limburgse terug op een emotioneel jaar en een bewogen carrière.

Of ik haar de vrouw van het jaar mag noemen? Ann Simons lacht wat ongemakkelijk. Zelf in de kijker staan, was niet haar bedoeling. De weg plaveien voor anderen des te meer. Ze heeft lang getwijfeld. In de zomer van 2016 kreeg ze de vraag van onderzoekster Tine Vertommen om ambassadrice te worden van VOICE, een project dat slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de sport een stem wil geven. Maar pas in mei van dit jaar kwam ze met haar verhaal naar buiten. “Ik was uitgenodigd bij Van Gils & Gasten. Ik voelde intuïtief aan dat dat het moment was, dat de samenleving klaar was. Als ik mijn verhaal zou doen, zouden anderen na mij het makkelijker hebben om dat ook te doen.”

Was dat moeilijk voor jou?

Heel moeilijk. Die schaamte: je schaamt je voor je verhaal. (even stil) Je bent bang voor de reacties, dat de mensen je niet zullen geloven. Je bent bang dat je je sport schade zal toebrengen. Dat wou ik niet. Ik wou de problematiek hoger krijgen op de maatschappelijke en politieke agenda. Seksuele intimidatie is overal een probleem. Na de uitzending heb ik gehuild. De eenzame rit terug van Brussel naar Hasselt was vreselijk. Ik zat vol twijfels. Had ik het wel goed gedaan?

Heb je negatieve reacties gekregen?

Neen. Ik heb alleen positieve reacties gekregen, vaak van onbekenden, ook mannen. Dat heeft deugd gedaan. De judofederatie heeft wel een opportuniteit laten liggen door zich niet meteen te excuseren tegenover alle slachtoffers. Ik heb hen dat ook gezegd. Die erkenning ís belangrijk.

De coach blijft ontkennen. Doet dat pijn?

Misschien wel, ja. Meerdere judoka’s hebben aantoonbare feiten op tafel gelegd. Maar wat deed hij? In een communicatie aan de pers probeerde hij mij in diskrediet te brengen. Dat heeft voor een stuk die angst opnieuw aangewakkerd: wie zullen de mensen geloven? Ik wil zeker de media feliciteren. Zij zijn zeer sereen omgegaan hiermee. Bedankt daarvoor.

Je sprak over “verregaande normvervaging en een cultuur van seksuele intimidatie.” Wat heeft dat met jou gedaan?

Dat heeft toen mijn fysiek zelfbeeld aangetast. Ik spreek over de jaren 2002 en daarna. Ik veranderde toen van een meisje in een vrouw. Ik ben een laatbloeier. Als je dan voortdurend opmerkingen krijgt over je vrouw-zijn, dan vreet dat aan je zelfvertrouwen. Ik heb daar jaren mee geworsteld. Pas toen ik mama werd van Ruben, die nu zeven is, nam ik weer vrede met mijn lichaam. Gelukkig heb ik wél altijd kunnen praten met mijn directe omgeving. Iemand hebben die luistert, is zo belangrijk. Mijn vader is in 2006 ook meegegaan naar de federatie om alles te vertellen.

“Je schaamt je voor je verhaal. Je bent bang voor de reacties. Je bent bang dat je je sport schade zal toebrengen.”

 

Ben je een beschermende mama?

Wellicht wel. Je wil niet dat je kind ook zoiets meemaakt. Ik hecht veel belang aan fierheid: hij moet fier zijn op zichzelf. Hij mag natuurlijk elke sport doen die hij wil. Kijk: ik geloof niet dat grensoverschrijdend gedrag plots zal verdwijnen. Maar vroeger was dat de norm, en dat moet veranderen. Ik denk wel dat #MeToo dat mee kan realiseren.

Voel jij je opgelucht vandaag?

In juni zou ik neen gezegd hebben. Ik heb erg geleden deze zomer. Ik stond argwanend tegenover iedereen die mij aankeek. Wat zou die wel niet denken van mij? Dat was natuurlijk een gevoel. (zwijgt even) Misschien moet ik Hilde Van Mieghem eens contacteren. Ik zou graag eens met haar babbelen. Zij zei dat ze geen andere keuze had dan het op te nemen voor de slachtoffers. Ik herken dat gevoel. Maar de eerste maanden waren heel moeilijk. Ik bepaal normaal zelf hoe dicht de buitenwereld bij mij komt. Die controle was ik even kwijt. Vandaag heb ik wel een positief gevoel. Ik kan en wil ook niet vergeten wat judo mij gegeven heeft. Uiteraard een olympische medaille, maar ook veel andere fijne ervaringen die mij helpen in mijn leven vandaag.

Zou jij zonder dat alles een groter palmares verzameld hebben?

Ik zie het breder dan alleen dat aspect. In een omgeving met dialoog in plaats van monoloog, met vertrouwen tussen mensen en waar falen een optie is, zou ik wellicht wel beter gepresteerd hebben. Misschien was dan zelfs van anorexia geen sprake.

Waarom maakte je de overstap niet van de -48 naar de -52?

Dat was een fout. De wil om te winnen was sterker dan het gezond verstand. In de -52 kampte Europees kampioene Inge Clement. Maar wat ik deed, telkens zes à zeven kilogram afvallen, was niet gezond. Ik besef dat vandaag heel goed. Maar ik wou geen jaar verliezen door de overstap.

“De eerste maanden waren moeilijk. Ik bepaal normaal zelf hoe dicht de buitenwereld bij mij komt. Die controle was ik even kwijt.”

Was judo eigenlijk jouw passie?

Ja. Maar die passie verdween wel wat nadat ik brons haalde op de Spelen. Dat was mijn piek. Ik had toen misschien wel moeten stoppen.

Waarom heb je dat niet gedaan?

Dat is moeilijk, hè. Je bent 20 jaar dan. Je staat onder druk om verder te doen, om beter te doen. Dat is wat iedereen verwacht. Ik had meer aan mezelf moeten denken, aan wat ik echt nodig had om gelukkig te worden. Ik wou eigenlijk weer intellectueel uitgedaagd worden. Dat miste ik soms in de sport. Weet je, ik wou aanvankelijk dokter worden. Ik heb dat niet gedaan omdat die studies niet combineerbaar waren met judo. Ik heb daarom voor economie gekozen. Op mijn 20e heb ik opnieuw getwijfeld, maar dus opnieuw voor de sport gekozen. En toen ik op mijn 26e stopte met judo, door een zware knieblessure, kwam die twijfel opnieuw naar boven. Maar toen wou ik in de eerste plaats een normaal leven. Ik heb fantastische dingen gedaan. Ik heb lesgegeven aan de VUB, ik heb gewerkt als adviseur sport op het kabinet van toenmalig Antwerps burgemeester Patrick Janssens, en vandaag werk ik voor Wingmen, de Limburgse afdeling van Cronos. Ik kan weer doen wat mij drijft in het leven: mensen begrijpen en doorgronden.

Vertel eens.

Wij stimuleren ondernemerschap. Ik neem het menselijke aspect voor mijn rekening. Ik praat met mensen die willen ondernemen. Ik probeer hen te begrijpen en vervolgens te inspireren. Wie echt wil ondernemen, moet eerst zichzelf kennen. Ik wil mensen daarbij helpen. Ik vind dat onwaarschijnlijk fascinerend. Wellicht wou ik daarom ook dokter worden. Cronos is op 26 jaar tijd een bedrijf geworden van olympisch niveau. Ik wil dat zelf ook weer bereiken in wat ik doe. Maar een olympisch niveau halen duurt minstens twintig jaar. Ik heb dus nog even te gaan.

Laten we nog één keer terugkeren naar Sydney in 2000. Wat een onwaarschijnlijke kamp was dat voor het brons.

(lacht) Tot vijf seconden voor het einde stond ik achter. Op dat moment denk je niet meer na. Je hebt geen tactiek klaar voor elk scenario. Ik ben op mijn tegenstander gevlogen, heb haar gepakt en gegooid. Dat was straatvechten. (lacht) Je neemt grote risico’s. In die val heb ik zelfs een stuk van mijn nek afgebroken. Ik voel dat tot op vandaag. Maar goed, dat brons heeft wel mijn carrière gemaakt.

Het sportrapport van Ann Simons

Als kind was mijn idool …

Eddy Merckx. Een iconische figuur. Als kind kijk je op naar iconen.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Peter Sagan. Zowel voor zijn prestaties als zijn ongedwongen persoonlijkheid.

Mijn mooiste sportmoment?

Brons op de Spelen in Sydney in 2000. Maar ik wil ook het brons op het WK voor teams noemen in 1998 in Minsk. Dat was een unieke prestatie, als team dan nog.

Mijn grootste ontgoocheling?

De Spelen van Athene missen.

(foto Raymond Polus)