BRUSSEL Aster Nzeyimana (24) is de rijzende ster van de sportredactie van de VRT. Zijn levensloop is, zacht uitgedrukt, fascinerend te noemen. Als baby ontsnapte hij maar net aan de genocide in Rwanda, als kind wou hij profvoetballer worden – een droom die bijna uitkwam – en dankzij zijn studies Rechten belandde hij op de openbare omroep.

We hebben afspraak op de Sporzaredactie aan de Reyerslaan. Aster Nzeyimana heeft er drukke weken op zitten. Het wereldkampioenschap voetbal, dat is ook voor sportjournalisten keihard werken. Vandaag is er nog het toetje, de finale. Mijn gastheer zal de hele dag in de weer zijn met de website en de Facebookpagina en presenteert vanavond ook Het Journaal. “Dit wordt een spannende dag, ook voor mij als journalist. Voor die dagen doe je dit werk. Eens je die spanning niet meer voelt, stop je beter.”

Nzeyimana groeide op in Zele, en woont vandaag in Gent. De VRT is al vier jaar zijn werkstek. Eerst MNM, daarna Sporza Radio, en nu voornamelijk Het Journaal. “Het gaat snel, dat klopt, maar ik heb geen stappen overgeslagen. Dat heb ik te danken aan mijn bazen. De radio was een fantastische leerschool voor mij. Ik was klaar voor televisie.” Hij oogt en klinkt zelfverzekerd. Dat ís hij ook, zegt hij. “Ik ben overtuigd van mijn talenten. Ik heb er niet zoveel. Maar presenteren is wel één ervan.” Amper vijf jaar geleden zag hij zijn leven er helemaal anders uit. Hij was net begonnen aan een opleiding rechten aan de universiteit van Gent en voetbalde in tweede klasse bij Eendracht Aalst.

Dat laatste was je kinderdroom, dacht ik.

Ja, dat klopt. Ik wou profvoetballer worden. Of zanger. Dat vond ik ook cool. Maar ik kan niet zingen. (lacht) Voetballen kan ik wel, maar ik was geen basisspeler. Ik mocht wel blijven bij Aalst, maar ik wist dat ik geen perspectief had op een basisplek. Dan moet je keuzes maken. Je bent negentien, je gaat studeren, je mooiste jaren komen eraan. Wil je die wel opgeven voor die minieme kans op een carrière in het voetbal? Ik was niet bereid om die opoffering te maken.

Waarom wou jij rechten studeren?

Ik hou van taal en van argumenteren. Dat was één reden. Maar ik wou vooral een sterk diploma waarmee ik vele kanten uit zou kunnen. Ik zat niet met de idee advocaat te worden. Maar ik heb spijt van die keuze, moet ik toegeven. Ik deed dat niet graag. Ik had geschiedenis moeten studeren. Dat boeit mij. Op een blauwe maandag surf ik al eens van Wikipagina naar Wikipagina. Als kind fascineerde mij al ook die grote prentenboeken over de Tweede Wereldoorlog of de Amerikaanse geschiedenis. Maar goed, dankzij die studie ben ik wel op deze plek beland. Ik ben begonnen op de studentenradio Urgent en kreeg al snel een kans op MNM.

Je hebt dan ook je studies stopgezet.

In de mediawereld mag je geen tijd verliezen. Je moet elke kans grijpen, want de plekken zijn duur. Eens ik journaalanker werd, viel dat niet meer te combineren.

Jij bent geboren in Butare, in het zuiden van Rwanda, vlak voor het uitbarsten van de genocide. Heb jij geluk gehad?

Dat kan je wel stellen. Mijn papa werkte daar als dokter, mijn mama als vroedvrouw. Toen ik geboren werd, was het plan om tijdelijk terug naar België te keren. Mijn mama (een Oost-Vlaamse, red) wou dat ik de Belgische nationaliteit zou hebben. Maar dat tijdelijke is definitief geworden. Enkele dagen na ons vertrek is het vliegtuig met de Rwandese president Habyarimana neergehaald en is de genocide uitgebroken. Je kan dus wel stellen dat ik ongelooflijk veel chance heb gehad, ja.

Die aanval op Ruben Van Gucht vond ik zeer laag.

Heb jij een band met Rwanda?

Neen. Ik ben daar geboren, maar dat is het ook. Mijn vader is van Burundi afkomstig. Zijn familie woont dáár. Dat land zou ik wel graag eens bezoeken.

Je vader is pas jaren later teruggekeerd naar België. Heb jij hem gemist?

Neen, niet echt. Mijn pépé heeft zijn rol schitterend overgenomen. En toen mijn vader uiteindelijk ook in België was, had ik twee papa’s. Veel mensen zeggen trouwens dat ik op mijn vader lijk qua karakter en gedrag. (denkt even na) Ik denk dat ik net als hem heel overtuigd ben van wat ik wil en wat ik kan. Hij was ook al dokter op jonge leeftijd. Hij heeft mij geleerd om te streven naar een doel in het leven.

Terug naar vandaag. Toen jij Het Journaal begon te presenteren, werd je een vrouwenmagneet genoemd. Heb je dat zelf ook ervaren?

Oei. Of ik een magneet ben, weet ik niet. Die aandacht is best fijn. Dat geef ik graag toe. Of neen: wás best fijn, sorry. Ik ben bezet vandaag. (lacht)

Wat is het vreemdste verzoek dat je ooit kreeg?

Vrouwen die mij ten huwelijk vragen. Dat vind ik héél vreemd. Maar ik kan niet geloven dat zij dat echt menen. Dat zal wel om te lachen zijn. Maar je moet dat ook niet overdrijven. Ik krijg geen slipjes naar mijn hoofd geslingerd, hè. Ik ben maar sportjournalist, geen rockster. Ik denk niet dat er veel mensen fan zijn van mij. Dat hoeft ook niet.

Je figureert wel vaak in de boekskes, zeker nu je een bekend lief hebt, actrice en model Lize Feryn. Hoe voelt dat?

Dat valt op vandaag heel goed mee. Die mensen bellen eens, en ik antwoord dan. Ik vind dat heel onschuldig. Dat zijn vaak fijne mensen. Zij werken voor bladen die een aspect brengen van het nieuws dat nu eenmaal veel gelezen wordt. Ik vind trouwens dat wij goede boekskes hebben in Vlaanderen. Maar misschien denk ik daar over dertig jaar anders over, dat kan ook.

Enkele dagen na ons vertrek uit Rwanda is de genocide uitgebroken.

Ben jij ijdel?

Ja, natuurlijk. Ik denk dat iedereen op televisie dat is. Je moet ook wat ijdel zijn. Maar dat mag niet doorslaan naar de andere kant. Ik hou ervan om mij mooi te kleden. Dat geeft mij een goed gevoel. Maar ik ben geen modekenner.

De sportjournalisten van de VRT worden al eens verweten té ijdel te zijn, té veel zelf in beeld te willen komen, Ruben Van Gucht op kop. Hoe zie jij dat?

(blaast) Ik heb ook die aanval gezien van De Standaard op Ruben. Ik vond dat zeer laag. Journalisten die andere journalisten zwart maken, ik vind dat niet kunnen. Ruben is een vakman, een topgast. Punt. Ik kan alleen maar positief zijn over hem. Die programma’s over Dries Mertens en Kevin De Bruyne waren trouwens van topkwaliteit. Ik begreep die kritiek dus helemaal niet. Het is wel zo dat in deze tijden van sociale media alles rond persoonlijkheden draait. Je ziet dat op televisie, maar ook op de radio. Elk programma wordt opgehangen aan één anker. Ik weet niet of dat de beste evolutie is, maar dat is nu eenmaal zo. De sociale media duwen de samenleving in die richting.

Een andere kritiek is dat sportjournalisten te veel vrienden willen zijn met de sporters en dus te weinig kritisch zijn.

Dat is een moeilijke kwestie. Je moet ervan uitgaan dat sporters geen interview willen geven. Zij hebben die aandacht niet nodig, of toch zeker de voetballers niet. Zij zijn bezig met hun sport en hun prestaties. Heel cru gesteld: ook zonder media wordt er gevoetbald. De sportjournalistiek heeft de taak om net die sporters in beeld te brengen. De mensen willen weten wie die sporters zijn. Als je dan ongemeen hard bent voor iemand, dan loop je het risico dat die persoon zegt: ik spreek nooit meer met jou. Ik denk dat dat meer schade berokkent dan een iets zachter interview. Dat wil niet zeggen dat een sportjournalist niet kritisch mag zijn. Peter Vandenbempt is het beste voorbeeld: hij is kritisch én diplomatisch. Elke sportjournalist moet die balans zien te vinden.

Waar zou jij graag binnen tien jaar staan? Op de plek van Karl Vannieuwkerke in de studio of in het stadion op de plek van Frank Raes?

Dat is heel moeilijke vraag. Ik weet dat ik misschien ooit die keuze zal moeten maken. (denkt na) Ik denk dat commentaar geven nog steeds het allermooiste is. Dat is ook wat ik zéér graag zou doen. Maar de twee leunen nauw tegen elkaar aan. Als ik Karl bezig zie, dan kriebelt het ook, hoor. Maar ik besef goed dat ik nu nog fouten maak. Hij niet meer.