Ze is jong, knap, en bovenal gezegend met een groot talent voor atletiek. Voor alle disciplines. Niet toevallig doet Nafi Thiam meerkamp. “Zij is het grootste Belgische talent ooit”, zei haar trainer eens. Maar al ligt de wereld aan haar voeten, zweven doet de 21-jarige Naamse, met Senegalese roots, niet. Daarvoor is ze te nuchter opgevoed. Daarom ook wil ze de universiteit niet verlaten zonder diploma.

Het gaat snel voor jou: amper 21, en al 3 jaar wereldtop. Er zijn jongeren die voor minder gaan zweven.
(laconiek) Ik niet. Misschien omdat atletiek niet het enige in mijn leven is. Ik leid eigenlijk een heel normaal leven. Ik woon in een studiootje in Luik, ik studeer er aan de universiteit, ik heb daar mijn vrienden. Het enige verschil is dat ik vaak moet trainen en veel op reis ben. Maar voor de rest, (haalt schouders op) niets eigenlijk.

Is het niet moeilijk nuchter te blijven als iedereen je de hemel in prijst?
O nee. Ik kan dat goed plaatsen. Mensen reageren altijd extreem. In twee richtingen. Dat heb ik vorige zomer ondervonden. Ik werd elfde op het WK, en iedereen vond dat slecht. Terwijl ik tiende op de wereldranking stond, en dat dus geen catastrofaal resultaat was. Maar goed, ik wist al op voorhand dat ik veel mensen zou ontgoochelen. Ze zagen mij zelfs al op het podium. Maar het is niet omdat je brons haalt op een EK dat je dat ook kan op een WK. Ik probeer nooit extreem te zijn in mijn verwachtingen. Altijd helder te blijven.

Aan wie heb je die eigenschap te danken?
Ik ben zo opgevoed. Ik ben de derde van vier kinderen. Thuis zijn ze trots op wat ik doe in atletiek, maar ze vinden het vooral belangrijk dat ik een diploma haal. Net zoals ze dat verwachten van mijn broers en zussen. Ik ben nooit op een voetstuk geplaatst.

“Mijn studie heeft nu evenveel prioriteit als mijn sport.”

Lijden je prestaties niet onder je studies? Sommigen opperen dat je beter een keuze zou maken.
Waarom? Het ene hindert het andere niet. Als ik nu al twee keer per dag zou trainen, bestaat de kans snel opgebrand te zijn. Nee, laat mij maar doen. Ik heb geen haast. Ik besef heel goed dat succes vergankelijk is. Wat als ik morgen geen vooruitgang meer boek? Of geblesseerd raak? Ik wil een vangnet. Dat is een heel bewuste keuze, en niemand zal mij van gedacht doen veranderen. Mijn studie heeft nu evenveel prioriteit als mijn sport. Ik wil minstens een bachelor halen. Dat moet binnen drie jaar lukken, want elk jaar wordt voor mij in twee opgesplitst. En daarna, ja, dan wil ik wel alles op mijn carrière zetten. Of dat is toch het plan.

Jij wordt vaak vergeleken met Tia Hellebaut. Is zij de reden waarom jij voor de zevenkamp koos?
Ik vind die vergelijking veel te vroeg. Tia is een ongelooflijk grote kampioene. Zij is natuurlijk een voorbeeld voor mij, maar eerlijk: tot vier jaar geleden keek ik nooit televisie. Ik kende haar niet. Ik ben gestart met atletiek toen ik een jaar of zes was omdat ik wou sporten. Niet omdat ik een idool had. En ik bleek goed in elke discipline, maar in niets echt super. Dat werd meerkamp dus. (lacht)

Hellebaut was pas echt top nadat ze zich specialiseerde in één onderdeel. Is dat ook jouw plan?
Nee, want dan zou ik ook hoogspringen moeten kiezen. Dat is waar ik het best in ben. Maar ik voel daarvoor niet diezelfde passie als voor zevenkamp. Ik zou het ook snel beu zijn altijd hetzelfde te moeten doen. Ik heb afwisseling nodig. Dat is ook de reden waarom ik Geografie studeer. Toen ik achttien was, wou ik alle richtingen kiezen. Geografie sluit daar het dichtst bij aan. (lacht)

Deze zomer zijn er de Olympische Spelen in Rio. Kan jij een medaille halen?
Dat denk ik niet. Als je maar zeven keer per week traint, is een medaille niet mogelijk. Dan ben je nog niet professioneel genoeg bezig. Het is natuurlijk wel de ultieme droom van elke atleet. En ooit zal het misschien mijn doel zijn. Maar nu nog niet. Nu wil ik in de eerste plaats persoonlijke records verbreken.

Wat is jouw minste onderdeel?
De 800 meter. Ik verlies daarop te veel punten. Dat moet eruit.

“Al die racistische uitspraken op sociale media: alsof elke vluchteling een slechte mens is.”

Valentijn heb jij doorgebracht in een centrum van Fedasil. Dat helpt ook om een en ander in perspectief te plaatsen, denk ik?
Ik had de vraag gekregen om meter te worden, en ben daarop ingegaan. Dat was een heel boeiende ervaring. En het zal niet bij dat ene bezoekje blijven. Ik denk dat het voor de twee kanten inspirerend was. (enthousiast) Weet je, ik heb nooit zo’n warm welkom gekregen. Met muziek en dans uit Afghanistan, vanwaar het merendeel afkomstig is. Zij waren zo goed voorbereid. Als je die mensen dan spreekt, besef je natuurlijk dat jij geluk hebt met je leven.

Over wat spreek je dan met hen?
Niet over hun verleden. Ik denk ook niet dat zij dat willen met iemand die ze niet kennen. Zij hebben harde dingen meegemaakt. We hebben gesproken over de problemen waarmee ze vandaag geconfronteerd worden. Het is ook voor de mensen die daar werken, niet eenvoudig. Ik bewonder hen, echt waar. De middelen zijn beperkt, ze zijn vaak aangewezen op giften. Zo heb ik zelf sportmateriaal meegebracht. Toch doen zij er alles aan om die mensen een goed gevoel te geven.

Ben jij met die vluchtelingenproblematiek bezig?
(resoluut) Ja natuurlijk, ik leef niet in een cocon, hè. Ik denk daarover na. Dat raakt me. En die racistische uitspraken die je dan op sociale media leest: alsof elke vluchteling een slechte mens is. (zucht diep) Wij hebben thuis geleerd om ruimdenkend in het leven te staan.

Ben jij al vaak met racisme geconfronteerd?
Nee. En als het gebeurt, trek ik het mij niet aan.

Jouw vader is van Senegal afkomstig. Hoe is hij in België beland?
Dat weet ik niet zo precies. Hij was nog heel jong. Ik weet wel dat hij hier mijn moeder heeft leren kennen. Mijn ouders zijn al lange tijd gescheiden. Ik ben opgevoed door mijn moeder. Zij woont in een klein dorp vlakbij Namen. Wij kregen alles wat we nodig hadden, maar niet meer dan dat. Zij vond het heel belangrijk dat wij onafhankelijke mensen zouden worden. Mijn vader zie ik af en toe. Hij woont in Brussel.

Mis je je moeder nu je alleen in Luik woont?
Dat valt wel mee. (lacht) Iedereen moet ooit die stap zetten. In het begin was het wel vreemd. Vooral die stilte in huis. Geen gezellige drukte van broers of zussen. Ik wist ook niet wat te eten. Of welk eten te kopen. Gevolg: elke dag spaghetti of worst met appelmoes. Dat is intussen al beter: ik werk nu met een voedingsspecialiste.

“Ik schrok toen ik die foto zag”

nafi-thiam-lait

 


Niet lang geleden poseerde je bijna naakt voor een promocampagne van de Waalse overheid voor melk. Drink je dat zo graag?

Ik schrok ook toen ik die foto zag. Dat was even: waw, oké, dat ben ik. (lacht) Ik had nochtans in mijn normale sportoutfit geposeerd, maar ze hebben dat zo bewerkt met melk dat je geen kleren meer ziet.

Tennisster Caroline Wozniacki ging onlangs helemaal uit de kleren voor een fotoshoot van Sports Illustrated. Zou jij dat ook doen?
(schrikt) Naakt poseren? Dat denk ik niet. Nee: ik ben zeker van niet. Een gewone fotoshoot doe ik wel eens graag. Als het niet té lang duurt. Ik hou van mooie kleren, net zoals elk ander meisje. Al is mijn zus nog veel meer into fashion. Ik zie shopping vooral als iets leuks om te doen met vriendinnen. Ik ga ook graag naar concerten en festivals. Ik hou van muziek, folk vooral. Mijn coach moet me afremmen. Hij vreest dat ik plots niet meer te stoppen zal zijn. (lacht)

Het sportrapport van Nafi Thiam

Als kind was mijn idool …
Ik had geen idolen.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …
(blaast) Iemand als Usain Bolt is natuurlijk buitenaards. Ik heb voor veel atleten bewondering. Ashton Eaton bijvoorbeeld. En Tia Hellebaut.

Mijn mooiste sportmoment?
Brons op het EK in Zurich in 2014: mijn eerste medaille bij de senioren. Dat was een grote verrassing voor mij.

Mijn grootste ontgoocheling?
In 2013 verbreek ik in Gent het indoorwereldrecord vijfkamp voor junioren, maar dat werd niet erkend omdat er geen dopingcontroleur aanwezig was.