Van de folk van debuut ‘Islands’ ging het op ‘Red Earth & Pouring Rain’, de tweede plaat van Bear’s Den, naar synthpop. De clubs werden ingeruild voor grote zalen. 2017 werd het jaar van de grote doorbraak voor het Britse duo en dat wordt straks bekroond op het hoofdpodium van Pukkelpop. “We beschouwen onszelf eerder als een Europese dan een Britse band”, zegt frontman Kevin Jones.

(door Matthieu Van Steenkiste)

Hoe kwamen jullie op de idee het folkgeluid in te ruilen voor synthesizers die aan de jaren tachtig doen denken?

Na de tournee met onze debuutplaat was onze sound als vanzelf veranderd. We grepen meer naar de elektrische gitaar en gebruikten meer toetsen. Eigenlijk was het een heel logische evolutie, hoe we aan ‘Red Earth & Pouring Rain’ begonnen. Dat we vervolgens ook meer met synths begonnen te werken, was omdat we de songs in een nostalgische sfeer wilden doen baden. Het moest een plaat worden waarop je lange nachtelijke autoritten kon maken, en dan kom je bij dat soort geluid uit. We hebben de laatste jaren veel in de Verenigde Staten getourd, en daar zijn lange ritten schering en inslag. Op de baan luisterden we naar Bruce Springsteen en Fleetwood Mac, precies het soort muziek dat daar perfect bij past.

Dat zijn erg Amerikaanse referenties voor een Britse band.

Ja. Dat komt, denk ik, omdat popmuziek in de Verenigde Staten nog enige culturele relevantie heeft, waar dat in Groot-Brittannië al lang niet meer het geval is. Om het even wie je in een bar langs de weg aanspreekt, wéét wie de drummer in god-weet-welke band is. Iedereen kent er Tom Petty, dat zit in hun DNA! Ongelofelijk, vind ik dat, dat je mensen over heel de maatschappij kunt raken.

Wat was er eerst: die liefde voor Amerikaanse rock, of het touren door de VS?

Die fascinatie was er altijd, stilletjes, maar eenmaal je door die landschappen hebt gereden … Daar gaan je ogen van open en weet je meteen ‘hier liggen kansen’. Je kunt er ook eeuwig op de vlucht blijven, zonder dat iemand je inhaalt. Nochtans voelen we ons eerder een Europese band, meer dan een Britse. We spreken natuurlijk een andere taal, maar cultureel is er iets dat heel erg vertrouwd voelt. Als ik in België, Nederland of Duitsland ben, dan weet ik ongeveer wat ik kan verwachten. Met de Verenigde Staten hebben we een taal gemeen, maar onze manier van leven verschilt enorm. Ik tour dan ook veel liever door Europa, om eerlijk te zijn.

Boe voor de Brexit dus.

Ja, daar was ik behoorlijk pissig over. Er ligt ochgot dertig kilometer water tussen Engeland en het continent, maar blijkbaar is dat genoeg om de geesten van velen te sluiten.

“De cover van ‘Heaven’ van Bryan Adams is onze guilty pleasure.”

Jullie zijn afkomstig uit dezelfde scene in Londen als Mumford & Sons, Laura Marling en Justin Young van The Vaccines. Ik kan me voorstellen dat jullie hun succes nooit hadden zien aankomen?

Absoluut niet, het ontplofte plotseling voor hen. Voor ons is het veel trager en stapsgewijs gegaan, meer van ‘oh kijk, vorige keer in deze zaal stond er maar half zoveel volk’. Het blijft echt opmerkelijk, hoe uit die groep van dertig, veertig vrienden zoveel succesvolle bands zijn gekomen. Wat ons bond, was dat we toen allemaal met akoestische muziek bezig waren. Marcus (Mumford, red.) zat er met zijn basdrum aan zijn voet, Laura schreef prachtige songs en Justin was nog lang niet de rockster van vandaag, maar hij leerde er wel songs schrijven. Er hing een fijne sfeer in die kliek, het was een plek waar niemand te trots was om hulp te vragen. Dat is behoorlijk uniek.

Deed het succes van Mumford & Sons dromen?

Misschien. (denkt even na) Eigenlijk was het belangrijkste dat we nu mensen kenden die alles al eens ervaren hadden. Iemand kennen die je daarin hebt zien groeien, geeft je de kans om van hun fouten en ervaringen te leren. We hebben hun voorprogramma gedaan toen ze al in enorme clubs speelden. We hoeven dus maar terug te denken aan die tijd om te weten wat voor ons een goede aanpak kan zijn.

Tijd om het nog even over die cover van Bryan Adams’ ‘Heaven’ te hebben, die jullie op Studio Brussel speelden. Wiens idee was dat?

Ik denk dat het onze guilty pleasure is, dus we zijn gestopt om ons daar schuldig over te voelen. Hij is een goede, klassieke songschrijver, punt. Er zijn gewéldige popsongs geschreven in de eighties, maar ze hebben het toen min of meer verknald door ze zo’n walgelijk geluid mee te geven. En toch zijn de jaren tachtig het eerste decennium waarin de popmuziek deugde. Geef toe: pop in de sixties en seventies was verschrikkelijk. De rockmuziek? Oké, maar de hitparademuziek? Jongens …

Bear’s Den speelt op zaterdag 19 augustus op Pukkelpop (zaterdag uitverkocht, wel nog combitickets beschikbaar) en staat op 17 november in de Lotto Arena in Antwerpen.

Info & tickets: www.pukkelpop.be en www.teleticketservice.com