Geen geblesseerde speler-manager Vincent Kompany achterin bij Anderlecht, maar ook geen Sebastiaan Bornauw (20). RSCA liet het toptalent uit de eigen jeugd, waar het Project Kompany nochtans helemaal op gericht is, al na speeldag 2 plots vertrekken naar FC Köln. Aan de voet van de Dom praat de belofteninternational voor het eerst over zijn transfer, de eerste weken in Keulen én over de 2 op 15 van ‘zijn’ Anderlecht. “Volgend seizoen spelen ze alles kapot.” Een monoloog.

Waarom en hoe het jonge toptalent Anderlecht en idool Kompany ruilde voor het Duitse FC Köln.

“Ik wist al voor de eerste match, tegen KV Oostende, van de interesse. Keulen wilde mij huren met een aankoopoptie, maar Anderlecht wilde mij niet kwijt. Ik speelde tegen Oostende niet mijn beste match maar dat ik voor de volgende, in Moeskroen, niet in de selectie zat, had alleen te maken met die mogelijke transfer. Want Keulen had intussen een bod (acht miljoen euro, nvdr) gedaan waar Anderlecht geen ‘neen’ kon op zeggen. Er was dus een akkoord tussen beide clubs, maar nog geen persoonlijk akkoord. Ik kon nog alles afblazen. Toen heb ik daar met Vincent heel eerlijk over gepraat. Ik zei hem dat ik twijfelde, dat ik niet absoluut weg wilde bij Anderlecht, dat ik een ‘ketje’ was. Hij zei me: “Sebastiaan, ik praat met jou als vriend, niet als coach: als je zo’n stap naar de Bundesliga kan zetten, moet je dat doen. Ik heb indertijd ook als jonge kerel voor Hamburg gekozen en ik heb in de Bundesliga het meest geleerd.” Ik heb toen ook gezegd: “Ik weet ook wel dat ik tegen Oostende niet mijn beste match heb gespeeld, maar je hebt voldoende van mij gezien vorig jaar…” Ik denk niet dat die slechte match heeft meegespeeld voor Vincent.”

“En ik vond het een geweldige opportuniteit. Ik moest dan wel zelf nog een gesprek hebben in Keulen, met algemeen directeur Armin Veh. Na mijn eerste gesprek bij meneer Veh thuis wist ik het eigenlijk al na tien minuten. Een heel open gesprek was het. Ik had een heer in strak maatpak verwacht, maar hij zat er gewoon in hemdje en jeans. Allemaal heel ontspannen. Ik leerde meteen dat er heel gestructureerd wordt gewerkt, er hing bijvoorbeeld in zijn bureau een bord waarop een opstelling stond met voor elke positie twee, soms drie spelers. En de juiste balans tussen ervaring en jeugd. Toen de coach uitlegde welk voetbal hij wil spelen, “actief voetbal vooruit”, was ik meteen overtuigd. Anders was ik wel in Anderlecht gebleven. De centen in mijn contract van vijf jaar hadden er niets mee te maken, ik vertrouw daarvoor voor 99 procent op mijn manager (Daniël Van Buyten, nvdr) en voor 100 procent op mijn papa die daar ervaring mee heeft. Hij was jarenlang marketingdirecteur bij Unilever. Als kind woonden we voor zijn werk ook al even in Parijs, in Marokko… Die ervaringen speelden ook mee in mijn keuze voor een buitenlands avontuur. Nieuwe landen, nieuwe culturen en nieuwe talen ontdekken.”

“Maar voorop zal het altijd mijn eerste doelstelling zijn om een betere voetballer te worden. Eerlijk: mijn eerste droom was de Premier League, maar daar ben ik vorige week na mijn eerste match in de Bundesliga, tegen Dortmund, al van teruggekeerd. Ik moest spontaan lachen toen we het veld opkwamen en ik 50.000 man het clublied hoorde zingen. Het kan in Engeland niet mooier zijn. En je moet ook het grotere plaatje zien: Keulen is dan wel pas terug in de Bundesliga, de club wil terug naar het niveau van vijf jaar geleden, toen ze in de Europa League speelden. Dit is een andere wereld en een ander platform dan de top in België. Kompany was dan wel altijd mijn grote idool én ik heb er naar uitgekeken om naast hem te spelen, maar ik heb mijn keuze gemaakt.”

Waarom de Brusselaar al na drie weken weet dat Keulen de perfecte keuze was voor hem.

“Ik heb nog geen seconde spijt gehad van mijn keuze. Vooreerst omwille van de Duitse discipline. Links is hier links en rechts rechts, hoor. Dat was mij al van de eerste dag duidelijk. Iederéén komt hier op tijd. Er staan ook zware boetes op als je dat niet doet. En ik ben daar wel voor, men moet maar op tijd komen, zo simpel is het voor mij. Bij Anderlecht was het bij sommigen wel eens op het randje… En maximaal de helft van de ploeg in de fitness voor de training, indien het niet verplicht was. Terwijl hier iederéén vooraf bezig is in de fitness. Dat motiveert enorm. Als die een uur vooraf komt, kom ik een uur en een kwartier vooraf… Maar het is niet alleen koude Duitse discipline, er zit bij Keulen ook passie en plezier in. Misschien verschilt dat wel van andere clubs en steden: Keulenaars hebben ook de naam plezier te kunnen maken. Ik merk ook in de stad een aparte dynamiek. Een beetje zot, in positieve zin. (nadenkend) Dat is niet typisch Duits, denk ik. Maar als er moet gewerkt worden, wordt er ook gewerkt! En terwijl je in België voorzichtig moet zijn, worden hier op training tikken uitgedeeld, hoor. Maar dan sta je gewoon weer recht en ga je door. Wat op het veld gebeurt, blijft op het veld en neem je niet mee naar de kleedkamer. Hun mentaliteit staat mij zéér aan.”

“En het leven buiten de club valt ook geweldig mee. Ik kende wat schoolduits, ‘haben sie einen Tisch frei?’, lukt al. We krijgen nu ook Duitse les, dat loopt wel los. Ik woon ook voor het eerst samen met mijn vriendin, het is dus niet langer Hotel Mama (lacht), maar ook dat gaat prima. Inès studeert rechten aan de VUB, maar hoeft niet altijd in de les te zijn. (trots) Ze heeft toch altijd goede punten, heeft nu ook maar één herexamen. Daarom kook ik voor haar straks. Weet je, ik had ook graag doorgestudeerd en had ook universiteit aangekund, denk ik. Dankzij Anderlecht en Purple Talents heb ik mijn ASO kunnen afmaken, de combinatie eerste elftal met universiteit bleek voor de VUB niet mogelijk, ik moést mijn examens op dié data afleggen. Maar ik moest toch daags vooraf 12 uur kunnen blokken?”

“Ik vind Keulen ook best een mooie stad, vooral langs de Rijn, met heel mooie parken. Ik hou van wandelen in de natuur. We wonen in een appartement aan de rand van de stad vlakbij een gigantisch park, eerder een half bos. En als we vrij hebben, sta ik op twee uurtjes in Brussel. Mijn ouders kunnen elke thuismatch komen kijken. Perfect toch? Volgende week is het trouwens de derby tegen Borussia Mönchengladbach. Die rivaliteit is hier enorm, voor elke Keulenaar de match van het jaar.”

Waarom de grote believer in Kompany denkt dat het ondanks de 2 op 15 goed komt met ‘zijn’ paars-wit.

“Natuurlijk volg ik Anderlecht nog op de voet en heb ik de meeste wedstrijden gezien. En ja, ik blijf een believer in het Project Kompany, zeker en vast. Het heeft alleen tijd en een aantal kleine aanpassingen nodig, denk ik. En een spits. Geef ze één van de drie spitsen die we hier hebben, Córdoba, Modeste of Terodde, en het ziet er heel anders uit. Maar ze moeten niet proberen er nog eentje te komen halen, we hebben ze alle drie nodig. (lacht) Ok, die 2 op 15 verbaast mij ook wel, maar het ligt niet aan de manier van voetballen. Ik vind het vooral opvallend dat de eerste helft altijd veel beter is dan de tweede. De ploeg heeft een fysiek probleem, denk ik. Ik geloof nochtans niet dat het fysiek aspect wordt verwaarloosd tijdens de week, we gingen veel in de zaal werken, veel preventie en zo. Maar we liepen wel weinig. Omdat het voor het systeem van Vincent nu eenmaal noodzakelijk is om veel met de bal te trainen. Van ervaren spelers kan je dan verwachten dat ze uit zichzelf gaan lopen, maar jonge spelers doen dat sowieso minder. Ik moet zeggen dat ik tegen Oostende aan de rust ook al het gevoel had dat ik er door zat. Dat kon ook te maken hebben met het EK, want ik had maar anderhalve week voorbereiding. Maar als je dat voelt, moet je voor jezelf de conclusies trekken en op je vrije dag een uur gaan lopen. Simpel. Als je fysiek in orde bent, blijf je 90 minuten sterk, hé. Tegen Dortmund voelde ik mij in elk geval fysiek al veel sterker.”

“Maar ik geloof echt wel dat het op de lange termijn goed komt met Anderlecht. Het wordt geen gemakkelijk seizoen en Vincent zal ook wel fouten maken, maar hij gaat er zeker uit leren en als ze deze groep kunnen samenhouden, spelen ze volgend seizoen alles kapot. En dan spreek ik nu al over volgend seizoen, ja. Ik ken de club, ik weet hoe er wordt gewerkt, er is gewoon tijd nodig. Maar dan komen de resultaten wel. Al moet ik toegeven: ik kijk ook liever naar fris en aanvallend voetbal, maar als speler wil ik eigenlijk ook alleen maar winnen. Zoals Chelsea kampioen werd, door de bus voor doel te parkeren: mij maakt het écht niet uit. Maar alle bewondering hoe gedreven Vincent bezig is met zijn idealen. Ongelooflijk waar hij al die energie vandaan haalt. Een geweldige kerel. Ik heb hem sinds mijn vertrek niet meer gehoord, neen. Hij heeft al genoeg aan zijn hoofd natuurlijk, zal geen tijd hebben gehad voor Köln-Dortmund. Maar het filmpje dat hij maakte om mij te bedanken, pakte mij wel. Hij blijft mijn idool. Ik heb wel nog veel contact met een aantal spelers. Wat me dan opvalt: binnen de club blijven ze heel rustig. Terecht, vind ik. Kampioen worden ze misschien niet, maar de top drie kunnen ze zeker nog halen. Standard wordt een nieuwe test, zonder Kompany achterin. Ik kan alleen maar supporteren. Ik speelde dan ook bij Anderlecht vanaf de U11, de club heeft mij als voetballer en als mens gevormd en ik zal hen altijd dankbaar blijven. Indien het zou kunnen, zou ik gaan helpen. Maar dan alleen als ik hier ook kan blijven spelen in Keulen.” (lacht)