Al vijf jaar is Brecht Dejaegere een smaakmaker op het middenveld van AA Gent. De 27-jarige West-Vlaming is zo een ancien geworden van de Buffalo’s. Het buitenland hoeft niet noodzakelijk voor hem. “Mijn familie is belangrijker dan mijn carrière. Voetbal is meer en meer een job geworden.” Een openhartig gesprek over varkens en voetballers, passie en geld en … seks voor de wedstrijd.

Dejaegere is opgegroeid in Handzame, een plattelandsgemeente op de grens van de Westhoek. Hij is zoon van een varkensboer, de tweede van drie zonen. Zijn jeugd, dat was voetballen en werken in de stallen, varkens castreren, noem maar op. Of varkensboer worden dan zijn plan B was, wil ik weten. Hij lacht luid. “Zeker niet. Ik deed dat niet graag. Dat is letterlijk in de stront staan werken. Maar dat zeggen tegen mijn pa, had het omgekeerde effect. Dan moest ik nog meer helpen. (lacht) Ik pluk vandaag wel de vruchten van die opvoeding. Keihard werken en elke dag in de spiegel kunnen kijken, dat waren de waarden bij ons thuis. Als ik papa word, dan wil ik zijn zoals mijn vader. Mijn moeder is ook een formidabele vrouw. Hoe zij dat allemaal voor elkaar kreeg: drie voetballende zonen, een voltijdse job in het ziekenhuis in Oostende, de boekhouding van het bedrijf, de was en de plas. (blaast) Ongelooflijk.”

Dejaegere is een familieman. Dat is de rode draad doorheen ons gesprek, zijn liefde voor zijn vader en moeder, zijn broers, zijn petekindje, zijn vriendin. De soms excentrieke voetbalwereld is zijn habitat niet, bekent hij zonder moeite. “Voetbal is meer en meer een job geworden. Geld speelt een grote rol in die wereld. Ik mis vaak het menselijke aspect. Hein bijvoorbeeld (Vanhaezebrouck, red) is een fantastische trainer, zeker op tactisch vlak. Maar hij vergeet soms dat zijn spelers mensen zijn, en geen pionnen op een schaakbord. Als je wil dat een team goed functioneert, dan moet elk individu zich goed voelen. Ik ben zelf jeugdtrainer in Handzame. Daar, als ik tussen die kinderen sta, is voetbal wel weer een passie.”

Jij hebt weinig plezier beleefd aan je tijd als jeugdspeler, zeg je vaak in interviews.

(knikt) Ik speelde al op mijn zesde voor Club. Dat was te vroeg: te veel druk, en te weinig tijd om kind te zijn. Mocht ik een kind hebben, en Club of Gent klopt op de deur, dan zou ik de boot afhouden. Kinderen van acht krijgen al contracten voorgeschoteld. Ouders worden de kop zot gemaakt. Dat zou verboden moeten worden. Ook mijn vader zette, wellicht onbewust, druk op mij. Dat is het enige dat ik niet zou overnemen van hem. Een kind moet kind kunnen zijn. Ik zou de duiveltjes trouwens op het midden van het terrein laten spelen, en niet aan de zijlijn, zodat de ouders verder staan. En wie negatieve dingen roept, vliegt eruit.

Is het geen half mirakel waar jij vandaag staat? Tot je zestiende stond je nog onder de lat.

Ja en neen. Een doelman in Brugge leerde ook meevoetballen. Toen ik zestien was, was ik te klein en te licht. Dat was een zware klap. Ik had negen jaar alles gegeven. Ik had amper drie trainingen gemist, waarvan twee voor mijn vormsel. Mijn droom viel in duigen. Ik wou terugkeren naar Handzame en gewoon voetballen voor het plezier. Maar mijn pa stimuleerde me om naar Kortrijk te gaan. Daar ben ik omgeschoold tot middenvelder.

“Toen we net kampioen geworden waren, kreeg ik een aanbieding uit Zuid-Korea. Zot was dat. Ik kon er vijf keer meer verdienen.”

Intussen start je aan je zesde seizoen als Buffalo. Je bent hier al kampioen geworden en je hebt Champions League gespeeld. Zie je nog uitdagingen?

Ja, toch wel. Dit jaar moet top drie het doel zijn. Maar ik zou heel graag nog eens kampioen spelen. En persoonlijk wil ik ook op het veld tonen dat ik een ancien ben. De jongeren moeten kunnen opkijken naar mij.

Zegt het buitenland jou niets?

Ik voel me goed in Gent. De supporters hebben mij graag. Ik verdien goed mijn brood. Let op: ik zou een buitenlands avontuur wel eens zien zitten. Maar dan moet het volledige plaatje kloppen. Toen we net kampioen geworden waren, kreeg ik een aanbieding uit Zuid-Korea. Zot was dat. Maar ik heb zelfs niet getwijfeld. Je bent 24. Wat zou je dan gaan zoeken in het Verre Oosten?

Geld?

Ik kon er vijf keer meer verdienen. Maar je moet niet altijd meer willen. Andere aspecten spelen ook mee, het familiale op de eerste plaats. Ik heb mijn familie nodig rondom mij. Voetbal is niet langer het enige in mijn leven. Ik heb mijn mama eens getrakteerd op enkele dagjes Rome. In een etalage zag ik een superschoon horloge. Prijskaartje: 2.500 euro. Koop maar eens, zei mijn mama, het is tenslotte jouw geld. Ik heb getwijfeld, maar ik heb het uiteindelijk niet gekocht. Ik weet wat bijvoorbeeld mijn broer maandelijks moet afbetalen voor zijn woning. Ik zou beschaamd zijn om dan voor hem te zitten met een horloge van 2.500 euro. Dat kan gewoon niet.

Veel mensen zouden niet aan die verleiding kunnen weerstaan.

Dat klopt. Dat is mijn opvoeding. De dag dat je gaat zweven, ga je opnieuw werken in de stallen, zei mijn vader. Als ik een extraatje verdien, geef ik dat liever aan mijn ouders of mijn broers. Zij zouden identiek hetzelfde doen voor mij. Daar ben ik zeker van. Toen ik wat problemen had met Hein, zei ik thuis eens dat ik niet meer graag voetbal. Je moet je schamen, zei mijn pa, kijk eens hoe ik ‘mijn kloten moeten afdraaien’ (West-Vlaams voor keihard werken, red) en voor wat. Hij had gelijk. Ik kan van hem duizend quotes opnoemen. (lacht)

Schuilt er een wereldverbeteraar in jou?

Neen, ik ben geen grote heilige. Ik probeer vooral goed te doen in mijn omgeving.

“Hein is een fantastische trainer. Maar hij vergeet soms dat zijn spelers mensen zijn, en geen pionnen op een schaakbord.”

Wat is de grootste tegenslag in je leven geweest?

(denkt na) Het overlijden van mijn opa. Ik was amper twaalf. Ik was zijn chouchou. Ik vind het héél spijtig dat hij mij nooit heeft zien spelen in eerste klasse. (even stil) Die begrafenis was een vreemde ervaring voor mij. Ik kon weinig wenen. Ik heb het daar nog altijd moeilijk mee. Ik wou dat ik dat verlies intenser beleefd had. Toen kon ik moeilijker mijn emoties uiten. Vandaag kan ik dat wel. Ik probeer die niet meer op te kroppen. (zwijgt even) Ik zou ook mijn knieblessure kunnen noemen als tegenslag. Ik was daarna zes maanden out. Maar dat zou fout zijn. Wat op het veld gebeurt, is relatief in het leven.

Hoe belangrijk is liefde in jouw leven?

Héél belangrijk. Ik moet liefde voelen, van mijn vriendin, mijn familie. Ik ben een romanticus ook. Elke ochtend na vertrek stuur ik mijn vriendin een hartje via Whatsapp. Dat is punten scoren, hoor. (lacht)

Ben je nog steeds gestopt met seks voor de wedstrijd?

Ik heb mijn vriendin een jaar geleden gezegd: ‘schatje, je mag dat niet persoonlijk nemen, maar ik doe dat liever niet meer.’ (lacht) Voordien deden we dat wel eens. Al speelde ik daarom niet minder goed, integendeel. Maar toch. Misschien zit dat in het kopje. Dat is de mythe daarvan, hè. (lacht)

Hoe zie jij je leven na je carrière?

Ik denk daar veel over na. Ik zou wel iets met kinderen en sport willen doen, een bewegingsschool oprichten bijvoorbeeld. Of iets met koken: dat is mijn grote passie. Misschien open ik wel een restaurant. Dát was trouwens mijn plan B mocht het voetbal niet gelukt zijn. Ik zou een koksopleiding gevolgd hebben.

Het sportrapport van Brecht Dejaegere

Als kind was mijn idool …

Gianluigi Buffon. Toen al. En vandaag keept hij nog steeds op het hoogste niveau. Zotjes!

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

De Amerikaanse basketballer LeBron James.

Mijn mooiste sportmoment?

De titel in 2015. Of neen, de eerste keer in die rij staan en de Champions League-hymne horen. Dat was het allermooiste moment. Als kind was dat mijn droom.

Mijn grootste ontgoocheling?

Die kruisbandblessure in maart 2016, vlak voor de play-offs. Ik speelde nooit zo goed als toen.

(foto belga)