De voetballer Carl Hoefkens is niet meer. De krachtpatser heeft zijn lichaam overgenomen. Op anderhalf jaar tijd is hij tien kilogram bijgekomen. Geen vet, alleen spieren. Maar de glimlach is dezelfde gebleven. De 39-jarige Lierenaar is een innemend man. Weinig franjes. Recht voor de raap blikt hij terug op een indrukwekkende carrière.

Hoefkens schreef zijn laatste hoofdstuk als voetballer op het rotseiland Gibraltar. Per toeval. Hij wou na Oostende, in de zomer van 2015, stoppen, en verhuisde met vrouwlief Vanessa en kinderen Milan (14) en Valentina (11) naar Marbella om een nieuw leven op te bouwen. Enkele locals overtuigden hem toch voor Manchester 62 te tekenen. “Lang heeft dat avontuur niet geduurd. Ik was eigenlijk klaar met voetbal. Maar goed, ik nam die uitdaging aan. Voor zes maanden. Dan was het genoeg. Zonder hautain te willen zijn: dat niveau was niets voor mij.” Na zijn carrière legde hij zich intensief toe op Crossfit, een waanzinnige mix van gewichtheffen, atletiek en gymnastiek. Haast dagelijks toont hij op sociale media zijn kunsten. “Dat was de nieuwe challenge die mijn lichaam nodig had. Een ex-sporter moet zijn adrenaline kwijt kunnen. En ik voel dat Crossfit me sterker maakt als atleet én als mens.”

Je woont sinds kort weer in Knokke. Waarom?

Ik wou niet weg uit Marbella. Maar als je ziet dat je kinderen ongelukkig zijn, moeilijk vriendjes maken en school niet tof vinden, dan stopt het. Mijn familie komt op de eerste plaats. Ik ben vijftien jaar getrouwd met Vanessa. Zij heeft al die tijd veel opgeofferd voor mij. Nu is het mijn beurt.

Mis je de voetbalwereld?

Neen, totaal niet. Ik heb zelf de keuze kunnen maken om te stoppen en ik heb dat op het juiste moment gedaan. Nu ik weer in België woon, ga ik wel af en toe wedstrijden zien van Brugge. Dat is mijn club geworden. Aanvankelijk was dat Lierse, maar ik ben die binding verloren na mijn vertrek. Lierse is niet meer die club van toen. Dat vind ik nog steeds spijtig.

Hoe kijk je terug op je carrière?

Ik ben heel tevreden. Ik heb met Lierse titel en beker gewonnen, Champions League gespeeld en ik was één van de jongste internationals (Hoefkens telt 22 caps, red). Dat was een sprookje, hè, zeker voor een jongen uit de streek. De supporters waren mijn buren. Maar ik heb ook de keerzijde meegemaakt. Lierse wou mij naar Trabzonspor verkassen. Maar ik wou niet. Er was twijfel over de bankwaarborg, ik was net getrouwd. Als revanche zei ik wel ja aan het kleine Lommel. Maar het jaar nadien ging die ploeg failliet. Ik was terug bij af. Gelukkig kwam Germinal Beerschot toen op mijn pad. Daarna is het crescendo gegaan: Stoke, West Bromwich, Brugge. Dat ik sterker uit die moeilijke periode ben gekomen, maakt me fier. Net als het feit dat ik nooit voor het geld heb gekozen. Eén keer wel: toen ik van Stoke naar West Bromwich trok. Dat is me niet goed bevallen. Ik had bij Stoke moeten blijven. Ik had een ongelooflijke band met die club. Die grote emotionele verbondenheid voelde ik ook met Beerschot en vooral met Club. Ook dát maakt me fier.

“Cavens was op zijn zeventiende twee keer zo goed als Lukaku.”

 

Met Club won je in vier seizoenen geen enkele prijs. Hoe komt dat?

Als ik één ontgoocheling moet noemen, dan is het dat. Ik kwam naar Club om prijzen te pakken. Wij hadden overvloed aan talent. Denk aan Dirar, Perisic, Bacca, Vadis, Donk. Misschien waren we iets te jong? (zwijgt even) Ik denk vooral dat we toen botsten op de twee sterkste ploegen ooit in de Belgische competitie: het Standard van Jovanovic, Witsel, Fellaini, Mbokani en Dante en daarna het Anderlecht van Boussoufa, Biglia, Van Damme en opnieuw Jovanovic en Mbokani. Als je die namen ziet. (blaast) Die waren nóg beter. Al speelden wij het beste voetbal. De supporters genoten.

Eén keer was er een incident met de supporters, na de pandoering in Bordeaux, waarna je zelfs je aanvoerdersband inleverde.

Dat is een heel spijtig voorval. Wij zaten fout. De supporters floten terecht na die offday. De zondag erop veegden we Cercle van het veld. Een viertal spelers wou revanche nemen en naar binnen trekken zonder de supporters te groeten. Als kapitein heb ik toen beslist om die spelers in bescherming te nemen en in groep naar binnen te gaan. Anders zouden die vier de kop van jut zijn geweest. Maar dat was fout. Dat is uiteindelijk een eyeopener geweest voor ons. Maar goed, dat was eenmalig. Ik onthoud vooral de formidabele klik die ik had en nog steeds heb met al die mensen.

Vind je het niet jammer dat je de Preud’homme-jaren niet hebt meegemaakt?

O ja. Dat heb ik nadien vaak gedacht. Enkele maanden na mijn vertrek kwam hij naar Brugge. Ik heb eens goed gevloekt. Ik had graag met hem samengewerkt. Ik denk dat hij mijn carrière met twee jaar had kunnen rekken.

Wie is de beste trainer uit je carrière?

Christoph Daum bij Club. Met een straatlengte voorsprong. Als die man de kleedkamer binnenkwam, zweeg iedereen. Die heeft gewoon alles. Zie zijn palmares: kampioen in vijf landen. Dat is geen toeval.

 

“Ik heb met drie homo’s samengespeeld, één bij Club en twee in Engeland. Vreemd dat dat taboe blijft.”

En de beste speler?

Ik zal eens verrassen: Jurgen Cavens. Die gast was zó getalenteerd: snel, sterk, toptechniek, in de voeten, in de diepte, een goede laatste pass, doelpunten maken. Ik heb tegen Lukaku gespeeld toen die zeventien was. Wel, Cavens was op die leeftijd twee keer zo goed.

Vijandige supporters waren niet altijd lief voor jou en Vanessa. Zij werd een plastiek pop genoemd. Deed dat pijn?

Eén keer wel. Ik speelde nog bij Lommel. Een tegenstander zei iets heel lelijk over haar. Ik herhaal het liever niet. (zwijgt even) Dat zal ik nooit vergeten. Maar anders, neen. Als supporters over jou zingen, betekent dat dat je iemand bent. Als ze Carl janet zingen, en je weet dat dat niet waar is, dan raakt dat je niet.

In 2012 poseerde jij op de cover van een homoblad. Weinig voetballers doen dat na. Straf.

Ik vind dat niet straf. Ik heb geen seconde getwijfeld. Dat was in een periode van oplopend geweld tegen homo’s. Mijn ouders hebben mij altijd ingepeperd dat elke mens gelijk is, wat zijn geaardheid ook is. Ik vind het vreemd dat homoseksualiteit nog steeds een taboe is in het voetbal. Ik heb met drie homo’s samengespeeld, waaronder één echt grote naam. Zij staken dat niet weg in de kleedkamer. Eén kwam zelfs met zijn vriend naar de training. Maar ze vroegen wel om te zwijgen naar de buitenwereld toe. Vraag me niet waarom.

Waar was dat? Bij Club?

Eén bij Club, een buitenlander, en twee in Engeland. Namen kan ik niet noemen. Ik respecteer de vraag van die spelers. Je kan dat spijtig vinden. Ik hoop óók dat er eindelijk eens een grote speler opstaat en zegt: ik ben homo, so what. Dan kan dat taboe eindelijk verdwijnen. Ik zou het zeker doen mocht ik homo zijn. Vandaag is dat toch algemeen aanvaard in de samenleving? Dit is hét moment.

Hoe zie jij je toekomst?

Ik wil absoluut nog íets doen. Andere mensen beter maken. Dat kunnen topsporters zijn. In Marbella deed ik individuele begeleiding van voetballers op fysiek, mentaal en extrasportief vlak, voeding bijvoorbeeld. Ik had al contacten met spelers van Malaga. Misschien doe ik hier ook zoiets. Of wat Marcel Vets destijds deed bij Lierse: jongeren klaarstomen voor de eerste ploeg. Ik heb veel aan hem te danken. Je moet eens kijken naar de kampioenenploeg van toen: veel jonge gasten, en niet één die ontspoord is. Marcel is een krak. Coach worden zie ik niet zitten. Ik zou liever sporters individueel begeleiden.

 

Het sportrapport van Carl Hoefkens

Als kind was mijn idool …

Lennox Lewis, de bokser. Als kind was ik al gek op thaiboksen.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Cristiano Ronaldo. Die man barst van talent én toont grote werkethiek.

Mijn mooiste sportmoment?

De halve finale van de FA Cup met WBA tegen Portsmouth in een uitverkocht Wembley. We verloren weliswaar, maar ik was man van de match. Kippenvel.

Mijn grootste ontgoocheling?

Eén moment kan ik moeilijk noemen. Maar algemeen: dat ik geen titel heb met Club.

(foto belga)