BRUSSEL Op 1 mei wordt politiechef Catherine De Bolle de grote baas van Europol. Als eerste Belg ooit, én als eerste vrouw ooit. Vooral dat laatste vindt de 48-jarige commissaris-generaal uit Ninove een belangrijk feit. “In alle naïviteit zou je denken dat dat een boost geeft aan andere vrouwen. Maar ik ben al tot inzicht gekomen.”

Sire, er zijn nog Belgen. Catherine De Bolle, commissaris-generaal van de federale politie, is één ervan. In haar kantoor langs de Koningsstraat hangt een groot staatsieportret van Filip en Mathilde. Vorige week mocht ze zelfs op audiëntie, om afscheid te nemen. “Dat was een groot genoegen voor mij. Ik heb de voorbije jaren de koning en de koningin leren kennen als zeer betrokken personen. Ze waren er steeds op de moeilijke momenten. Na de aanslagen bijvoorbeeld. Dat werkt motiverend voor onze mensen. Waardering voelen is zo belangrijk.” Wat verteld is op die audiëntie, wil De Bolle niet kwijt. Dat valt onder het mysterieuze colloque singulier. “Ik kan wel zeggen dat hij mij succes gewenst heeft. De koning is begaan met mijn overstap. Hij heeft mij ook gebeld op 6 december, toen de stemming van de Europese Raad bekend was.”

Op 1 mei verhuist De Bolle naar Den Haag waar het hoofdkantoor van Europol gevestigd is. Tot die tijd handelt ze vooral dossiers af, en geeft ze af en toe een interview. Zo was er onlangs een Japanse krant op bezoek. Die wou meer weten over haar stokpaardje, genderdiversiteit bij de politie.

De zeven kandidaten om u op te volgen als commissaris-generaal zijn allemaal mannen …

(pikt in) Ik weet wat u gaat vragen. Ja, ik vind dat spijtig. Dat zijn vast en zeker allemaal mannen met grote kwaliteiten. Maar het bewijst opnieuw dat onvoldoende vrouwen zich geroepen voelen om een hoge functie uit te oefenen. Ik ben de eerste vrouwelijke commissaris-generaal in dit land. In alle naïviteit zou je denken dat dat een boost geeft aan andere vrouwen. Maar ik ben tot inzicht gekomen: er is meer nodig om vrouwen te stimuleren.

Wat stelt u voor?

Een organisatie moet minstens een actieplan voor genderbalans hebben. Wij hebben dat intussen. Ik pleit voor streefcijfers, tot op het niveau van de directie. Quota vind ik te absoluut. Ik geloof meer in een groeipad. Vrouwen moeten ook meer geloven in zichzelf. Een vrouw vraagt zich af of ze een hogere functie wel zal aankunnen. Een man zegt: ik doe mee. Dat klinkt stereotiep, maar ik voel dat zo aan. De combinatie werk-privé blijkt nog steeds vooral voor vrouwen een obstakel.

Is het u gelukt, die combinatie?

Ja, maar je hebt een goed netwerk nodig, privé én professioneel. Mijn man heeft ervoor gekozen meer thuis te zijn zodat ik meer kon werken. Die keuze moet je als koppel maken.

Bent u een feministe?

Neen. Ik ben niet radicaal, ik ga ook niet betogen. Ik mag dat trouwens niet in mijn functie. (lacht) Ik hou niet van dat woord, omdat het iemand in een vakje duwt. Ik ben wel een voorvechter van gelijke kansen. (zwijgt even) Als ik terugblik op mijn zes jaar als commissaris-generaal, dan is die genderbalans het mindere punt. Ik had gehoopt om verder te staan. Het aantal vrouwelijke hoofdcommissarissen is wel verdrievoudigd, maar in absolute cijfers zitten we nog maar aan negen procent. Dat is te weinig.

“We moeten naar een cultuuromslag. Een onderzoeker moet informatie zien als onze informatie en niet als zijn informatie.”

Was 22 maart 2016 de moeilijkste dag in die zes jaar?

Ja. Er is een tijdperk vóór 22 maart en een tijdperk na 22 maart. Dat was natuurlijk in de eerste plaats een zware dag voor de slachtoffers, maar ook voor ons, ja. Ik heb toen drie weken aan een stuk gewerkt. Ik was zelden thuis. Pas daarna heb ik tijd genomen om dat emotioneel te verwerken. Dat is iets vreemd. Je gaat die dag zelf en de dagen daarna zeer rationeel aan de slag. Je denkt alleen aan je werk. Je moet de situatie onder controle krijgen, de noodhulp starten en de daders opsporen.

Die aanslag kwam niet onverwacht.

Dat klopt. Velen verwachtten iets. Het jaar voordien was er de actie in Verviers. We wisten toen wat de intenties én de mogelijkheden waren van de terroristen. Maar toch. (zwijgt even) Je bent nooit helemaal voorbereid op een aanslag van die omvang.

Welke les hebt u daaruit getrokken?

De grootste les voor mij is het belang van technologie in een onderzoek. We hebben de ontsnapte dader kunnen pakken aan de hand van videobeelden. We hebben daar dus goed gebruik van gemaakt. Een tweede les is het belang van informatiedeling.

Een oud zeer.

Dat klopt. Maar dat is een complexe zaak. Er zijn strikte regels en barrières voor het delen van informatie. Die zijn ook nodig. Anderzijds moeten we wel naar een cultuuromslag. Maar dat vraagt tijd. Een onderzoeker moet informatie zien als onze informatie en niet als zijn informatie. Dat moet een permanent aandachtspunt zijn. We zetten wel stappen vooruit. Staatsveiligheid, leger en politie houden nu permanent overleg via verbindingsofficieren. Dat is een goede zaak. Dat de parlementaire onderzoekscommissie een gemeenschappelijke databank voorstelt over foreign terrorist fighters is ook een stap vooruit.

“De genderbalans is het mindere punt. Ik had gehoopt om verder te staan.”

Hadden die aanslagen kunnen voorkomen worden mits een betere informatiedeling?

Dat kan je niet weten. Je kan een aanslag ook niet uitsluiten. Wie dat denkt, is naïef. Veiligheid is geen exacte wetenschap. Je moet ook weten dat al onze diensten op dat moment met een tekort aan personeel zaten. Dat komt het analysewerk niet ten goede. Ik ben blij dat de politiek op dat vlak een ommekeer heeft ingezet. Op veiligheid mag je niet besparen. Veiligheid is geen verworven goed.

Waarom stelde u zich kandidaat om Europol te leiden?

Ik vind dat een fantastische organisatie. Ik geloof heel hard in Europese samenwerking. Dat verlicht het werk van de politiediensten in de lidstaten. Ik kom trouwens uit een lidstaat die ervaring heeft met grensoverschrijdende fenomenen zoals terreur, hacking van bedrijven, drugs en mensensmokkel. Dat zijn de domeinen van Europol. Ik denk dat ik daarom een meerwaarde kan zijn. Ik heb op het terrein gewerkt. Ik weet dus waarover ik spreek.

U kwam als eerste uit de examens. Toch stak ook premier Charles Michel (MR) een pluim op zijn hoed. “Dit is ook voor de Belgische diplomatie een mooie overwinning”, tweette hij.

Dat was terecht. Zonder de steun van de Belgische diplomatie zou ik dit niet geworden zijn. Het is niet voldoende om als eerste uit de examens te komen. Je moet ook diplomatiek aanvaardbaar zijn voor alle landen. Zij zijn tenslotte de afnemers van de diensten van Europol.

Wat doet Europol weer?

Europol is geen politiedienst. We voeren geen onderzoeken en we doen geen arrestaties, verhoren of huiszoekingen. Europol werkt altijd in steun van de lidstaten. We analyseren informatie, we kunnen experten sturen en we hebben ook een cybercrimecentrum. Cruciaal is natuurlijk dat de lidstaten hun informatie delen.

Is dat opnieuw het pijnpunt?

Daar moet nog aan gewerkt worden. Lidstaten hebben nu de plicht om informatie over te maken. Er is ook politieke monitoring. Europol deelt jaarlijks in het Europees parlement én in de nationale parlementen welk land welke informatie uitwisselt.

“Ik was centimeters te klein”

U bent straks de Britten kwijt. Is dat een groot verlies?

Op vlak van veiligheid is nauwe samenwerking met Groot-Brittannië noodzakelijk. Ik hoop dus dat de Europese Unie een goed samenwerkingsakkoord kan afsluiten. Wat daarin staat, moet de politiek uitmaken. Ik kan alleen maar zeggen dat Groot-Brittannië een belangrijke leverancier is van informatie aan Europol en dat ze dat hopelijk ook in de toekomst zal blijven.

Waarom wou u destijds bij de rijkswacht gaan?

Vanuit een groot ideaal. Ik geloof in een rechtvaardige samenleving en zag de rijkswacht als de behoeder daarvan. Er waren ook twee kleine triggers. Ik was twaalf jaar toen een rijkswachter mij eens tegenhield omdat ik zonder lichten op mijn fiets reed. In plaats van een grote boete, gaf hij uitleg over het belang van lichten. Dat heeft indruk op mij gemaakt. Het Heizeldrama was een tweede trigger. Ik zag op televisie een oproep aan alle politiemensen om zo snel mogelijk naar Brussel te komen om te helpen. Die solidariteit trof mij.

Waarom hebt u Rechten gestudeerd?

Dat was een plan-B. Ik was enkele centimeters te klein om rijkswachter te worden. Gelukkig heeft minister Miet Smet (CD&V) die regels enkele jaren later aangepast. Vandaag ben ik blij dat ik eerst Rechten heb gestudeerd. Die opleiding is een meerwaarde voor mijn job.