Brussel – Dat ze even in shock was na 26 mei. Dat haar partij moet dúrven verjongen. Dat een nieuwe regering géén A- en B-burgers mag creëren. Dat Bart De Wever de federale regeringsvorming ernstig moet nemen. Fasten your seatbelts, want voor het eerst in maanden treedt CD&V-boegbeeld Hilde Crevits nog eens naar buiten.

Het is stil in het Hendrik Consciencegebouw aan Brussel-Noord. Of toch op de zevende verdieping, het kabinet van de minister van Onderwijs. Vakantie, inderdaad. Niet zo voor de minister. Hilde Crevits moet paraat blijven voor de regeringsvorming. Ze spreekt rustig en bedachtzaam. Weet wat ze zegt én wat ze niet zegt. Het zijn penibele tijden voor haar partij, na de zware nederlaag van 26 mei. CD&V kon nog amper vijftien procent van de Vlamingen overtuigen, een historisch dieptepunt. Desondanks wenkt een nieuwe regeringsdeelname in Vlaanderen. Het partijbureau gaf maandagochtend groen licht voor onderhandelingen met N-VA en Open VLD. Een coalitie van losers, liet Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken al noteren. Crevits zucht. “Dat is weer die taal van die partij, hè.”

Heeft hij geen punt? De drie regeringspartijen zijn afgestraft door de kiezer, maar doen toch vrolijk verder.

Ik zit hier niet vrolijk te wezen, hoor. Het verlies van mijn partij doet mij ontzettend veel pijn. Maar Tom Van Grieken vergeet één iets. Zijn partij heeft 18 procent van de stemmen. Een regering heeft een meerderheid nodig. Wij hebben die, en ruim zelfs: 70 van de 124 zetels, als ik mij niet vergis.

Was het een moeilijk partijbureau?

Neen, dat niet. Het heeft wel lang geduurd. Veel volk, veel vragen. Uiteindelijk hebben Wouter (Beke, de voorzitter, red.) en ik unaniem het mandaat gekregen om te onderhandelen op basis van de startnota van informateur Bart De Wever. Het partijbureau heeft geoordeeld dat daar voldoende zuurstof in zit voor onze partij. Maar die nota is niet te nemen of te laten. We gaan nu ernstig onderhandelen.

Waarom wil u weer in zee met N-VA, na jarenlang gekibbel?

De kiezer heeft de kaarten zo geschud. Deze drie partijen hebben een comfortabele meerderheid. Ik ben het trouwens niet eens met uw uitgangspunt. In de Vlaamse regering hebben wij góed samengewerkt. Oké, er waren incidenten, spierballengerol, maar daar bleef het bij. We hebben op álle dossiers akkoorden bereikt, ook op onderwijs. Alleen het loopbaanpact voor leerkrachten is niet af, maar dat had veel te maken met het federale debat over de zware beroepen. Dat wordt trouwens een belangrijk dossier voor de volgende regering. (denkt even na) Wat ik wél wil, is een grondig uitgewerkt regeerakkoord dat weinig ruimte laat voor interpretatie.

Liep het daar de vorige keer fout?

Ik ga een voorbeeld geven. De vorige federale regering had expliciet afgesproken om de werkloosheidsuitkering niet te beperken in de tijd. Plots kwam dat toch weer op tafel. Natuurlijk ontstaan er dan discussies. Je kan dat mijn partij niet verwijten. Daarom is een helder regeerakkoord cruciaal. Dat voorkomt dergelijke ruzies.

“Ik had twintigduizend stemmen meer dan vijf jaar geleden. Niet slecht voor een loser, hè.”

Wou u ook geen ander taalgebruik van N-VA?

Ik hou van hoffelijkheid in de politiek. Van mening verschillen mag, dat is zelfs waardevol, maar dat moet hoffelijk gebeuren. Dat was vorige legislatuur niet altijd zo. Dat is inderdaad aan bod gekomen in onze gesprekken met Bart De Wever en Jan Jambon. Ik heb vastgesteld dat zij die bekommernis delen. Dat stemt mij tevreden.

Laten we de startnota eens bekijken. Kan uw partij laten passeren dat nieuwkomers anders behandeld worden dan eigen burgers?

Wat bedoelt u daarmee?

Nieuwkomers zouden voortaan zes maanden moeten wachten op kinderbijslag en vijf jaar op sociale voordelen.

Wij willen geen A- en B-burgers. Dat moet héél duidelijk zijn. Elke maatregel moet ook passen binnen de Europese wetgeving. Dat moet óók heel duidelijk zijn. Maar verder kan wat ons betreft gedebatteerd worden daarover. Het is trouwens nu al zo dat mensen vijf jaar moeten bijdragen aan de Vlaamse zorgverzekering vooraleer ervan te kunnen genieten. (even stil) Weet u: ik heb drie lessen getrokken uit de verkiezingsuitslag. Mag ik even uitweiden?

Ga uw gang.

Ik geloof ten eerste dat mensen meer nabijheid willen. De wereld is een dorp geworden, maar niet iedereen is mee in die globalisering. De overheid moet daarom voldoende dichtbij blijven. We moeten zorgen dat we niet raken aan de dienstverlening. Ten tweede moet een regering voldoende sociaal zijn. Daar is werk aan de winkel. We hebben de mensen gevraagd om langer te werken, maar we hebben onvoldoende duidelijk gemaakt hoe ze dat moeten doen. Het debat over de zware beroepen bijvoorbeeld is niet uitgeklaard. De energiefactuur is een andere zaak. We hebben onderschat hoe zwaar die weegt op een gezinsbudget.

En de derde les?

Dat zijn die rechten en plichten voor nieuwkomers. Veel mensen vinden dat de balans doorslaat in de richting van de rechten. Dat evenwicht moet beter. Ik wil daarin meegaan.

“Die interne bevraging is elementair. Ook als de analyse hard is. We moeten aan de slag met de aanbevelingen.”

Nieuwkomers viseren om de kiezer te paaien: mag ik dat zo lezen?

(feller) Néén. Wij willen een inclusief Vlaanderen en ik begrijp van Open VLD en N-VA hetzelfde. Maar we mogen wel iets verwachten van nieuwkomers. Véél zelfs, op voorwaarde dat de nieuwkomer ook beter wordt van die maatregelen. De taal leren bijvoorbeeld. Wie de taal spreekt, zal makkelijker werk vinden.

Wordt een nieuwkomer ook beter, als die zes maanden moet wachten op kinderbijslag?

(ontwijkend) Dat is een ander debat. We hebben afgesproken om discreet te blijven over de onderhandelingen. Ik ga hierover geen uitspraken doen.

Hebt u eigenlijk nagedacht over samenwerking met Vlaams Belang?

Neen. Vlaams Belang is een extreme partij met extreme ideeën. Wij gaan daar nooit mee samenwerken. Zie alleen al die propaganda op sociale media: alles en iedereen beschimpen. Ik vind dat niet normaal.

Maar maatregelen overnemen, is minder een probleem?

(blaast) Ziet u dat zo? Wij maken een project voor Vlaanderen, niet voor of tegen Vlaams Belang. Het kan zijn dat daarin maatregelen zitten die ook door Vlaams Belang goedgekeurd worden. Dat zijn daarom geen Vlaams Belang-maatregelen.

U hebt maandenlang gezwegen na de verkiezingen. Waarom?

Iedereen was in shock na de uitslag. Ik ook. Mijn partij heeft een zware klap gekregen. Ik was nochtans wél tevreden met mijn persoonlijke uitslag. Ik had twintigduizend stemmen meer dan vijf jaar geleden. (fijntjes) Niet slecht voor een loser, hè. Maar het resultaat van mijn partij was niet goed. Dat heeft pijn gedaan. Het zou ongepast zijn om dan naar buiten te komen met grote analyses. Wij wilden ons bescheiden opstellen.

Hendrik Bogaert en Pieter De Crem kwamen wel naar buiten.

Dat is hún keuze geweest. Ik zou dat voor mezelf not done gevonden hebben.

Volgt u de kritiek van De Crem dat de partij te links is geworden? Hij pleit voor een radicale koerswijziging.

Neen, ik vind zelfs niet dat wij links zijn. Pieter was trouwens altijd voorstander van het rechten- en plichtenverhaal. Ik denk dat hij vooral moeite heeft met de perceptie dat wij enkel aan de kant van de rechten zouden staan. Ik deel die zorg: er moet een evenwicht zijn. Maar dat betekent geen radicale koerswijziging.

“Ik zie drie uitdagingen: meer nabijheid, meer sociaal beleid en een eerlijk rechten- en plichtenverhaal.”

Een regeerakkoord onderhandelen middenin een existentiële crisis, is dat geen handicap?

Dat gaat te ver. De partij zit niet in een existentiële crisis, vind ik. We gaan wel moeten dúrven vernieuwen en verjongen. Net zoals Yves Leterme mij destijds een grote kans heeft gegeven, gaan wij vandaag ook jongeren kansen moeten geven. Maar het ene sluit het andere niet uit. Een partij kan vernieuwen en tegelijk mee regeren. Twaalf mensen, ik noem ze onze twaalf apostelen, werken momenteel aan een uitgebreide evaluatie van de partij. Dat zou in september klaar moeten zijn. Dan kunnen we vooruitkijken.

Een eerste rapport is al gelekt in De Standaard en is hard. Het gaat over onderling wantrouwen, favoritisme, enzovoort.

Dat is nog niet het eindverslag. Kijk: die interne bevraging is voor mij elementair. Ook als de analyse hard is. Met de aanbevelingen moeten we aan de slag. Alleen zo kunnen we de toekomst maken. Ik wil daar zeker mee mijn schouders onder zetten.

Gaat u die vernieuwing leiden als voorzitter?

Ik ga nu geen uitspraken doen over mijn toekomst. Dat zou héél ongepast zijn. Mijn persoonlijke ambities zijn ondergeschikt aan het partijbelang. Ik méén dat. Ik heb uiteraard veel nagedacht de voorbije maanden, ook over het profiel van de nieuwe voorzitter. Ik heb veel goesting om de komende jaren een belangrijke rol te spelen in de partij. Maar ik weet nog niet in welke rol. Eerst het regeerakkoord.

Of toch opnieuw minister van Onderwijs?

(lacht) Ik hoor N-VA overal verkondigen dat zij dat departement wil. Neen, ik ga geen uitspraken doen. Wie welk departement krijgt, is trouwens voor de onderhandelingstafel.

“Ik wil een grondig uitgewerkt regeerakkoord dat weinig ruimte laat voor interpretatie.”

Iets anders. Bent u nog boos op de zuil?

Die had ik niet zien aankomen. (lacht) Ik dacht dat u dat al vergeten zou zijn. (nipt van haar thee) Gemberthee, goed voor mijn maag. (denkt na) Ik ga eerlijk zijn: ja, ik was heel ontgoocheld. En boos. Dat klopt.

ACV-topman Marc Leemans spaarde uw partij niet tijdens de campagne. Hij sprak over de knoeiboel van de regering en riep zelfs op om voor anderen te stemmen.

(knikt) Dat is hard aangekomen. Dat heeft pijn gedaan.

Hebt u daarom gezwegen op Rerum Novarum?

Ik heb gezwegen, ja. (even stil) Ook daarom. Ik ben ook maar een mens, hè. Ik kan ook eens kwaad zijn. Maar ik sluit niet uit dat ik volgend jaar wel opnieuw ga spreken op Rerum Novarum. Ik heb ontzettend veel respect voor het middenveld. Dat is niet veranderd na de uitspraken van Marc Leemans. De politiek heeft een sterk middenveld nodig. Vakbonden zijn onontbeerlijk voor goede akkoorden. Nu, we hebben intussen enkele goede gesprekken gevoerd. We zullen zien wat dat wordt.

Moet de band tussen partij en zuil herbekeken worden?

Dat zal deel uitmaken van de evaluatie, ja. Het mag duidelijk zijn dat de vakbond geen onderdeel is van de partij en omgekeerd. Dat hoeft ook niet. De vakbond moet zijn rol spelen als drukkingsgroep. Maar brandhout maken van alles, dat is niet ernstig.

Terug naar de startnota. Daarin staat dat de provincies afgeschaft worden.

(pikt in) Dat is geen standpunt van mijn partij. Wij geloven in het nut van de provincies. Dat zal dus voer voor debat zijn. Maar ik ga hier geen breekpunten lanceren.

Wat vindt u eigenlijk van die Vlaamse canon? Academici vrezen voor politici die geschiedenis willen schrijven.

En ze hebben gelijk. Ik vind historisch bewustzijn heel belangrijk. Dat zit nu ook vervat in de nieuwe eindtermen van het secundair onderwijs. Wat is dan nog de meerwaarde van die canon? Maar goed, ik wil dat gesprek onbevangen voeren. Ik vind het trouwens goed dat de nota fierheid op Vlaanderen uitstraalt. Maar dat mag niet doorslaan in navelstaarderij.

Er komt ook een museum over de Vlaamse geschiedenis.

Wáár komt dat museum? Dát wordt het grote debat. (lacht luid) Dat mag in Torhout, hoor. We hebben al een schoon kasteel. (plots ernstig) Maar de essentie van een goed regeerakkoord zal daar niet zitten. Ik heb u net gezegd dat ik drie uitdagingen zie: meer nabijheid, meer sociaal beleid en een eerlijk rechten- en plichtenverhaal. Ik wil positieve antwoorden zien op die domeinen. Alleen dan kunnen wij in een nieuwe regering stappen.

Went het al om Jan Jambon met minister-president aan te spreken?

(lacht) Dat is de keuze van N-VA. Wij hebben daar niets op aan te merken. Bart De Wever heeft gezegd dat hij zich volop wil concentreren op de federale formatie. Ik juich dat toe. Ik hoop ook dat hij dat meent. Ik verwacht van N-VA dat ze die federale formatie ernstig neemt de komende weken.

Ziet u nog mogelijkheden? Deze Vlaamse coalitie lijkt de deur te sluiten voor élke federale coalitie.

Ik geloof dat niet. Een spiegelcoalitie kan nog steeds, maar het is ook geen wetmatigheid dat dezelfde partijen in de Vlaamse en de federale regering moeten zetelen. Het is nu aan N-VA, en zeker ook aan PS, om ernstig werk te maken van een federale regering. Dat zijn de grootste partijen. Zij moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Anders gaan we naar nieuwe verkiezingen. En dat is absoluut mijn wens niet. De mensen hebben gestemd. De politiek moet daarmee aan de slag.