WAASMUNSTER – Chris Van Puyvelde (59) woont sinds enkele dagen met zijn vrouw en jongste zoon in Peking. Het gevolg van een opvallende transfer: hij ruilde zijn job als technisch directeur bij onze voetbalbond voor dezelfde functie in China. “Maar ik zal er lang niet hetzelfde gaan doen. Ik ben er de allereerste technische directeur ooit, dus start ik vanaf nul. Dat is een enorme uitdaging in een land met meer dan een miljard inwoners”, vertelde Chris kort voor zijn vertrek. Ik zwaaide mijn oud-collega uit met de nodige portie nostalgie en herinneringen.

We kennen elkaar al lang, onder meer toen we elkaar met respectievelijk Anderlecht en Club Brugge bekampten. Bovendien zijn we streekgenoten. Door een blessure moest Chris er al op jonge leeftijd de brui aan geven, toen hij in eerste provinciale bij Wetteren voetbalde. De door het spelletje geobsedeerde Waaslander gooide het over een andere boeg: het trainersvak. “Ik geef al training sinds mijn negentiende. Jij hebt me zelfs nog geholpen met mijn eindwerk voor de trainersschool, Aimé. Weet je nog?”, herinnert Chris me aan lang vervlogen tijden. We kwamen elkaar toen wat later tegen bij Lokeren, waar ik trainer was. Chris werd er mijn assistent. Zijn trainingen waren van het hoogste niveau. Na Chris’ passage bij Aalst volgde een glorieperiode die menig voetballiefhebber zich zonder twijfel herinnert: vijf jaar lang vormden Chris en Trond Sollied een geoliede tandem bij Club Brugge. Uiteindelijk werkte het duo tien jaar samen, met ook Heerenveen, Olympiakos en AA Gent op het cv.

Hoe zijn Sollied en jij ooit bij elkaar terechtgekomen?

Ik heb Trond een eerste keer ontmoet in Noorwegen, bij Tromso, toen ik bij Aalst zat. Rune Lange, die we later naar Club haalden, speelde daar ook trouwens. We gingen er aan het praten en een tijdje later kreeg ik geheel onverwachts telefoon van hem, met de boodschap dat hij naar België kwam. ‘Zak eens af naar Aalst’, zei ik hem. We aten samen, met alles erop en eraan. Ik hoorde nadien dat hij dan eigenlijk in ons land was om te tekenen bij AA Gent.

Sollied bleef amper een jaar bij de Buffalo’s. Nadien zijn jullie samen naar Club Brugge getrokken. Hoe kijk je daarop terug?

Bij Club kende ik vijf prachtige jaren. We speelden twee keer kampioen, wonnen twee keer de beker en speelden Champions League. Ons geheim? Trond en ik zijn twee verschillende persoonlijkheden, met onze eigen ideeën. En dat werkt, zolang je correct blijft. Je moet elkaar aanvullen en op die manier versterken. Met een jaknikker als assistent ben je niets. En bovendien is Trond een slimme man. Dat maakt van hem een hele goeie trainer. We zien en horen elkaar nog regelmatig. Tien jaar samenwerking, dat wis je niet zomaar uit. Ik heb hem alvast veel succes gewenst bij zijn nieuwe job in Lokeren.

“Uiteraard was geld een drijfveer. Maar zonder mijn gezin zou ik nooit vertrekken.”

Na het ontslag bij Heerenveen stopte jullie samenwerking plots. 

(pikt in) Onlangs zei hij me nog: ‘we hadden toen nooit uit elkaar mogen gaan’. Waarom dat is gestopt? Dat was geen bewuste keuze, dat gebeurde gewoon. Hij is naar het Midden-Oosten getrokken en ik kon aan de slag gaan bij de Topsportschool. Ik combineerde dat met een job als sportief adviseur bij de Pro League. In het voetbal kun je nooit echt voorspellen waar je volgende stap ligt.

Na je functie bij de Pro League wachtte de KBVB, met als hoogtepunt de derde plaats op de wereldbeker. Dat moet een geweldige ervaring geweest zijn?

Als je ziet hoe we achteraf werden onthaald in Brussel. Dat was ongelooflijk. Noem me één sport of gebeurtenis die zoiets kan teweegbrengen. Iedereen was Belg. Of ik het nog jammer vind dat we geen wereldkampioen zijn geworden? Dat wil ik zo niet bekijken. We waren er dicht bij, ja. Maar details tellen ook mee. Kampioen worden, daar heb je ook wat geluk voor nodig. En ik word nog altijd liever winnaar van de troostfinale dan verliezer van de grote finale. Deze bende Rode Duivels zijn echte vrienden en dat was het geheim. Geloof me vrij, zij komen echt niet voor het geld spelen bij de nationale ploeg. Heb je tijdens het WK trouwens één negatief geluid horen waaien uit het Belgische kamp? Nee, want dat was ook niet nodig. En met vijftig man aan staf en spelers is dat geen evidentie.

Nu wacht China. Hoe is het eerste contact er eigenlijk gekomen?

Dat is zo’n 3,5 jaar geleden gestart. Ex-makelaar René Vijt belde me op. Hij had enkele keren samengezeten met de Chinese voetbalbond (CFA, red.). De Chinezen begrepen maar niet hoe een landje van amper elf miljoen inwoners zo’n jeugdopleiding kan hebben. Terwijl zij met meer dan een miljard zijn en dat maar niet van de grond komt. Ik ben dat er enkele keren gaan uitleggen en tonen, onder meer in een trainersschool. Ik toonde ze bijvoorbeeld dat je plezier moet maken op een trainingsveld. Zij zijn dat totaal niet gewoon. Het zijn trouwens de trainers die de doorslag hebben gegeven om mij uiteindelijk aan te werven.

“Ik toonde de Chinezen dat je plezier moet maken op een trainingsveld. Zij zijn dat niet gewoon.”

Kan je je werkwijze van hier zomaar kopiëren naar daar?

Nee, je kunt niets kopiëren. Het professionele voetbal heeft daar niets van ondersteun. Daarmee bedoel ik vooral een gestructureerde jeugdopleiding. Ik ben er de allereerste technische directeur ooit, dus start ik vanaf nul. Dat is een enorme uitdaging in een land met meer dan een miljard inwoners. Er worden op verschillende plaatsen en manieren voetballertjes opgeleid, maar er zit geen lijn in. Het is de bedoeling dat ik de eerste maanden observeer om een plan te maken. De FIFA heeft gezegd dat ze wachten om het Chinese voetbal te ondersteunen, tot er een duidelijk plan is. Dat is mijn taak.

Je laat hier een leven achter, onder meer je twee oudste kinderen. Hoe zwaar is dat?

Dat zal niet gemakkelijk worden, maar het is ook niet onoverkomelijk. We zullen drie keer per jaar naar België komen. Er zijn ook genoeg technologische mogelijkheden om elkaar te zien. Mijn oudste zoon Tim heeft een zoontje, Jules, amper twee maar al een echt voetballertje. Een linkspoot trouwens. Die kan al sjotten, hoor. Mijn dochter Jozefien is 21 en woont samen met haar vriend. We zullen elkaar missen, maar weet je, uiteindelijk is het maar tien uur vliegen. Als je in je auto stapt, rij je in diezelfde tijd naar het zuiden van Frankrijk.

Je andere zoon Emiel en vrouw Tina gaan wel mee. Waren zij makkelijk te overtuigen?

We zijn eerst gaan kijken waar we konden wonen, alvorens te beslissen. Emiel is net twaalf geworden. Hij is nogal een avonturier zoals zijn vader. Emiel maakt heel snel vrienden. Hij zei onlangs: ‘Als ik op mijn school twintig verschillende nationaliteiten zal leren kennen, dan zijn dat twintig landen waar ik later vrienden kan gaan bezoeken.’ Dat is tof. Emiel zal er perfect Engels leren en ook Chinees kunnen volgen. Dat zal hem later enorm vooruit helpen. Zijn ingesteldheid was heel belangrijk, want mocht hij niet gewild hebben, dan zouden we dit niet doen. Let op, ik wil alles niet mooier voorstellen dan het is. Er zullen ook moeilijke momenten zijn, wanneer hij misschien zal willen terugkeren. Maar nu heeft hij er erg veel zin in. Tina deed hier aan personal coaching en moet dat opgeven, maar ze ziet dit als een opportuniteit. Ze gaat zich in China met twee dingen bezighouden: zich verdiepen in de Chinese geneeskunde en een boek schrijven. Kijk, er waren voor mij drie elementen belangrijk. Op één: de job. Is dat een uitdaging? Uiteraard. Op twee was er mijn gezin. Zij moesten dit willen. En drie: geld. Je moet daar niet flauw over doen, ik zal daar meer gaan verdienen. Maar dat gaf niet dé doorslag. Mocht ik daar vier jaar alleen moeten gaan zitten zonder gezin, dan zou ik het niet doen. Ik kan dat niet. Maar het is ook zo: mocht ik er hetzelfde verdienen als in België, dan was de deal ook niet doorgegaan. Of ik schrik heb? Bijlange niet. Met schrik kom je nergens. Een leeuwentemmer met schrik wordt opgegeten.

(foto Ivan Ruck)