De laatste keer dat Royal Antwerp FC Europees voetbal speelde, is een kwarteeuw geleden. In de spits stond toen Cisse Severeyns, maker van maar liefst 259 doelpunten in 623 wedstrijden. Vandaag scoort de 51-jarige Kempenaar in het vastgoed.

Er was een tijd dat Europees voetbal haast jaarlijkse traditie was op de Bosuil. We spreken over de jaren tachtig en negentig. De meest illustere campagne was die van 1992-1993. Walter Meeuws stond toen aan het roer. De Great Old schakelde Glenovan FC, Admira Wacker, Steaua Boekarest en Spartak Moskou uit vooraleer in de finale te stranden tegen de Italiaanse topclub Parma van Faustino Asprilla, Tomas Brolin en Georges Grün. We schrijven 12 mei 1993. Een kleine twintigduizend Antwerpenaren staken de plas over naar Wembley. Dat was trouwens de laatste keer dat een Belgische club een Europese finale behaalde.

“Ik word nog wekelijks aangesproken over die wedstrijd”, vertelt Severeyns (51). “Cisse, ik was erbij. De mensen zijn fier daarop, hoor.” Parma bleek echter een maatje te groot. Het werd 3-1. “En toch hadden we kunnen winnen. Toen het 2-1 stond, kregen ook wij kansen. Die kopbal van Wim Kiekens bijvoorbeeld. Die zit acht op de tien keer binnen. Het is pas op het einde dat zij de 3-1 scoren.”

“Meeuws had Svilar in de goal moeten zetten, en niet Stojanovic”, zei toenmalig voorzitter Eddy Wauters aan Belga Sport. “Dán hadden wij gewonnen.” Akkoord?

(blaast) Stojanovic gaat in de fout, ja. Maar was dat niet gebeurd met Ratko? Dat kan je niet zeggen. Dat is té makkelijk achteraf. Ik begreep waarom Meeuws voor Stojanovic koos. Die jongen was gewoon sterk bezig. Dan verander je niet. Neen, ik vind dat flauwe kritiek.

Mag ik het überhaupt een mirakel noemen dat Antwerp in die finale stond?

(lacht) Absoluut. Elke ronde was legendarisch. We konden élke keer uitgeschakeld worden, zelfs tegen het kleine Glenovan. Hét mirakel was tegen het grote Spartak Moskou. We verliezen daar met 1-0 en komen thuis na drie minuten 0-1 achter. Dan is het voorbij. Maar we slaan terug. (enthousiast) We scoren één keer, twee keer, en dan krijgt Onopko rood. Onterecht. Czernia werd weliswaar aangetikt, maar door iemand anders. Wij krijgen penalty, en het staat 3-1. Vergeet niet dat Onopko één van de beste spelers van de wereld was. De Bosuil daverde. Ik herinner mij elke minuut.

Ook de persconferentie de dag na de finale was heroïsch.

Ik was er bij. Dat was een grote domper op de feestvreugde. Dat was een ongezien theaterstuk. Wauters haalt daar plots uit naar Meeuws (omdat die al voor Gent zou getekend hebben, red.). Zoiets doe je niet op een persconferentie. Dat leek op een afrekening. (zucht) Onbegrijpelijk dat dat kon gebeuren op de mooiste dag in de historiek van Antwerp.

“Ik viel af voor het WK, omdat Weber genaturaliseerd was. Dat heeft pijn gedaan.”

Jij hebt, volgens Wikipedia, 259 doelpunten gescoord op 623 wedstrijden. Klopt dat?

Oei. Dat kan. Ik weet dat niet van buiten. Ik weet wel dat ik er 151 gescoord heb in de Belgische competitie. Niet mis, hé. (knipoogt)

De stifter was jouw handelsmerk. Van wie heb je dat geleerd?

Van niemand. Dat is een grappig verhaal. Ik heb een zogenaamd os trigonum. Dat is een botje te veel op mijn rechterenkel. Ik kon daardoor mijn voet niet volledig strekken. Ik kon dus moeilijk zuiver naar de goal trappen. Ik móést wel plaatsen of stiften. Elk nadeel heeft zijn voordeel, hè. (lacht)

Eén keer kon je niet scoren. Dat was dat seizoen in de Serie A met Pisa. Je speelde nochtans 26 wedstrijden. Hoe was dat mogelijk?

Dat is raar, hè. Ik was net twintig geworden. Ik wou eigenlijk niet vertrekken bij Antwerp. Maar het voorstel van Wauters was belachelijk laag voor iemand die net topschutter geworden was. Bon, dan kwam Pisa. Ik was wellicht te jong voor die overstap. Ik leefde tot die dag onder de vleugels van moeder en vader. Zat er mij iets dwars, dan ging moeder naar boven, en kwam vader een klapke doen. Die geborgenheid was ineens verdwenen. Ik moet dat gemist hebben. Anderzijds was misschien ook de druk te hoog. Dat was de Serie A, hé. Ik was daar trouwens wél even topschutter in de beker, samen met Mario Been en Alessandro Altobelli. We werden pas in de halve finale uitgeschakeld tegen het Napoli van Maradona.

Waarom heb je nooit een groot tornooi meegemaakt met de Rode Duivels?

Ik was daar één keer dichtbij. Dat was in 1994. Ik behoorde tot de laatste 25 voor het WK in Amerika. Ik was de laatste die afviel. Waarom? Omdat Weber genaturaliseerd was, zeker? Ik kan geen andere reden bedenken. Dat heeft pijn gedaan. Dat is een gemis. Ik heb zeven keer voor de Rode Duivels mogen spelen, en ik beschouw dat als hoogtepunten op mijn palmares.

Jij hebt achtereenvolgens voor Antwerp, Pisa, KV Mechelen, opnieuw Antwerp, Tirol, Germinal Ekeren, Germinal Beerschot, Westerlo en Kapellen gespeeld. Welke club heb je meest in je hart gesloten?

(resoluut) Antwerp. Ik heb daar álles mogen meemaken. Dat is mijn club. Ik ben dit seizoen een achttal keer gaan kijken. Het is opnieuw genieten. Bölöni levert écht goed werk. Hij slaagt erin zijn team op resultaat te doen spelen. Dat is niet evident. Onderschat ook de rol van D’Onofrio niet. Hij kan dankzij zijn breed netwerk grote namen naar de club halen. Het doet me écht goed. Deze club, met stamnummer één en díe supporters, verdient het gewoon om in eerste klasse te spelen.

Kan Europees voetbal nog ontsnappen?

Áls de top vier Europees speelt, dan mag dat niet meer ontsnappen, neen. Dat zou héél speciaal zijn. Ook de derde plek is mogelijk. Ik heb er alvast goede hoop op. De laatste keer was in 1994, hé. Tegen Newcastle. We werden toen kansloos uitgeschakeld (5-0 en 5-2, red.).

Hoe is het leven vandaag voor jou?

Goed. Ik heb een tweede passie gevonden in immobiliën. Ik werk al meer dan tien jaar als makelaar voor Janssen en Janssen. Ik zit nu op kantoor in Lille. Ik geniet daarvan. Maar mijn grote geluk wordt gemaakt door mijn twee kleinkinderen. Die zijn nu zes en drie. Grootvader worden, vind ik het summum.

Je voetbalt ook nog, niet?

Jawel. In het arbeidersvoetbal. Het voorbije seizoen was ik helaas vaak geblesseerd. Ik voel de slijtage. Maar als ik fit kan blijven, trap ik er nog vijftien tegen de netten, hoor. (lacht)

SPORTRAPPORT

Mijn mooiste sportmoment?

Dat doelpunt op Wembley, uiteraard. Ik was even weg van de wereld. Maar ik moet ook een doelpunt tegen Anderlecht noemen. Dat was in 1988. We winnen met 2-0. Ik begon nochtans op de bank. Ik kom in, lig aan de basis van de 1-0 en scoor zelf de 2-0. Dat was óók een ongelooflijk moment. Ik was als kind supporter van Anderlecht.

Mijn grootste ontgoocheling?

Zeventien keer een operatie moeten ondergaan. Dat is een grote smet op mijn carrière. Anderzijds moet ik ook hier Wembley noemen. Velen waren blij daar te staan. Ik niet. Ik wou winnen. (foto Ivan Ruck)