“In zekere zin ben ik waarschijnlijk onsterfelijk.” Het is maar één van de uitspraken die voetballegende Johan Cruijff zich eigen maakte. Sinds gisteren mag het woord ‘waarschijnlijk’ gerust weggelaten worden. Cruijff had al tijdens zijn leven de status van legende verworven, maar blijft ook na zijn door zeker en vast onsterfelijk. En dat heeft niet altijd met zijn onwezenlijk talent voor de bal te maken.

Zelf ben ik wat te jong om de volbloed Amsterdammer in zijn glorieperiode aan het werk te hebben gezien. Maar uiteraard heb ik, net als zovelen, vaak de beelden gezien. Beelden van een balkunstenaar met een nodige dosis koppigheid en een ongelooflijk spelinzicht. Een geboren leider met een ijzeren hand.

Al zal El Salvador (‘De Verlosser’) bij heel wat mensen ook herinnerd worden om zijn typische uitspraken. De zegswijzen, een unieke blend van voetbaljargon en Amsterdams dialect, werden zelf zo typerend dat het taaltje een eigen naam kreeg: het Cruijffiaans. Voor de ene geniaal, voor de andere dan weer klinkklare onzin. Een beetje het gezonde boerenverstand door de mond van een voetballer. De volgende tien willen we je alvast niet onthouden:

“Ieder nadeel heb zijn voordeel.”

“Als wij de bal hebben, kennen zij niet scoren.”

“Voordat ik een fout maak, maak ik die fout niet.”

“Voetbal is simpel, maar simpel voetballen blijkt vaak het moeilijkste wat er is.”

“Als je niet ken winnen, moet je zorgen dat je niet verliest.”

“Voetbal is een spel van fouten. Wie de minste fouten maakt wint.”

“Ik ben overal tegen. Tot ik een besluit neem, dan ben ik ervoor. Lijkt me logisch.”

“Je moet schieten anders ken je niet scoren.”

Italianen kennen niet van je winnen, maar je ken wel van ze verliezen.

“Simpel is het moeilijkst.”

Dat de uitspraken van het Orakel van Betondorp – Cruijff kreeg die bijnaam al vroeg in zijn carrière, daarmee verwijzend naar de Amsterdamse wijk waar hij opgroeide – niemand onbewogen lieten, bewees cabaretier Joop Vissers. Hij pende een vijftal jaar geleden het nummer ‘Voetbal‘ bijeen. De tekst bestaat nagenoeg enkel uit citaten van Cruijff.