ANTWERPEN Komende zaterdag kampt Delfine Persoon voor de ultieme wereldtitel in New York. Als iemand weet wat dát betekent, dan is dat Daniella Somers, achtvoudig wereldkampioene. De 54-jarige Antwerpse is de grondlegger van het vrouwenboksen in ons land.

Boksclub The Bulldogs, Bredabaan, Merksem. We schrijven woensdagvoormiddag 11 uur. Veel jonge gasten in de zaal, van allerlei allooi. Ze krijgen pompoefeningen opgelegd. In een hoek wordt een man van middelbare leeftijd afgepeigerd door een kwieke blondine. Het is Daniella Somers, zie ik al snel. De boksvedette wordt binnenkort 55, maar oogt nog even scherp als vanouds. “Dat is maar schijn”, lacht ze. “Ik voel dat mijn lichaam ouder wordt. Maar boksen blijft mijn leven. Dit is passie, hè. Elke dag ben ik met boksen bezig.”

De sport bóómt, benadrukt ze. Haar club, vooral gespecialiseerd in thai- en kickboksen, heeft sinds oktober zelfs een wachtlijst voor de jeugd. “Wij zijn méér dan een sportclub. Wij doen eigenlijk aan buurtwerking. Je ziet dat ook in de zaal vandaag, dat de diversiteit groot is: alle culturen en religies komen boksen. De ene komt om wereldkampioen te worden, de andere om fit te blijven, en nog een andere om zijn agressie te kanaliseren. Wij zijn vaak complementair aan wat psychologen doen. (lacht)”

Heeft de populariteit ook te maken met Delfine Persoon?

Natuurlijk. Je kan dat niet los zien van elkaar. Delfine is een rolmodel. Zij zorgt ervoor dat de sport in de media komt. Dat is een voorwaarde om te groeien. Dat zorgt eveneens voor belangstelling van sponsors.

Zaterdag kampt zij in Madison Square Garden tegen olympisch kampioene Katie Taylor. Waarom is die kamp zo uniek?

Omdat dat de wereldkampioenen zijn van de verschillende bonden. Deze kamp zal uitmaken wie de állerbeste is. All or nothing. Dat gebeurt helaas maar zelden. Elke kampioene blijft graag op haar troon zitten. Ook managers houden die boot liever af. Dat heeft dan met het financiële te maken. Ze bouwen liever eerst spanning op door te kampen tegen janneke en mieke. Al speelt geld in het vrouwenboksen weinig rol. Vrouwen verdienen omzeggens niets in vergelijking met mannen.

Maakt Persoon kans?

Ik zet mijn geld op Delfine, ja. Ik voorspel een kamp tussen twee stijlen. Katie is meer technisch en tactisch, Delfine is meer kracht en druk. Ze moet vooral haar eigen stijl aanhouden, zich niet aanpassen. Ik hoop héél hard dat ze wint. Dan gaan de mensen eindelijk beseffen welke grote kampioene zij is.

De kamp is in Amerika. In wiens voordeel is dat?

Wellicht in het voordeel van Taylor. Zij is een Ierse. In New York is er een grote Ierse community. Onderschat dat niet. Boksen is helaas ook een jurysport (zie kader, red). Ik denk Delfine haar tegenstander KO zal moeten slaan. Als dat niet gebeurt, is ze afhankelijk van de jury, voornamelijk Amerikanen, wat in het voordeel van Taylor kan zijn.

Jouw eerste wereldtitel was in Las Vegas in april 1995. Valt dat te vergelijken?

Neen. Voor mij was dat héél groot. Maar dat was het niet voor de buitenwereld. Vrouwenboksen was toen nog verboden in België, of toch deze discipline, het Engels boksen. Het is mijn manager, Johnny Van Velthoven, die enkele jaren daarna de federatie heeft kunnen overtuigen om dit te erkennen. Wij zijn de pioniers, en ik ben daar héél fier op.

Wat weet je nog van die kamp?

Álles. Dat was tegen de Noorse Helga Risoy. Ik kreeg drie weken op voorhand een telefoon. Of ik voor de wereldtitel wou vechten. Dat was schrikken. Ik vocht niet in deze discipline. Ik was wel al wereldkampioene kickboksen en full contact, maar Engels boksen is toch iets anders. Het grote verschil is dat de voeten niet mogen gebruikt worden. We zijn dan drie weken keihard gaan trainen. Met succes. Na twee ronden lag Risoy knock-out. Ik was de eerste wereldkampioene boksen.

Daarna ben je met Don King in zee gegaan, de legendarische manager van Muhammad Ali.

(knikt) Ik heb drie jaar met hem gewerkt. Al zag ik hem weinig, hoor. Het was vooral zijn zoon die mijn Amerikaanse zaken behartigde. (mijmerend) Was ik een Amerikaanse vrouw, dan had mijn leven er anders uitgezien. Ik bleef dat meisje van over de plas. Ik was financieel nooit écht interessant. Playboy-model Mia St. John kreeg voor haar eerste kamp één miljoen dollar. Ik kreeg voor mijn wereldtitel geen duizend dollar. Dan weet je het wel. Ik vond dat Amerikaanse avontuur vooral een rariteitencircus.

“Boksen is helaas ook een jurysport. Ik denk Delfine haar tegenstander KO zal moeten slaan.”

Hoe is boksen op jouw pad gekomen?

Via mijn broer. Ik was al negentien en werkte in de horeca. Ik wou een sport die compatibel was met mijn vlottende uren. Hij deed aan thaiboksen. Ik was meteen verkocht. Boksen is niet zomaar kloppen op elkaar. Het is gebruik maken van lichaam én hersenen. Ik vergelijk het met schaken. Je moet een zet doen, soms gokken, én goed kunnen inschatten welke zet de tegenstander zal doen.

Werkte jij anders nog steeds in de horeca?

Dat is goed mogelijk, ja. Ik heb een apart verhaal. Mijn vader is gestorven toen ik elf jaar was. Kanker. Een grote klap. Hij was mijn grote held. (even stil) Ik heb dat nooit kunnen aanvaarden. Mijn moeder kwam alleen te staan, met vier kinderen. Toen ik twaalf was, moest ik naar de hotelschool. Ik wou liever naar de sportschool, maar dat vond mijn moeder geen goed idee. Mijn rapporten waren niet goed genoeg.

Was zijn overlijden een motivatie voor jou?

Ik denk dat wel. Ik ga meer zeggen: was hij niet zo vroeg gestorven, dan was ik wellicht geen wereldkampioene geworden. Zijn overlijden heeft mij harder gemaakt.

Jij was ook na je carrière een rolmodel. Je outte je na twintig jaar huwelijk als holebi. Was dat een moeilijke strijd?

Neen, toch niet. Ik ben verliefd geworden op een vrouw, en dat was het. De gevechten die ik als vrouw in een mannenwereld moest leveren, waren zwaarder dan dat. Ik was wel bang voor de reacties van mijn naasten, mijn zoon, mijn moeder, noem maar op. De rest kon mij niet schelen. Uiteindelijk is dat allemaal goed gekomen. Zelfs op de club heeft niemand negatief gereageerd.