Dany Verlinden openhartig: “Ik hoor vaak boegeroep”

708
foto belga

BRUGGE Dany Verlinden is een blauw-zwart icoon in de traditie van Jan Ceulemans: hondstrouw, nuchter, zonder tierlantijntjes, maar met een palmares om ú tegen te zeggen. Vandaag is de 55-jarige Brabander keeperstrainer aan de ‘overkant’, van Cercle Brugge dus. Eén week vóór de derby praat hij ongeremd over zijn leven en carrière.

Aan de vooravond van zijn 41ste verjaardag stopte Dany Verlinden met voetballen. Hij werd meteen keeperstrainer van Club Brugge, waar hij zestien seizoenen onder de lat stond, vijf titels pakte, vijf bekers ook, en Europees hoge toppen scheerde. In 2012, na de komst van Georges Leekens als trainer, werd hij er aan de deur gezet. Na omzwervingen in Saoedi-Arabië en Tunesië volgde Verlinden halfweg 2015 zijn toen 16-jarige zoon Thibaud naar Stoke City. “Hij wou iemand mee. Een pleeggezin zag hij niet zitten. Dat was geen evidente keuze. Mijn vrouw en mijn andere zoon, Justin, bleven in Koksijde wonen. Gaandeweg heb ik mijn draai gevonden. Iets later dan verwacht, mocht ik er ook de doelmannen trainen.”
Vorige zomer, drie jaar later dus, klopte Cercle plots op zijn deur. Of hij twijfelde? “Ja en neen. Ik wou terug naar België, terug thuis wonen. Thibaud zou net negentien worden, en kon zijn plan wel trekken. Zei hij. (lacht) Anderzijds denk je toch even na. Oei, Cercle. Zou ik dat wel doen? Maar lang heeft dat niet geduurd. Als de club daar geen problemen mee heeft, waarom zou ik dat dan hebben?”

De vereniging, bedoel je.

Ja, ik weet het. Ik durf nog eens te missen. (lacht)

Ben je al aanvaard door de supporters?

(aarzelend) Mja, wellicht niet. Of toch niet door allemaal. Op wedstrijden hoor ik boegeroep. Vaak zijn dat jongeren die mij nooit hebben zien spelen. Nu, ik kan begrijpen dat die mensen rivaliteit voelen voor Club. Maar ik ben geen Bruggeling, hè. Ik heb die rivaliteit nooit gevoeld. Wij speelden tegen de grote clubs voor de titel. Dat waren mijn rivalen, niet Cercle.

Wat dacht je toen die supporters een open brief schreven waarin stond dat je nooit welkom zou zijn? Zoiets moet pijn doen?

Plezant was dat niet. (even stil) Maar heb ik daarvan wakker gelegen? Ook niet. Ik doe mijn job zo goed mogelijk. Ik denk dat iedereen op Cercle tevreden kan zijn. Ik voel me hier ook goed. Maar enkele fans zullen mij nooit aanvaarden. Dat is zo.

Je bent natuurlijk een Club-icoon.

(droog) Ik ben helemaal géén icoon. Ik heb altijd mijn job proberen te doen. Dat is álles.

Heb jij je kinderdroom waargemaakt?

Ja. Élk kind dat voetbalt, wil ooit prof worden. Ik ben op mijn tiende begonnen in Ourodenberg. Iemand zette mij onder de lat, en ik ben daar blijven staan.

Uit welk gezin kom jij?

Een typisch Vlaams gezin: vader werken, moeder thuis. Geen grote praters. Was iets slecht, dan kregen we dat te horen. Was iets goed, dan werd er gezwegen. Op mijn twaalfde kon ik naar Anderlecht. Ik wou dat niet, omdat ik dan op internaat zou moeten, in het Frans. Mijn vader regelde even later een test in Lierse. Ik mocht gaan. Toen is een nieuw leven begonnen. Je jeugd is eigenlijk voorbij. Je wordt verwacht alles op te offeren voor het voetbal. Je doet dat ook, omdat dat je passie is.

Ik voel me goed op Cercle. Maar enkele fans zullen mij nooit aanvaarden

Je bent Lierse lang trouw gebleven. Pas op je 25ste trok je naar Club. Hoe was dat?

Dat was een grote stap. Gelukkig kende ik de Caje al van in Lier (Ceulemans, red). Dat gaf een vertrouwd gevoel. Nu, ik heb grote ogen getrokken, hoor. Ik kwam daar terecht in een groep vrienden. Houwaart was toen trainer. Die mannen deden alles samen. Na de wedstrijd een pint, op maandag een supportersavond: ik was dat allemaal niet gewoon. Je schrikt daar wel van. Dat lag mij ook niet echt. Maar ik móest mee. Ik zat eens met Franky Van der Elst in een klein cafeetje. Eenmaal binnen, sloten ze de deur. We zaten daar vast tot een gat in de nacht.

Straks zeg je dat je daar pinten hebt leren drinken.

Dat was ook écht zo. Ik had nog nooit een pint gedronken. Toen ik de eerste keer een waterke bestelde, zei Luc Beyens: doe dat weg, dat is voor de vissen. Dan leer je het wel. (lacht) Een unieke groep was dat, ongelooflijk eigenlijk.

Die 0-1-zege in San Siro in 2003 tegen het grote AC Milan, was dat je meest memorabel moment op het veld?

Wellicht wel. Net als de 0-0 daar in 1990. Die wedstrijden blijven bij. Ik heb in de competitie misschien betere wedstrijden gespeeld, maar die onthoud je niet. Die overwinning was een mirakel. We ontsnappen in het begin enkele keren aan een tegendoelpunt. Daarna pak je enkele ballen, en begin je iets te voelen. Op de eerste counter scoort Mendoza een ongelooflijk doelpunt. Buitenkant links. Op training had hij er zo vijftig óver de draad getrapt. (lacht) Als dat allemaal gebeurt, voel je dat een mirakel mogelijk wordt.

‘Doe dat weg, water is voor de vissen’, zei Luc Beyens. Dan leer je wel pinten drinken

Wou jij nooit eens proeven van het buitenland?

Ik heb nooit een aanbieding gekregen. Dat waren andere tijden, hè. De club was baas. Het Bosmanarrest is pas van 1995. Ik was toen al 32. Gelukkig heb ik als trainer wél in het buitenland mogen werken. Dat voelt dus niet als een gemis. Ik kan terugblikken op een mooie carrière. Dankzij Sollied heb ik die zelfs kunnen rekken tot mijn veertigste. Zijn trainingen waren op mijn maat gemaakt.

Je bent nooit doorgebroken bij de Rode Duivels. Steekt dat?

Neen, niet echt. Ik moest opboksen tegen Preud’homme, Bodart, De Wilde, Vande Walle, noem maar op. Ik heb mij daar nooit druk in gemaakt. Ik heb toch één cap en vooral twee WK’s op mijn palmares.

Waren die doelmannen écht beter, Preud’homme uitgezonderd?

(blaast) De verschillen zullen klein geweest zijn. In die tijd speelde ook het communautaire een rol. Misschien was dat in mijn nadeel. Eén keer had ik móeten spelen. Dat was in 2003 tegen Kroatië. Vandendriessche kreeg toen zijn kans (België verloor met 4-0, red). Ze hadden mij beter voor de leeuwen gegooid, zelfs al was dat in mijn nadagen.

Wou jij na je afscheid niet eens iets anders doen in je leven?

Ik kon meteen keeperstrainer worden. Ik heb dus niet moeten nadenken. Als je 24 jaar in die wereld zit, daar graag in werkt, en je kan daarin verder, dan doe je dat.

Wat als je Vlaams parlementslid was geworden?

Dat heeft niet veel gescheeld, hè. Mja, dat zou een moeilijke keuze zijn. Misschien had ik wel voor de politiek gekozen. Dat was in 2009. Ik zat toen in de gemeenteraad voor Open VLD. Die wereld boeide mij wel. Helaas scoorde de partij niet goed. Anders had ik die zetel.

Hoe zie je je toekomst?

Ik zou graag nog enkele jaren voortdoen. Mijn contract loopt in juni af. Ik hoop dat de vereniging tevreden is over mij, en de samenwerking verder wil zetten. Ik sta daarvoor open, want ik voel me goed hier.

Volgende zondag is er de derby Cercle-Club. Is dat speciaal voor jou?

Ik wil graag nog eens een derby winnen. Dát zou speciaal zijn. (lacht)

Heb jij écht geen blauw-zwart bloed meer?

Neen, mijn bloed kleurt groen-zwart vandaag. Cercle is mijn werkgever, en ik wil altijd het beste voor mijn werkgever. Zelfs wie de titel wint, maakt mij niet veel uit. Genk zou dat verdienen, op basis van de resultaten én het spel. Ik zou dat Philippe Clement ook gunnen. Dat zou mij minstens evenveel plezier doen dan Club die kampioen speelt.

Ben je nog boos over je ontslag als keeperstrainer daar?

Neen, dat is verteerd. Ik ben niet rancuneus. Oké, dat is tóen hard aangekomen. Ik heb het daar lastig mee gehad. Dat geef ik toe. Maar ik weet hoe de voetbalwereld werkt. De dag dat je als trainer je contract tekent, denk je best al aan je ontslag.

sportrapport

Als kind was mijn idool …

Christian Piot, doelman van Standard. Veel stijl, weinig tierlantijntjes.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Delfine Persoon. Wat zij allemaal moet doen om te presteren. (blaast)

Mijn mooiste sportmoment?

Mijn afscheidswedstrijden: eerst thuis tegen Lierse, héél emotioneel, en daarna op de Heizel de Beker winnen van Beveren. Je kan alleen maar dromen van zo’n afscheid.

Mijn grootste ontgoocheling?

Gerets misschien. Hij wou een andere keeper. Ik ben toch gebleven en hij is bijgedraaid. Wie hem een beetje kent, weet dat dat een grote opoffering moet geweest zijn.