BRUSSEL – Dedryck Boyata is een kind van Congolese ouders. Zijn jeugd was weinig rooskleurig. Het voetbal was zijn reddingsboei. Eerst Man City, later de Rode Duivels. Maar de 28-jarige Brusselaar was nooit onomstreden. Voor één keer laat de rijzige verdediger in zijn ziel kijken.

De uitschakeling in de Nations League was hard, maar doet weinig af van het fantastische jaar van de Rode Duivels én van Boyata. “Ik voel me beter dan ooit bij de nationale ploeg”, zegt hij. “Mijn status is veranderd: ik ben nu deel van het team. Een last is van mijn schouders verdwenen. Het WK was héél belangrijk voor mij. Ik heb de twijfelaars eindelijk kunnen overtuigen. Ik heb mijn kans gekregen én gegrepen. Dat is een opluchting. Al weet ik dat de vraagtekens blijven. Dat is de story of my life. Ik laat me niet snel opjagen.”

We hebben afspraak in de buurt van Brussel, waar Boyata is opgegroeid. Hij ziet er relaxed uit. Hij wil zijn verhaal wel eens vertellen. “Mijn ouders hebben elkaar leren kennen in Brussel. Ze zijn allebei van Kinshasa. Mijn moeder is naar hier gestuurd om te studeren, mijn vader om te voetballen. Dat klinkt mooi, maar dat was het niet. Ze hebben harde tijden gekend. Ik ook, als kind.”

Ben jij in armoede opgegroeid?

Dat was geen extreme armoede, maar toch. (even stil) Wij hadden het niet breed. Je familie steunen, is heilig in de Congolese cultuur. Dat is een mooi principe, maar kan ook zwaar wegen. Van mijn vader werd verwacht dat hij veel geld zou verdienen. Falen was geen optie. Hij voetbalde bij Union, tweede klasse toen. Dat is natuurlijk het grote geld niet. Hij combineerde daarom twee jobs. Toen hij stopte met voetballen, ging ook het bedrijf waar hij werkte failliet. Dat was een zware klap en zorgde voor stress thuis. Ik herinner mij de vele telefoontjes vanuit Congo om geld op te sturen. Mijn vader worstelde daarmee: hij had ook een gezin te onderhouden. Hij kon niet voor iedereen goed doen.

Hoe heb jij die stress ervaren?

Dat was niet makkelijk. Mijn ouders vertelden niet alles. Ze wilden mij en mijn twee zusjes daarbuiten houden. Je voelt natuurlijk wel iets. (zwijgt even) Gelukkig werkte mijn moeder ook. Zij is nu al 25 jaar verzorgster in een ouderentehuis.

Wat wou jij worden als kind?

Ik had weinig grote dromen. Wij woonden in Evere, aan de grens met Schaarbeek. Dat was een rauwe buurt voor kinderen. Ik zou nooit terug willen. Veel criminaliteit. De verleiding is er groot om met foute jongens op te trekken. Wie daar opgroeit, moet sterk op zijn benen staan. Ik heb er velen zien opgepakt worden door de politie.

“Ik herinner mij de vele telefoontjes vanuit Congo om geld op te sturen. Mijn vader worstelde daarmee.”

Jij ook?

Neen. Ik kende mijn grenzen. Dat is dankzij mijn ouders. Zagen ze mij met foute vrienden, dan sleurden ze me mee naar huis. Mijn vader heeft mij geïnspireerd om te voetballen. Mijn moeder vond dat eerst geen goed idee. Welke toekomst zou ik hebben? Ik was al elf toen ik mocht aansluiten bij een club. Maar prof worden, was nooit mijn droom.

En dan word je nog eens weggestuurd bij Anderlecht.

Ik was dat alweer vergeten. (lacht) Ik mocht één training testen. Ik was veertien, zeker? Dat was… wauw. De kleren lagen klaar in de kleedkamer. Ik was zoiets niet gewoon. Dat was zó groot allemaal. Dit wordt te hard, zei ik aan mijn vader. Ik was niet klaar voor die stap.

Op je vijftiende trek je wel naar Man City.

Ik wou dat eigenlijk niet. Wat zou ik daar gaan uitspoken? Ze hadden mij gezien op een jeugdtornooi. Toen ze een eerste keer belden, legde ik de telefoon neer. Mijn vader verklaarde me gek. (lacht) Gelukkig belden ze terug. De eerste maanden waren écht moeilijk. Je kent niemand. Je mag enkel studeren en trainen. Ontspanning bestaat niet. Je moet Engels leren spreken. En dan dat eten: vreselijk. (lacht luid) Ik hield alleen van het ontbijt. Worst, spek en eieren: ik wist niet eens dat dat bestond.

Kwam je niet elk weekend naar huis?

Neen. Dat mocht alleen in de schoolvakanties. Ik woonde daar in een huis met twee andere spelers. Gelukkig reed mijn vader elk weekend veertien uur heen en terug met zijn vrachtwagen om mij te zien spelen.

Waarom zette je toch door?

Wie een keuze maakt, moet volharden. Eens ik vrienden leerde kennen, verliep de aanpassing wel beter.

Je volharding heeft geloond. Vandaag verdien jij in tegenstelling tot je vader wél goed geld als voetballer. Hoe ga je daarmee om?

Heel chill. Ik heb die Congolese cultuur ook in mij. Ik voetbal niet alleen voor mezelf. Ik wil iets teruggeven aan mijn ouders. Ondanks alles heb ik een goede opvoeding gekregen. Zij kunnen nu ook een beter leven leiden. Mijn vader heeft een eigen transportbedrijf. Ik voetbal ook voor mijn vrouw. We zijn vorig jaar getrouwd. (straalt) Ik hou zó van haar. Ik ben dankbaar in deze positie te mogen zitten.

“Ik weet dat de vraagtekens blijven. Dat is de story of my life.”

De voetbalwereld is ook glamour. Wringt dat niet, wetende vanwaar jij komt?

(droog) Dit is een fake wereld. Voetballers genieten een status die eigenlijk onterecht is. Ik weet wat mijn moeder moet doen voor haar loon. In vergelijking daarmee verdienen voetballers te veel geld. Maar ik blijf weg van dat fake gedoe. Dat is door mijn achtergrond én mijn parcours. Ik was geen grote ster op mijn achttiende. Ik ben dat nog altijd niet. Ik heb moeten knokken. Ik denk ook veel na. Te veel wellicht. Als iets goed gaat, denk ik aan de volgende valkuil. Soms mag ik ook genieten, zegt mijn vrouw dan. Gelukkig is ook zij heel down-to-earth.

Na negen jaar met ups en downs en enkele uitleenbuurten verliet je City in 2015 voor Celtic Glasgow. Was dat noodzakelijk?

Ja. Ik had die stap zelfs vroeger moeten zetten. Maar ik bleef hopen ooit een vaste waarde te worden. Onder Mancini kreeg ik mijn eerste kansen. Ik was toen negentien. Na dat seizoen kon ik naar Everton. Dat had ik moeten doen. City werd elk jaar groter en groter. Dat maakt het niet makkelijk voor een jeugdspeler om door te groeien.

Deze zomer kon je opnieuw hogerop, maar Celtic liet je niet gaan. Is dat al verteerd?

(aarzelend) Dat was hard. Dat ga ik niet ontkennen. Maar alles gaat weer goed vandaag. Ik speel elke wedstrijd. We zien wel wat de toekomst brengt. Ik probeer daar niet te veel over na te denken.

Als je één droom mag waarmaken in het voetbal, welke is dat?

Een groot tornooi winnen met België. Na wat we op het WK toonden, is de Europese titel zeker mogelijk. Frankrijk was niet beter. Die ontgoocheling zal nooit verdwijnen. Ik wou die wereldtitel winnen. Maar dat tornooi biedt wel perspectief. Dit team is het sterkste waar ik ooit in speelde, beter dan dat van City zelfs.

Jij kon ook voor Congo spelen. Waarom heb je neen gezegd?

Ik had toen al voor België gespeeld. Dat was dus geen optie meer.

Zou je het anders overwogen hebben?

Ja, natuurlijk. Ik ben geboren in België, en hou van dit land, maar ik voel me Congolees. Ik ga dat niet wegstoppen. (zwijgt even) Een keuze maken zou moeilijk geweest zijn. Ik ben België heel dankbaar, hoor, écht. Maar Congo is het land van mijn ouders. Dat is mijn bloed. Ik ga er in juni met mijn vrouw op reis. Zij is er nog nooit geweest.

Jij wel?

Eén keer, met mijn vader. Ik was nog kind. Hij trok ernaartoe met koffers vol ballen en ander materiaal. Ik voel ook de morele plicht om zoiets te doen.

Weet jij al wat je na je carrière gaat doen?

Neen. Wellicht keren we terug naar België. Of naar Engeland. We hielden echt van het leven daar. Maar onze familie woont in België. Dat zal wellicht de doorslag geven. Maar wat ik ga doen? (zucht) Mijn vrouw stelt ook zo’n vragen. Wat heb jij buiten voetbal? Ze heeft gelijk. Een voetballer wordt opgeslorpt in een cocon. Je weet niet wat daarbuiten gebeurt. Dat is niet goed voor mij.

Het sportrapport van Dedryck Boyata

Boyata in duel met Rashford op het WK in Rusland. (foto belga)

Als kind was mijn idool …

Ronaldo, de Braziliaanse spits. Ik vond hem fenomenaal.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

LeBron James. Ik ben gek op de NBA. Ik zou wel eens een dag willen ruilen met die mannen. Ik hou ook van de Amerikaanse way of life.

Mijn mooiste sportmoment?

Het WK in Rusland. Drie wedstrijden in de basis staan, en mee helpen aan de kwalificatie voor de tweede ronde.

Mijn grootste ontgoocheling?

Ik heb twee jaar geleden het EK moeten missen door een blessure. Dat was keihard.

(foto belga)