Mousa Dembélé is méér dan een voetballer. Grote bewondering heeft hij voor Elon Musk, het genie van Tesla. Zijn ultieme droom is een basisinkomen voor iedereen. Spiritualiteit en religie zijn belangrijke kapstokken in zijn leven. Wij hebben een opmerkelijk gesprek met de onnavolgbare middenvelder van de Spurs en de Rode Duivels.

 

Mousa Dembélé spreekt liefst met de voeten. Interviews doet hij zelden. Voor deze reeks maakt hij een uitzondering. De 31-jarige Antwerpenaar zit er ontspannen bij, ook al loert het WK om de hoek. Stress is niets voor hem. Zijn wereld is ook breder dan voetbal alleen. Neem zijn antwoord op de vraag voor wie hij grote bewondering heeft. “Ik noem liever niet iemand uit de sportwereld. Ik kijk niet zo op naar sportfiguren. Ik heb grote bewondering voor Elon Musk van Tesla. Die man is een genie. Hij is zó vooruitstrevend. Dat bewonder ik in mensen. Hij verandert de toekomst in positieve zin.”

Dembélé denkt zelf ook al eens na over een betere wereld. Al waarschuwt hij meteen. “Maak van mij geen allesweter. Dat ben ik niet. Ik heb ook niet gestudeerd. Maar ik ben wel geïnteresseerd. Ik kijk, lees en denk na. Dat is ook iets.” (lacht) Eén van zijn dromen is een universeel basisinkomen, zegt hij. “Een profvoetballer verdient goed geld. Niet iedereen heeft die luxe. Dat houdt mij wel bezig. Armoede vind ik fundamenteel onrechtvaardig. Elke mens heeft een talent. Maar niet iedereen kan dat talent benutten. Financiële zorgen kunnen in de weg staan. Ik denk dat een basisinkomen kan zorgen voor vrijheid in het hoofd van de mensen. Wie zich geen zorgen hoeft te maken om eten voor zijn kinderen, kan zich op zijn talenten concentreren.”

Heb jij ooit armoede ervaren?

Neen. Mijn ouders moesten wel keihard werken om alles geregeld te krijgen. Mijn vader exporteert banden en andere auto-onderdelen naar Afrika. Mijn moeder is kunstenares, zij schildert. Wij hadden het niet breed. Maar zij gaven veel liefde. Dat maakte alles goed. Ik weet wel wat armoede is. Mijn vader is van Mali afkomstig. Hij is in de jaren zeventig naar België gevlucht. Wij gingen vroeger op vakantie naar zijn vaderland. Daar heb ik die andere kant gezien. Die reizen hebben mij veel wijzer gemaakt. Als mijn kinderen wat ouder zijn, wil ik hen ook het leven in Afrika tonen.

Hoe was het opgroeien in Antwerpen voor iemand met een andere huidskleur? Toen jij kind was, scheerde het Vlaams Blok er hoge toppen.

Ik heb racisme meegemaakt. Ik ga bijvoorbeeld zelden uit. Dat zal wellicht een gevolg zijn van vroeger. Ik ben vaak geweigerd aan de ingang van de discotheek. Dat was geen prettig gevoel. Ik vond dat zo onrechtvaardig. Als ik een discotheek op honderd meter nader, voel ik nog dat gevoel opborrelen.

Hoe reageerde je daarop?

Ik heb nooit gereageerd met haat. Als je dat doet, beland je in een negatieve spiraal. Ik heb dat altijd proberen te plaatsen. Dat heeft mijn moeder mij geleerd. Zij sprak veel met mij. Zij legde mij uit waarom mensen racistisch zijn. Dat kan het gevolg zijn van een negatieve ervaring. Dat praat dat natuurlijk niet goed. (zwijgt even) Ik probeer te begrijpen, hoe moeilijk dat soms ook is. Ik ben blij dat ik een halfbloed ben. Ik kan mij inleven in het hoofd van blank én zwart. Mijn ouders hebben er altijd op gehamerd eerst naar jezelf te kijken en ervoor te zorgen dat jouw ziel proper is. Dat is wat ik probeer te doen.

Is onze nationale ploeg het beste middel tegen racisme?

Zeker. Ik ben in de allochtone gemeenschap opgegroeid. Veel jongeren daar zijn hun geloof in de toekomst kwijt. Ze berusten erin dat ze nooit iets zullen bereiken. De jongens van de nationale ploeg tonen het tegendeel. Wie hard werkt en zijn talent benut, kan wél de top bereiken. Ras of religie doet er niet toe. Dat werkt inspirerend. Maar voetbal is maar één aspect. Ook op andere domeinen moeten rolmodellen opstaan. Londen staat wat dat betreft verder dan Antwerpen. Je ziet op alle niveaus mensen van diverse achtergronden, in het bedrijfsleven, in de politiek, noem maar op.

Ik vind mijn carrière geslaagd. Ik heb nog steeds plezier in het voetbal. Dat is het voornaamste.

Jij bent moslim. Heb jij zelf die keuze gemaakt?

Ja. Mijn vader is ook moslim. Ik ben dus met de waarden van de islam grootgebracht. Ik voed mijn kinderen ook zo op (Maleec, 4 jaar, en Fellah, 1 jaar, red). Maar eens je volwassen wordt, moet je zelf je keuze maken. Je kan niemand dwingen om een bepaald geloof te volgen. Mijn vrouw (Naomi Solange, een Nederlandse schone, red) is geen moslima. Mijn moeder is dat ook niet, zij is wel heel spiritueel ingesteld. Dat heb ik van haar. Ik denk veel na over het leven.

Heb je ook haar creatieve genen?

Ik heb niet het talent om te schilderen. Wat ik wel van haar heb, is die eigenheid. Zij weet weinig af van andere kunstenaars. Zij is vooral bezig met háár werk, dat trouwens heel mooi is. Ik heb dat ook. Ik vergelijk mij nooit met andere voetballers. Dat interesseert mij niet. Ik kijk naar mezelf.

Wat was jouw drijfveer om te voetballen?

Mijn energie kwijt kunnen en plezier maken. Ik was een heel energiek kind. Ik voetbalde overal, op straat, op school, zelfs binnen in huis. Ik vond dat superleuk. Maar ik was niet dat kind dat naar elke wedstrijd op televisie wou kijken. Ik had zelfs geen idool. Ik vond voetbal vooral leuk om zelf te doen. Al snel bleek dat ik aanleg had. En voor ik het wist, werd ik uitgenodigd om mee te trainen met de eerste ploeg van Germinal Beerschot.

Was je grootmoeder je idool niet? Zij was één van de eerste vrouwelijke voetballers in ons land.

Ja, maar ik heb haar helaas nooit zien spelen. Zij is wel een voorbeeld voor mij. (zwijgt even) Zij heeft veel meegemaakt in haar leven. Ze leed jaren aan MS en zat in een rolstoel. Toch bleef ze positief denken. Zij heeft mij geïnspireerd, ook om dankbaar te zijn. Mijn grootmoeder was echt de definitie van een sterke vrouw. Ze is vorig jaar helaas overleden.

Ik ben blij dat ik een halfbloed ben. Ik kan mij inleven in het hoofd van blank én zwart.

Wat vind jij voorlopig van je carrière? Je speelde na Beerschot voor Willem II, AZ, Fulham en de voorbije zes seizoenen voor Tottenham.

Ik ben heel positief. Ik vind mijn carrière geslaagd. Ik heb nog steeds plezier in het voetbal. Ik geniet ervan. Dat is voor mij het voornaamste.

Dembélé moet meer scoren, is een kritiek die vaak opduikt. Volg je dat?

(blaast) Ik hoor dat al minder. Vroeger toen ik als spits of aanvallende middenvelder speelde, hoorde ik dat vaker. De voorbije jaren speel ik meer als controlerende middenvelder, waardoor die druk verdwenen is. Voor mezelf doet dat er weinig toe. Ik geniet ervan te scoren, maar ik geniet evenveel van een leuke dribbel en van een bal afpakken.

Weet jij al wat je na je carrière wil doen?

Zwijg erover: mijn hoofd ontploft van de ideeën. (lacht) Neen, dat is een lastige vraag. Ik zou nog veel willen doen in mijn leven. Ik heb een breed interesseveld. Ik zal me niet op één iets toespitsen, denk ik. Ik zie me bijvoorbeeld geen trainer worden. Ik wil na mijn carrière een goede balans tussen werk en vrije tijd.

Stel: je mag 24 uur iemand anders zijn. Wie kies je?

(denkt lang na) Ik zou wel eens een president willen zijn. Ik vind die functie iets mysterieus hebben. Wat zijn de echte drijfveren van die mensen? Wat kunnen zij doen en wat niet? Wat weten zij? Ik ben nochtans niet zo politiek ingesteld. Vincent (Kompany, red) is dat veel meer dan ik. Maar ik zou dat wel graag eens weten.

Sportrapport

Als kind was mijn idool …

Ik had geen idolen. Of het zouden mijn ouders moeten zijn.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Ik kijk op naar iemand als Elon Musk. Dat zijn mensen die de wereld verbeteren.

Mijn mooiste sportmoment?

(denkt na) Dat kan ik echt niet zeggen. Ja, de titel met AZ was natuurlijk mooi. Maar ik vind het moeilijk om momenten te vergelijken.

Mijn grootste ontgoocheling?

De titelwedstrijd verliezen met AZ tegen Excelsior was best heftig. Ook de nederlaag tegen Wales op het EK van 2016 was een grote ontgoocheling.