De Zondag trekt ten strijde tegen de verzuring en reikt van nu af elke week een pluim uit. Niet zagen, maar liefde vragen. Of toch zoiets. De eerste pluim is voor premier Charles Michel (MR).

Ik moet toegeven: ik heb lang getwijfeld of ik Charles Michel de eerste pluim wel zou gunnen. Al anderhalf jaar vragen wij de premier om een open en diepgaand interview voor onze krant. Voor de 1,6 miljoen lezers die recht hebben op inzicht in wie hun premier is, waar hij voor staat en waar hij met hun land naartoe wil. Hij (of beter: zijn woordvoerder) weigert steevast.

Maar goed, dan toch Charles Michel. Omdat we in deze eindejaarsperiode allemaal graag terugblikken. En omdat dan onvermijdelijk de vluchtelingencrisis en de terreur op ons netvlies komen. Veel politici sloegen in paniek. Wisten niet van welk hout pijlen maken. Zo niet, Charles Michel. De premier bleef kalm. Was niet te betrappen op boude uitspraken. En evenmin op al te voortvarende uitspraken. Je kon hem niet verdenken van electoraal gericht populisme. Hij deed wijselijk niet mee aan het opbod aan stoere praat.

Wie opvang nodig had, zou opvang krijgen, was de rode draad in zijn vluchtelingenbeleid. Minstens bed, bad en brood. Michel ontliep zijn verantwoordelijkheid niet. Zoals collega’s in Italië, Griekenland en vele andere landen wel deden. Geen muren rondom ons land, zoals in Hongarije. Hij heeft gehandeld zoals een staatsman in tijden van ernstige crisis hoort te doen. Dat siert de man die onze jongste premier ooit is. Dat siert hem als politicus. Maar ook als mens. Mededogen tonen mag als politicus. Moet zelfs. Anders kunnen robotten het meteen overnemen. Vandaar deze pluim.

Hopelijk tot binnenkort, Charles!