De Zondag trekt ten strijde tegen de verzuring en reikt van nu af elke week een pluim uit. Niet zagen, maar liefde vragen. Of toch zoiets. De pluim van deze week is voor Defensieminister Steven Vandeput (N-VA).

Ik vond het iets surreëel hebben, mijn interview met Steven Vandeput begin dit jaar. De 48-jarige Limburger is net aangesteld als minister van Defensie. Je zou dan minstens een klein hoera-kreetje verwachten, maar neen, niets daarvan. Vandeput oogt machteloos. “Ik kan maar werken met de middelen die de regering mij toekent. De besparingsoefening is quasi onhaalbaar, ik ben daar eerlijk in.”

Al jarenlang is Defensie, net als Ontwikkelingssamenwerking, het favoriete departement voor politici om besparingen op los te laten. Vandeput ontsnapt er niet aan, integendeel. Hij moet lijdzaam toezien hoe de besparingsoefening op zijn departement nog opgedreven wordt. Aan de andere kant is de internationale kritiek striemend. De Amerikaanse ambassadrice, de grote baas van de NAVO, allemaal tikken ze ons land op de vingers. En waarschuwen ze: België is geen betrouwbare partner meer. Om maar te zeggen: je zou medelijden krijgen met Vandeput. Met handen en voeten gebonden aan het besparingsbeleid én met de vinger gewezen door de machtigen der aarde.

Maar de man blijft niet bij de pakken zitten. Werkt keihard, vooral achter de schermen, aan een toekomstplan dat evenwicht houdt tussen een afgeslankt leger en de broodnodige investeringen in materiaal zodat het ‘Xavier Waterslaeghers’-syndroom afgeschud kan worden en de internationale gemeenschap gesust wordt. En met resultaat. Het zogenaamde Kerstakkoord van vorige week bevat een omvangrijk toekomstplan voor Defensie. Het plan is vatbaar voor kritiek, zeker de onzekere financiering ervan, maar Vandeput heeft zich niet gewenteld in zijn uitzichtloze situatie. En dat verdient een pluim.