Pas speeldag 1 maar Elias Cobbaut (21) heeft het valiesje van vorig mislukt eerste seizoen bij Anderlecht al op zolder gezet. Simpel: “In elke carrière loopt het wel eens mis. Messi en Ronaldo hebben ook al mindere wedstrijden gespeeld.” Voor zij die al twijfelden aan de verdediger van 3 miljoen euro: dit moet (opnieuw) het jaar van Elias Cobbaut worden. En voor hen voor wie de ex-Mechelaar nog één van die vele onbekende jonge talenten is van RSCA: een kennismaking. Chocomelkjes, zeveren en Lotte.

Door Frank Buyse

Eerst: Kompany. Kompany… Kompany… Kompany! De grote première van Compagnie Kompany, deze namiddag in het, jawel, Lotto Park – de naam Constant Vanden Stockstadion ligt ook op zolder. De grootste hitte is voorbij, de Tourwinnaar is bekend en De Wever en Di Rupo willen toch niet praten: het hele land kijkt vandaag naar de ouverture van King Kompany, waar heel RSCA blind in gelooft. De spelers voorop. Elias Cobbaut is woordvoerder: “Je hoeft er niet aan twijfelen. Kompany heeft zoveel maturiteit, ervaring, uitstraling … Of het niet moeilijk wordt als speler op het veld een ploeg te coachen, moet je hém vragen. Maar iedereen kent binnen zijn systeem zijn taak. Hij maakt voetbal makkelijker. Ik leer elk geval ontzettend veel bij: positiespel, looplijnen, druk zetten. En de kleinste technische details: zo controleren, zo in duel gaan … Hij is gewoon een geschenk voor elke speler.”

Mooiste job ter wereld

“En we gaan niet beginnen met àls de resultaten de eerste weken tegenvallen … àls de bankzitters ontevreden worden … (grijnzend) Vorig seizoen wonnen we elke oefenmatch. Wat moeten we dan zeggen als Anderlecht kampioen wordt?” Hij gelooft daar in. “Ik zie geen reden waarom niet?”

Onvoorwaardelijk positief dus. Cobbaut ís ook zo. Neem nu dat voor velen afgelopen week ondraaglijk hete weer. Daar moesten die voetballers dan wel hard in trainen. Cobbaut vond dat leuk. “Ik heb gewoon graag de zon. Omdat de sfeer dan zo mooi is. Iedereen is blij, iedereen is gelukkig …” Zo’n ongecompliceerd en blij mens is Cobbaut. “Ik heb de mooiste job ter wereld.”

Blessure

Zeker nu hij weer lekker bezig is en naar alle verwachtingen straks ook in Kompany’s basiself staat. Dat hij vorig seizoen, ook door een blessure die hem vier maanden kostte, nauwelijks 900 speelminuten haalde, is al vergeten. Over de kwalijke behandeling van de gescheurde enkelligamenten, al in de derde match opgelopen – teveel ijs opgelegd met infecterende brandwonden als gevolg – wil hij het zelfs niet meer hebben. En hij heeft nog geen seconde spijt gehad van zijn keuze voor RSCA – een contract van vijf jaar. Al werd het voor paars-wit het meest dramatische seizoen in 56 jaar en al werd juist Racing Genk, dat twéé keer hard had getrokken aan zijn mouw, landskampioen.

“Ik was goed gestart, alles zat goed en toen volgde die blessure. Maar daar kijk ik liever niet meer op terug. Kan gebeuren. Al was ik thuis wel wat lastiger. Ik ben een mens die altijd beweegt en als je dan uren in de zetel moet liggen … Ook mijn zeg maar niet denderende relatie met Rutten, die mij na twee mindere prestaties opzij schoof, is voor mij een afgesloten hoofdstuk. Een coach die geen vertrouwen heeft, dat kan ook gebeuren. Dat je vertrouwen wat verminderd is is menselijk, maar ik heb nooit aan mezelf getwijfeld. Simpel: vorig jaar was voor Anderlecht én voor mij minder, dan moeten we het dit seizoen maar rechtzetten. (haalt schouders op) Elke voetballer kent wel eens een minder seizoen.”

‘Mindere’ generatie

En dat dat seizoen niet goed eindigde met het EK U-21 in Frankrijk, waar de jonge Duivels met drie nederlagen teleurstelden, is ook al geklasseerd. “Ik vond het een heel plezante en interessante ervaring, met een heel hechte groep. Ik vind trouwens dat we al teveel werden afgeschreven als de ‘mindere’ generatie tegenover die van 2007. We verloren de eerste match tegen Polen en dan werd het moeilijk tegen toplanden als Spanje en Italië.”

Na een korte vakantie in Griekenland kwam hij terecht in het nieuwe Anderlecht. Misschien niet in de orde van Kompany, maar het mag nu ook wel het Jaar van Cobbaut worden. Vaste linksachter van Anderlecht. “Ik heb die ambitie, ja.”

Al wordt wel eens vastgesteld dat zijn loopvermogen en zijn aanvallende impulsen, gepaard aan een uitstekende voorzet een grotere troef zijn dan zijn verdedigend werk – hij begon bij de jeugd ook als aanvaller.

“Zou kunnen, soms moet ik mij nog inhouden. Maar een verdediger moet in eerste instantie verdedigen, dat begrijp ik ook wel. Daar wordt aan gewerkt. Ik wíl ook zoveel mogelijk leren, velen vergeten wel eens dat ik pas 21 jaar ben.”

Marathons

Dat heeft te maken met zijn fysieke verschijning, bijna 1.90 meter. Hij had basketter kunnen worden, zijn vader speelde op hoog niveau. “Maar ik had nooit interesse. (lacht) Telkens ik meeging met mijn vader en hij gooide een bal, stampte ik daar gewoon tegen. We zijn gewoon een heel sportieve familie. Ik heb nog vijf broers en zussen, de broers voetballen, rollerskaten, deden aan judo en zwommen, mijn zussen dansten … Op school kon ik met mijn energie geen blijf, kon ik maar moeilijk stilzitten en concentreren. Geen succes dus, maar ik was wel de eerste in de turnles, bij het veldlopen … (lacht). Mijn moeder die nog marathons heeft gelopen, nam mij vaak mee naar loopwedstrijden.”

Hij loopt zelfs zo graag dat hij twee jaar geleden nog deelnam aan de Pallieterjogging in Lier. De profvoetballer werd zowaar tweede, alleen was het in volle voorbereiding van het nieuwe seizoen, bij KV Mechelen konden ze er niet om lachen. Zijn loopvermogen als voetballer is wel indrukwekkend: wedstrijden van 11 km aan een gemiddeld 16,8/uur, topsnelheden van 23,3 km/u …

Cobbaut bleek trouwens ook mentaal snel volwassen. In Mechelen wordt nog de anekdote verteld hoe hij bij de U-16 op een tornooi in Rurlo, Nederland iedereen, zelfs de plaatselijke burgemeester, overdonderde met een spontane speech. Nu haalt hij lachend de schouders op: “Mijn beste vriend was mee, de sfeer was geweldig, we wonnen onverwacht dat tornooi en ik was kapitein en dus speechte ik maar. Heb ik geen moeite mee.”

Jan Vertonghen

Zo’n ongecompliceerd mens is Cobbaut. Proud to be Cobbaut, hing lang op een spandoek bij KV Mechelen. Daar vergeleek men hem bij zijn overstap naar Anderlecht met Jan Vertonghen. Verbaasd: “Is dat zo? Plezant! Maar ik plan geen carrière. Ik voetbal gewoon heel erg graag en kan alleen maar ontzettend mijn best doen. Elke voetballer droomt van Barça maar wat komt, komt. Vandaag ben ik heel gelukkig bij Anderlecht.”

En extra gelukkig omdat KV Mechelen weer in eerste zit. Een degradatie verdienden ze niet, “toch niet na zo’n seizoen.” Hij blijft een ‘Kakker’, tijdens de bekerfinale stond hij gewoon tussen zijn vrienden bij de harde kern. Glimlachend: “En mijn neef is één van de grootste Kakkers die er is. Binnen twee weken is het al Anderlecht-Mechelen. Ik zweer je: als ik zou scoren, ga ik niét juichen.”

Hij blijft one of the boys. “Een gewone jongen.” Geen voetballer die verslaafd is aan gamen. En geen hippe gast van 21 jaar die verzot is op Tomorrowland. “Ik hou niet van die boenkeboenk. (enthousiast) Weet je wat ik het liefst doe? Met mijn maten op een terrasje zitten, wat UNO spelen, een chocomelkje drinken, wat lachen en zeveren, op een pleintje een balletje hoog houden. Of op de Meir met mijn vriendin wat shoppen en chillen. De simpele dingen.”

Vriendin

We begrijpen het. Die vriendin is Lotte, 20 jaar. Ze wonen sedert een klein half jaar samen in het landelijke Londerzeel. “Tof hoor. Al zou ik liever wat dichter bij Mechelen wonen. Dichter bij de familie. En makkelijker om eens met dat warme weer een terrasje te doen.” Lotte studeert gezinswetenschappen. En verzorgt in Londerzeel het huishouden. Tijd voor een boodschap voor Lotte, van Elias. “Schrijf je dat op: ik beken dat ik wat meer zou mogen helpen thuis. (lacht) En dat ik minder mag laten slingeren. En noteer je ook dat ik heel trots ben dat ze helemaal geslaagd is afgelopen studiejaar?”

Goéie gast ook, zeiden we dát al?