BRUSSEL – Ze wordt al eens de Ada Colau van Brussel genoemd, omdat ze fysiek lijkt op de Barcelonese burgemeester. Of ook: de sheriff van onze hoofdstad. Ik heb het over Elke Van den Brandt, leading lady van Groen én van de nieuwe Brusselse regering. De eerste maatregel die ze naar voren schoof, een slimme kilometerheffing, stootte meteen op keiharde kritiek. Maar Van den Brandt is allerminst onder de indruk. In dit interview verhoogt ze de druk op de Vlaamse en Waalse onderhandelaars. “Zij moeten dat ook invoeren. Ik zie géén alternatief.”

 

We schrijven woensdagvoormiddag, Botanic Building, vlakbij het Noordstation. Elke Van den Brandt zetelt op de dertiende verdieping. Ik ben tien minuten te laat op de afspraak, met dank aan de NMBS. Van een binnenkomer gesproken bij de minister van Mobiliteit. Dat zij wellicht geen last heeft van het openbaar vervoer, met haar chauffeur, zeg ik met een knipoog. “Ik heb geen chauffeur”, verrast ze mij. “Ik heb inderdaad die mogelijkheid, maar ik werf liever inhoudelijke medewerkers aan.”

Van den Brandt stond vorige week in het oog van de storm, toen ze de slimme kilometerheffing voor Brussel lanceerde. N-VA en Vlaams Belang schoten dat af, omdat dat de Vlamingen veel geld zou kosten. Maar ook Sven Gatz (Open VLD), collega-minister in de Brusselse regering, was kritisch. Of ze verrast was door die commotie? Ze haalt de schouders op. “Minister Gatz en ik willen hetzelfde: een kilometerheffing in de drie gewesten van dit land. Ik heb misschien iets meer de nadruk gelegd op de urgentie voor Brussel. Maar ik wil ook eerst Vlaanderen en Wallonië de hand reiken. Zij moeten dat ook invoeren.”

Laat ons beginnen met het begin. Waarom wil u een stadstol voor Brussel?

Dat is eigenlijk een fout woord. Ik gebruik liever een slimme kilometerheffing. Vandaag betalen mensen een vaste verkeersbelasting. Wij willen dat vervangen door een variabele heffing die rekening houdt met het aantal kilometers, het tijdstip, het type wagen, de alternatieven, noem maar op. Dat zou voor een shift zorgen van belasting op bezit naar belasting op verbruik. En waarom is dat nodig? Omdat dat de filevorming én de luchtvervuiling kan tegengaan, twee urgente problemen voor wie woont, werkt of op bezoek komt in Brussel.

U gaat zo de pendelende Vlaming met een dubbele factuur opzadelen: én de Vlaamse verkeersbelasting én de Brusselse kilometerheffing.

(feller) Dáárom wil ik éérst een akkoord met Vlaanderen. Ook met Wallonië trouwens. Het is niet onze bedoeling de Vlaming extra te belasten. Laat dat duidelijk zijn. De Vlaamse regering wordt momenteel gevormd. Wij hopen dat ook daar de keuze gemaakt wordt om de verkeersbelasting te vervangen door een kilometerheffing. Vlaanderen was dat vorige legislatuur ook van plan, hè. Minister Ben Weyts (N-VA) was voorstander. Maar in volle campagne werd plots de kar gekeerd.

Wat als Vlaanderen neen zegt?

Dan wil ik weten waarom Vlaanderen neen zegt. Wat is haar antwoord dan op de filedruk en de luchtvervuiling? Ik kan me niet voorstellen dat Vlaanderen geen maatregelen wil nemen. Die filedruk kost onze economie jaarlijks vier à acht miljard euro.

“Vlaanderen en Wallonië moeten ook een slimme kilometerheffing invoeren. Ik zie géén alternatief.”

Maar gaat u dan door met uw plannen?

Ik ga eerst de regeringsvorming afwachten. (aarzelend) Maar ik zie inderdaad géén alternatief. Wij hebben niet de luxe om nog eens tien jaar niets te doen. We moeten maatregelen nemen. Dat betekent enerzijds de fiscaliteit vergroenen en anderzijds het openbaar vervoer uitbreiden. Dat staat vast. De urgentie is te groot.

Die kilometerheffing lijkt wel het monster van Loch Ness van de Belgische politiek. Dat duikt om de zoveel maanden op, maar wordt nooit realiteit. Waarom eigenlijk niet? Experts juichen dat nochtans toe.

Die maatregel zou voor een systeemverandering zorgen. Dat vraagt politieke moed. Dat ontbrak in het verleden. Je moet natuurlijk zélf zorgen voor draagvlak onder de bevolking. Je moet de mensen uitleggen waarom je die shift wil maken. Wij doen dat. Ik hoop dat de Vlaamse onderhandelaars evenveel moed hebben. Niets doen, is géén optie. We hebben vandaag politici nodig die dúrven, over de partijgrenzen heen. Filip Watteeuw (schepen voor Groen in Gent, red) is een voorbeeld voor mij. Hij heeft zijn circulatieplan dúrven invoeren, en hij is ook beloond door de kiezer.

U hebt nog meer ambitieuze plannen, zoals het volledige gewest zone 30 tegen 2021 en alle dieselwagens bannen tegen 2030. Bent u zeker dat alle plannen doorgesproken zijn met de coalitiepartners?

Lees het regeerakkoord. Dat staat daar allemaal in. Dat zal dus ook uitgevoerd worden. Dat zijn ambitieuze, maar realistische plannen. We gaan stap voor stap de vervuilende wagens weren, maar we koppelen dat aan sociale maatregelen. Wie zijn wagen weg doet, kan bijvoorbeeld een gratis abonnement krijgen op het openbaar vervoer.

Wil u de wagen helemaal bannen uit de stad?

Neen. We moeten meer openbare ruimte geven aan de mensen, dat wel. De stad moet groener en aangenamer worden. Maar wie de auto nodig heeft, die mag die ook gebruiken. Om de files op te lossen, moeten we twintig procent van de pendelaars overtuigen de auto te laten staan. Dat lijkt mij een realistische doelstelling. Daarom gaan we het aanbod aan bussen, trams en metro sterk verhogen.

“De voorzittersverkiezing is gezond voor de partij. Laat ons maar flink debatteren.”

Wat is volgens u de grootste uitdaging voor deze regering tout court?

Van Brussel een leefbare stad maken. Aangenamer, groener, duurzamer. Dát is de grootste uitdaging. De sleutels daartoe liggen op mobiliteit, openbare werken en verkeersveiligheid. Daarom wou ik absoluut deze bevoegdheden. Wij hebben die facelift beloofd aan de kiezers en we gaan die ook uitvoeren. De Brusselaars, maar ook de Vlamingen, moeten weer trots kunnen zijn op hun hoofdstad.

Met Sven Gatz is er ook een minister bevoegd voor het imago.

Klopt. En dat is een belangrijke bevoegdheid. Veel hoofdsteden worstelen met hun imago. Controverse is zelfs eigen aan hoofdsteden. Brussel is op dat vlak geen uitzondering. Maar de marge om het imago te verbeteren, is hier wel heel groot. Deze stad heeft erg geleden onder de aanslagen. De filedruk doet het imago ook geen goed. Veel mensen komen daarom niet graag op bezoek. Dat is spijtig, want Brussel is een fascinerende en intrigerende stad. Ik ben op mijn achttiende naar hier gekomen. Ik was op slag verliefd. Ik zou graag meer Vlamingen overtuigen van de schoonheid van onze hoofdstad.

U laat wel toe dat opnieuw een PS-er aan het hoofd van de regering staat. Dat is nochtans de partij die Brussel opzadelde met een imago van scandalitis. Was dat geen punt voor u?

De PS is de grootste partij in Brussel. Dat is nu eenmaal de democratische realiteit. Maar dat betekent niet dat we onze ogen gaan sluiten. Het regeerakkoord bevat een belangrijk luik over goed en transparant bestuur. We gaan bijvoorbeeld een volledige decumul invoeren. Wie parlementslid is, kan geen schepen of burgemeester meer zijn.

“Ik ben voorstander van grote parkings aan de rand van Brussel, ook in Vlaanderen, waar pendelaars dan vlot het openbaar vervoer kunnen nemen.”

Uw voorganger, Pascal Smet (SP.A), zit ook in deze regering. Hebt u afspraken gemaakt over schoonmoederachtige bemoeienissen?

We hebben afgesproken om constructief samen te werken. Ik ga niet alles afbreken wat hij opgebouwd heeft. Als wij trouwens kritiek hadden op zijn mobiliteitsbeleid, dan was dat vooral op de snelheid van de transitie, niet op de transitie zelf. Maar minister Smet heeft ook boeiende bevoegdheden. Als elk over zijn domein spreekt, zie ik geen problemen opduiken.

Hij wou het metronetwerk uitbreiden buiten Brussel, naar Groot-Bijgaarden bijvoorbeeld, waar dan een grote randparking kan komen voor pendelaars uit Gent en Brugge. Bent u ook voorstander?

Zeker. Ik ben voorstander van grote parkings aan de rand van Brussel, ook in Vlaanderen, waar pendelaars dan vlot het openbaar vervoer kunnen nemen. Dat netwerk is te weinig uitgebouwd in dit land. Ik ben trouwens heel benieuwd naar de Vlaamse plannen met De Lijn. Ik mag hopen dat er geen nieuwe besparingsronde gepland staat. Dat zou géén antwoord zijn op de problemen.

Uw partij staat op Vlaams niveau buitenspel. Is dat slecht onderhandeld, zoals her en der te horen valt?

(blaast) Mijn partij was steeds bereid tot gesprek. Het is de informateur (Bart De Wever, N-VA, red) die een andere coalitie wou. Ik kan dat ook begrijpen. Inhoudelijk zal N-VA het beter kunnen vinden met Open VLD en CD&V dan met Groen.

“Niets doen, is geen optie. We hebben vandaag politici nodig die dúrven, over de partijgrenzen heen.”

Dat zal de samenwerking met uw regering wel bemoeilijken?

Dat weet ik niet. De vorige legislatuur droegen veel regeringen dezelfde kleuren. Vond u de samenwerking altijd even vlot? Ik niet. Ik hoop vooral dat er nu snel schot in de zaak komt. Ik vind het spijtig dat men op federaal niveau nog altijd niet aan tafel wil. Dat is toch ongelooflijk? (op dreef) Ga op zoek naar wat u bindt, ga praten met elkaar, ga aan de slag. Komaan. Wij hebben dat in Brussel ook zo gedaan.

Uw zusterpartij Ecolo weigert aan tafel te gaan met N-VA. Vindt u dat normaal?

(ontwijkend) Mijn partij maakt een andere inschatting. Wij willen wel luisteren. Maar als we naar regeringsonderhandelingen gaan, dan is het ‘samen uit, samen thuis’.

Nu spreekt u toch uzelf tegen? Zonet pleit u ervoor om te praten met elkaar?

Neen, toch niet. Er zijn twee opties. Ofwel gaan PS en N-VA in zee, ofwel wordt het paarsgroen. De informateurs moeten die duidelijkheid scheppen. Het is niet onlogisch dat Ecolo dat wil afwachten. Als PS en N-VA in zee gaan, dan zal dat wellicht toch zonder de groene partijen zijn. Als voor paarsgroen gekozen wordt, dan zal Ecolo wel aan tafel gaan.

“Ik zou graag meer Vlamingen overtuigen van de schoonheid van onze hoofdstad.”

Waarom is er in Brussel eigenlijk meer draagvlak voor uw partij dan in Vlaanderen?

Vlaanderen is niet één geheel, hè. In Gent, Leuven en Mechelen slaat het groene verhaal ook goed aan. Wellicht voelen stedelingen meer de urgentie van klimaatbeleid. Zij ondervinden elke dag de schadelijke gevolgen van luchtvervuiling. Maar ik laat mij niet aanpraten dat mijn partij in crisis zit. We zijn er globaal op vooruit gegaan. Ik geef wel toe dat die vooruitgang groter mocht zijn. Dat is nu de uitdaging: het groene verhaal nog beter uitdragen.

“Velen denken dat Groen een partij is voor de happy few”, meent kandidaat-voorzitter Bjorn Rzoska. Zit daar het probleem?

Dat kan de perceptie zijn, ja. De andere partijen hebben dat beeld zeker versterkt. Het is aan ons om dat te ontkrachten. Klimaatbeleid is per definitie verweven met sociaal beleid. Ik geef een voorbeeld. Waar is de luchtvervuiling het grootst in Brussel? In de arme wijken. Het zou asociaal zijn om dat niet aan te pakken.

Bent u, en bij uitbreiding uw partij, niet héél mild in de evaluatie? Het klimaat stond nooit hoger op de agenda, maar uw partij gaat amper vooruit.

Ik vind dat niet. De evaluatie is gemaakt én is fundamenteel. We moeten zorgen voor méér draagvlak, het verhaal béter brengen en de koppeling maken met sociaal beleid. Dat zijn toch fundamentele opmerkingen?

Misschien zijn de mensen dat klimaatverhaal beu gehoord?

Dat geloof ik niet. Klimaatbeleid heeft een breed draagvlak. Dat bewijst onze score in Brussel. Maar het gekibbel daarover, dát zijn veel mensen beu.

Zou Rzoska een goede voorzitter zijn?

Ik ga mij daarover niet uitspreken. Ik vind het heel boeiend om nu voorzittersverkiezingen te hebben. Dat is gezond voor de partij. Laat ons maar flink debatteren. De ideologische basis zit goed, volgens mij. Maar de vertaalslag naar buiten toe kan beter.

Minister worden, is dat eigenlijk een kinderdroom die uitkomt?

Oei, neen. Ik wou uitvinder worden. En dokter. (lacht) Maar eenmaal achttien en verhuisd naar Brussel, kwam ik in aanraking met een andere wereld. Met studenten, met vzw’s, met vrijwilligersorganisaties. Zo ben ik in die politiek gerold.

Wie zou u uw politieke vader of moeder noemen?

Wouter Van Besien. Ik was enkele jaren ondervoorzitter, toen hij voorzitter was. Ik heb veel geleerd van hem. Over hoe de politieke stiel werkt. Hij heeft me veel vertrouwen gegeven. Daar ben ik hem dankbaar om.