Dat ze vier jaar te vroeg geboren is, want ze had zó graag die Olympische Spelen meegemaakt in Brazilië, haar geboorteland dat ze met de jaren helemaal in het hart gesloten heeft. Maar Aagje Vanwalleghem (28) is geen turnster meer, de intelligente en charmante spring-in-’t-veld is nu vrouw van Denis en moeder van Noa, 3 jaar jong. “Zij is bleker dan ik, misschien best. Erg om zeggen, hè.”

“Ik ben in 2012 gestopt. Ik heb het moeilijk gehad daarna. Ik heb twee jaar nodig gehad om te aanvaarden dat ik topsporter af was. Je mist de adrenaline, de uitdaging, de voldoening. Mijn man Denis (Goossens, ex-polsstokspringer, red) zat in dezelfde situatie. Plots zit je daar en moet je je leven zelf in handen nemen. Maar je weet niet waarin je goed bent. Als je sport, ben je alleen daarmee bezig en kan je nauwelijks andere talenten ontwikkelen.”

Je bent wel pas getrouwd.
Dat was heel emotioneel. Mijn twee mama’s waren er. Ik had niet verwacht dat dat zo bizar zou zijn. Ik vond het moeilijk mama te zeggen tegen mijn biologische moeder met mijn adoptiemoeder erbij. Ik wou geen van de twee verloochenen. Gelukkig vonden zij dat niet raar, ze waren blij elkaar te zien. Het was echt super, mijn twee mama’s samen over de witte loper te zien lopen. En mijn Braziliaanse zus heeft mij weggegeven.

Was ook je vader gevraagd?
Neen. Zij gingen niet lang na mijn geboorte uit elkaar. Mijn vader heeft een eigen leven uitgebouwd. Ik heb hem wel eens ontmoet en hou sporadisch contact, vooral via mijn halfzussen. Maar ik heb vooral een band met mama’s kant. Zij wonen in de hoofdstad Brasilia. Zij hebben ook de moeite gedaan mij te zoeken (Aagje werd geadopteerd toen ze vier maanden was, haar mama had niet de mogelijkheden haar alleen op te voeden, red).

Welke indruk hadden zij van België?
Ze hebben vooral veel straten en huizen gefilmd, dat vond ik wel grappig. (lacht) Wat tegenviel, was dat mama niet wou kennismaken met het eten. De eerste dag wou ze koken, gevolg: mijn huis bijna in brand. (lacht) Ik heb dan maar zelf dagelijks rijst klaargemaakt. Ze zijn hier twee weken gebleven. Mijn zus had het wel moeilijk bij het vertrek. Zij wil hier komen wonen met haar gezin.

“Ik weet niet wat ik nog wil doen in mijn leven. Ik ben nog zoekende.”

Wat wil jij nog doen in je leven?
Dat weet ik nog niet. Ik ben nog zoekende. Een nine-to-five zou niets voor mij zijn. Ik heb wel communicatiemanagement gestudeerd en momenteel werk ik bij productiehuis TvBastards. Mijn laatste projecten waren K3 zoekt K3 en Valkuil. Ik doe vooral redactiewerk. Ik ben er nu wel even tussenuit geknepen om een boek te schrijven met mijn leven als rode draad.

Voltijds mama zijn is niets voor jou?
O nee, ik heb iets nodig met meer ambitie. Ik zou het mij ook niet kunnen permitteren. Ik heb geturnd, hè, niet gevoetbald. (lacht)

Heeft het moederschap je veranderd?
Volgens vrienden heb ik meer geduld gekregen. Noa heeft het eigenwijze van haar vader, het opvliegende van mij en is even actief als ons allebei. Is dat geen goede combinatie? (lacht) Je kan niet anders dan geduld krijgen. Ik ben ook veranderd in die zin dat niet alles zo perfect meer hoeft te zijn. Vroeger werd ik er ambetant van als er een kussen niet mooi rechtop stond in de zetel. Ik heb het ook afgeleerd meteen haar speelgoed op te ruimen als ze ergens mee stopt. Opruimen doe ik alleen ’s avonds nog.

Waarom ben je gestopt als trainer aan het topsportcentrum Gymnastiek in Gent?
Ik heb dat anderhalf jaar gedaan, en dat was heel fijn. Maar hoelang moeten wij werken? Tot ons 67ste? Ik zag het niet zitten nog eens zoveel jaar in een zaal te staan. Ik wou iets anders.

Voor het eerst sinds 1948 is het Belgisch meisjesteam gekwalificeerd voor de Spelen? Ben je niet een tikje jaloers?
Neen. Ik heb de Spelen ook meegemaakt. Niet in een team, en dat is heel jammer, maar zo is het nu eenmaal. Ik ben vier jaar te vroeg geboren. Gelukkig heb ik wel mijn steentje kunnen bijdragen aan dit team. Ik was erbij in het begin: op een haar na misten we de kwalificatie voor Londen. Ik ben heel blij dat het nu wel gelukt is. Het omgekeerde zou geen goede zaak geweest zijn voor de turnsport. Die schrik zat erin, hoor: wat als het niet lukt? Valt alles dan weer in elkaar? Want er is de laatste jaren veel geïnvesteerd in dat team.

De Spelen zijn in Brazilië, je geboorteland. Doet je dat iets?
(enthousiast) Ja, natuurlijk. Nog een reden waarom ik vier jaar te vroeg geboren ben. Hier was ik héél graag bij geweest. (zwijgt even) Maar weet je, Brazilië is ook een moeilijk land. Enerzijds is het zon, zee en strand, maar ik heb ook de andere kant gezien, de grote tegenstellingen, armoede, criminaliteit. Mijn familie zit er ook mee in. Wat na de Spelen? Wat met de jobs die nu gecreëerd zijn? Zal alles dan weer in elkaar zakken? Maar goed, wie ben ik om daar uitspraken over te doen. Ik hoop dat het prima verloopt. Rio is wereldwijd ons favoriete stekje, ook van Denis.

“In 2003 voelde ik mij voor het eerst Braziliaanse. Voordien had ik die fierheid totaal niet.”

Heb jij altijd die emotionele band gehad?
Neen. Pas sinds ik mij in 2003 in Rio plaatste voor de Spelen van Athene. De speaker riep af dat ik Braziliaanse roots heb, en ik kreeg plots heel dat publiek achter mij. Dat gaf een vreemd gevoel, een gevoel van thuis komen. Voor het eerst voelde ik mij Braziliaanse. Voordien had ik die fierheid totaal niet.

Heb je je verleden helemaal aanvaard?
Dat heb ik altijd gedaan. Mijn adoptiemoeder is altijd heel open geweest. Maar ik voelde geen behoefte om erover te praten. Ik wou op school zelfs geen spreekbeurt geven over Brazilië. Ik was Belgische, punt. Nu denk ik daar anders over. Ik had zelfs graag de dubbele nationaliteit gehad. In 2004 kreeg ik een vraag van het Braziliaanse team. Maar goed, je kan het verleden niet veranderen.

Was het moeilijk om als gekleurd meisje op te groeien in België?
Nee, niet zo. Ik heb weinig ervaringen met racisme. Waarschijnlijk omdat ik geen Afrikaanse ben en niet die typische krulletjes heb. Ik heb vijf Afrikaanse adoptiezussen, die hebben het veel moeilijker gehad. Ik heb het wel één keer echt zwaar meegemaakt. We stonden aan de lift in het shoppingcenter in Kortrijk. Denis, Noa, ik en twee Ethiopische zussen. De lift zat redelijk vol, al konden wij er nog bij. We stappen in, en een oud madammeke kan niet laten te zeggen: die zwarten denken dat ze alles mogen in België. (feller) Allé, wij stapten gewoon in een lift.

Hoe reageerde je daarop?
Niet. Voor ik kon reageren, was de lift alweer open. Ik was zo gechoqueerd. Ik ben beginnen wenen uit kwaadheid. Mijn zussen bleven rustig. Wij maken dat wel vaker mee, zeiden ze. Fuck, dacht ik, hoe moeilijk moet dat zijn voor hen.

Vrees je dat je dochter dit ook zal meemaken?
Nee, Noa is bleker dan ik, misschien best. Erg om zeggen, hè. Ik vreesde wel dat mensen zouden denken dat het niet mijn kleine is. Dat ik haar nanny ben. Ik heb zoiets eens meegemaakt in een grootwarenhuis. Je ziet die blikken naar jou en dan naar je dochter. Zo’n totaal verkeerde blik alsof er iets niet klopt. Moeke heeft ook beslist ons een Belgische naam te geven om geen problemen te hebben een job te vinden. Als je een vreemde naam hebt, word je vaak opzijgeschoven. (even stil) Al is dat eigenlijk schrijnend, hè? Maar oké, ik wil niet zeggen dat ik echt afgezien heb van racisme.

Het sportrapport van Aagje Vanwalleghem

Als kind was mijn idool …
Drie gymnasten: de Roemeense Simona Amanar, de Oekraïense Lilija Podkopayeva en de afro-Amerikaanse Dominique Dawes.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …
Veel topsporters. Ik heb niet één favoriet.

Mijn mooiste sportmoment?
Het summum is natuurlijk die Olympische finale in 2004. En als eerste Belgische ooit brons halen op een EK (2005), was ook uniek.

Mijn grootste ontgoocheling?
Het missen van de Spelen in Peking op vijf honderdsten van een punt na een voorste kruisbandrevalidatie van zes maand.