Na 27 voornamelijk succesvolle jaren neemt rallylegende Freddy Loix (46) afscheid van zijn sport. Vier podiumplaatsen op WK-races, vier Belgische titels, elf keer Ieper. Weinig Belgen doen het hem na. Als marketingmanager van MIG Motors en begeleider van jong talent voor Skoda blijft Fast Freddy wel in de autowereld actief. Wij blikken terug.

Amper 15 was hij, toen hij kapte met school en voetbal. Opvallend, want Freddy had talent. Op het veld, én op de schoolbanken. “Ik was altijd de eerste van de klas. Maar ik had een andere droom: ik wou werken in de garage van mijn vader, mechanieker worden.” Freddy Loix is opgegroeid in het Limburgse Riemst, waar zijn ouders nog steeds die garage uitbaten. De passie voor autosport werd hem met de paplepel ingegeven. “Als je vader je meeneemt naar het autosalon, dan sta je daar met grote ogen te kijken. Ik heb eerst aan karting gedaan. Op een dag, ik was 18 en had net mijn rijbewijs, stapte Eric Dupain (autojournalist en toenmalig co-rijder, red.) de garage binnen. Jij moet eens met mijn Lancia rijden, zei hij. Het voelde meteen goed aan. Ik had blijkbaar talent. Zo is alles begonnen. Met karting was ik al gestopt. Dat kostte te veel geld.”

Je hebt je ook voor de rally in de schulden gewerkt.
(knikt) Tot mijn 25e, toen ik een profcontract tekende bij Toyota. Je kon niet anders in die tijd. Als mechanieker verdiende je zo’n 750 euro per maand. Als ik zeg dat je 4000 à 6000 euro nodig had om een rally te rijden, dan weet je genoeg zeker? De passie moet heel diep zitten. Anders kan je niet bereiken wat ik bereikt heb. Let op: ik heb ook ongelooflijk veel steun gehad. Vrienden bijvoorbeeld die een deel van hun huwelijkscadeau gaven. (zwijgt even) Ik heb getwijfeld over het nochtans mooie voorstel van Toyota. Zij stelden als voorwaarde dat ik stopte in de garage. Ik wou mijn papa niet ontgoochelen. Toen ik dat thuis met hem besprak, zei hij meteen: “Kom, terug naar Toyota, en teken dat contract.”

Voor buitenstaanders lijkt rally een zotte sport. Moet je gek zijn om dit te doen?
O neen. Het is vooral een precisiesport. Als je hard rijdt zonder precies te zijn, gebeuren er accidenten. Schrik? Als ik een dakwerker bezig zie, heb ik schrik. In een auto ben ik nooit bang geweest.

En je ouders?
Die wel. Dat weet ik.

Jij hebt twee kinderen, Thomas (15) en Zella (10). Mogen zij aan rally doen?
Als zij dat later willen, zeker. Ik zal mijn kinderen dezelfde vrijheid geven die ik destijds gekregen heb. Al zal ik dan misschien wel schrik hebben. (lacht) Maar voorlopig doen ze niet aan competitiesport. Ze fietsen graag, en rijden met de motor. Just for fun.

“Vijf jaar geleden ben ik gescheiden. Ik wou actief blijven in de rally, terwijl Els een ander leven voor ogen had.”

Hoe blik jij terug op je carrière?
Als je van je hobby je beroep kan maken, dan moet je gelukkig zijn. Dat ben ik ook. Ik heb het gemaakt, en dat als Belg, wat in de autosport geen voordeel is qua sponsoring en marketing. Ik heb moeten knokken. Er zijn ook moeilijke momenten geweest, maar vergeleken met de mooie momenten stellen die weinig voor.

Winst in een WK-race, is dat de enige leemte op je palmares? Je finishte vier keer op het podium.
Wellicht wel. Al mag je niet vergeten dat in die tijd zes merken konden winnen, en per merk drie atleten. Vandaag heb je drie merken die kunnen winnen. Ik wist dat het zeer moeilijk zou zijn. Ik heb er dichtbij gezeten. In Catalunia kwam ik op kop, maar moest ik mijn banden afgeven aan ploegmaat Carlos Sainz, die de verkeerde bandenkeuze had gemaakt. Didier Auriol wint, ik word tweede. Dat is politiek. Als kleine Belg sta je machteloos.

Heb je je nationaliteit vaak vervloekt?
Ja, natuurlijk. Nationaliteit speelt een belangrijke rol in autosport. Waarom hadden we tot dit jaar geen formule 1-piloten meer? Niet omdat er geen talent was, hé. Je hebt geen financiële armslag in België, en ook marketinggericht is ons land niet interessant. Maar goed, net daarom ben ik heel fier op wat ik gepresteerd heb.

Je wordt overal een rallylegende genoemd. Volgens analisten is je enige fout je overstap geweest naar Mitsubishi in 1999, waar je tweede viool speelde na wereldkampioen Makinen.
(knikt) Maar dat stond zo niet op papier toen ik dat contract tekende. Die auto lag mij niet, maar men wou niets veranderen. Dat was een moeilijke periode, ja. Ik was het vijfde wiel aan de wagen. Vandaag zou ik dat anders aanpakken. Ik zou met de bazen aan tafel gaan zitten en een oplossing eisen. Ofwel verandert er iets, ofwel krijg ik de vrijheid om te vertrekken.

Marlboro was toen sponsor. Hoe de tijden veranderen.
(blaast) Ik vind dat spijtig. Zijn we nu gezonder dan vijftien jaar geleden? Ik weet dat niet. Dat is de politiek, hé: elke dag een of andere vreemde maatregel. Als gewone mens moet je dat aanvaarden, zeker? Maar goed, uiteindelijk is dat toch niet het einde gebleken van de autosport.

Heb jij gerookt?
Neen. Al lagen de pakjes wel voor het rapen. (lacht) Maar dat hoorde niet als sportman, vond ik.

“Dakar zou een droom zijn. Als ik morgen budget vind, vertrek ik meteen.”

Vorig jaar won je voor de elfde keer de Rally van Ieper en werd je voor de vierde keer Belgisch kampioen. Waarom stop je dan?
Alle puzzelstukjes vielen samen. Ik kreeg een mooi aanbod van MIG om marketingmanager te worden. Dan kwam er de belofte van Skoda (waar Loix sinds 2010 voor rijdt, red.) dat ze zouden verder doen met nieuw Belgisch talent, én dat ik die kon begeleiden. Dat was wat ik wou in mijn nieuwe leven, mijn ervaring doorgeven. Wat zou een extra jaar mij bijbrengen? Ja, misschien een vijfde Belgische titel of een twaalfde keer Ieper. Maar zou ik dan gelukkiger zijn? Nu heb ik nog de drive om iets nieuws te leren. En laat ons eerlijk zijn, stoppen op een hoogtepunt, elke sporter droomt daarvan.

Heb je uiteindelijk goed geboerd in die 27 jaar?
Naar de normen van de gemotoriseerde sporten wel, ja. Maar in vergelijking met bijvoorbeeld voetbal stelt dat niets voor.

Had de rally impact op je gezinsleven?
Ja, toch wel. Je bent zowat 280 dagen per jaar weg van huis. De laatste zestien jaar woonde ik vooral in Frankrijk, in de Provence, waar ik een huis heb. Dichter bij de testbasissen. Vijf jaar geleden ben ik gescheiden van Els, de mama van mijn kinderen. Wij waren uit elkaar gegroeid. Ik wou actief blijven in de rally, terwijl zij een ander leven voor ogen had. (even stil) Ik kan haar begrijpen, zij was vaak alleen. Vandaag is onze band zeer goed. We hebben nu allebei een leuk leven. Ik heb een nieuwe vriendin, Marie.

In 2006 en 2007 nam je deel aan Dakar. Zou je dat nog eens willen doen?
O ja. Dat zou een droom zijn. Als ik morgen budget vind, vertrek ik meteen. Helaas zijn de kosten zowat verdriedubbeld in vergelijking met tien jaar geleden. Alleen al de verplaatsing naar Zuid-Amerika. Het leeft ook niet meer in België. Wij hadden destijds het geluk dat Koen Wauters deelnam, wat de interesse van een breed publiek lokte. De woestijn heeft mij sindsdien niet meer losgelaten. Tot voor de aanslagen gingen we jaarlijks naar Tunesië op reis met de kinderen en vrienden. Twee weken toeren met jeeps en motors, heerlijk. Ik heb dan pas de woestijn echt leren kennen. Ik zou nu beter zijn dan toen in Dakar.

Wie is de beste Belgische rallyrijder aller tijden?
Thierry Neuville: het niveau dat hij nu haalt, is ongezien. Je zou qua talent Robert Droogmans en François Duval kunnen zeggen en qua werkkracht Bruno Thiry en mezelf. Neuville combineert het allemaal.

 

Het sportrapport van Freddy Loix

Als kind was mijn idool …
Roger Decoster, oud-wereldkampioen motorcross.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …
Eddy Merckx. Die steekt erbovenuit. Hij is niet voor niets De Kannibaal.

Mijn mooiste sportmoment?
De eerste keer Ieper winnen met Toyota in 1996. Dan besef je: ik kan ook winnen.

Mijn grootste ontgoocheling?
Mijn Mitsubishi-periode, en het feit dat ik daar niet weggeraakte.

 

(foto belga)