De komende weken gaat onze gastredactrice & geboren pessimist Stephanie Coorevits op zoek naar het geluk. Ze doet dit aan de hand van verschillende experimenten. Vandaag experiment nummer drie: yoga!

Door Stephanie Coorevits

Ik weet niet hoe het met u zit maar ik zelf heb de neiging me een tikje op te jagen in dingen. En met dingen bedoel ik mensen. Ik kan me storen aan het minste: iemand die te dicht tegen mij in de rij komt staan, slenteraars in de winkelstraat, next level slenteraars die zonder enige aanleiding stoppen in het midden van die winkelstraat, mensen die te luid praten, onbeleefde kinderen, onbeleefde volwassenen, mensen die met hun mond open eten zodat je constant bang bent dat je een stukje van hun smos tussen jouw broodje zal krijgen, … Enfin, ik stoor me dus nogal makkelijk. En in het kader van deze zomerse zoektocht naar geluk en vriendelijkheid valt dat niet goed te praten. Daarnaast is het ook niet goed voor mijn hart.

Enter: meditatie. Ik ben een nuchtere West-Vlaming en had je mij drie jaar geleden verteld dat ik vrijwillig zou gaan mediteren en – spoileralert – het nog leuk zou vinden ook, ik had u heel hard uitgelachen. Nuchtere mensen mediteren niet. Mensen met een bakfiets en olifantenbroeken in felle kleuren wel. Maar meditatie heeft weinig te maken met een povere kledingsmaak. Het is een manier om even rust te nemen in een stressvol bestaan en zou op op middellange termijn allerlei voordelen sorteren gaande van een betere nachtrust tot een beter psychisch welzijn en zelfs een verminderd risico op hartfalen. Onder het motto: baat het niet dan schaadt het niet, verdiepte ik me afgelopen week in de wondere wereld der meditatie.

Experiment nummer 3:

Ik download drie meditatie-apps (Calm, Insight Timer en Headspace) op mijn telefoon en laat me een week lang elke dag begeleiden door een zenmeester.

De testsituatie: Waar je maar wil. Mediteren kan je liggend in je bed doen, zittend in de zetel, wachtend op je vliegtuig of achter je bureau op het werk.

De omstandigheden: Idealiter een rustige omgeving. Ik vermoed dat hardcore mediteerders kunnen ‘uit-tunen’ waar en wanneer ze maar willen maar ik raak door het minste afgeleid en heb dus stilte nodig.

Nuchtere mensen mediteren niet. Mensen met een bakfiets en olifantenbroeken in felle kleuren wel.

Bevindingen:

Dag 1: ‘Ik ga dan eens gaan mediteren hé’, schreeuw ik tegen het vriendje terwijl ik de oortjes van mijn iPhone in mijn oren prop. ‘Huh?’ antwoordt hij heel gevat. ‘Het is voor De Zondag’, roep ik terug. ‘Ah’ is het antwoord. (noot: ik ben gevallen voor zijn messcherpe verbale vermogens).

Ik plof me in de zetel en selecteer een korte oefening met de veelbelovende titel: ‘mediteren voor beginners’. Een warme mannenstem raadt me aan een comfortabele zithouding uit te kiezen en mijn ogen te sluiten. (kan ik!) Vervolgens moet ik de aandacht op mezelf richten en me bewust worden van mijn lichaam. Hoe ik zit, hoe mijn handen rusten op mijn benen, waar mijn ademhaling zich afspeelt: in mijn borstkas, mijn buik of nog ergens anders. Al snel neemt mijn hoofd het over: ‘Hoezo nog ergens anders?’ denk ik, ‘Waar in godsnaam zou je je ademhaling nog kunnen voelen anders dan in je buik? In je linkerknie?’ Ik denk aan hoe ik ademhaal en vind dat dat niet helemaal koosjer aanvoelt: ‘Fuck hé, ik heb veel te veel gerookt dit weekend. Mijn longen voelen raar. Zou er iets aan de hand zijn?’. Ik ben geen expert maar ik dénk dat een dergelijke gedachtegang niet onmiddellijk het doel van mediteren is. Gelukkig stelt de vriendelijke man mij gerust: ‘Als je merkt dat je gedachten afdwalen, observeer dit en keer dan terug naar je ademhaling’. De rest van de oefening probeer ik zoveel mogelijk uit mijn hoofd te blijven. ‘Rome is ook niet op een dag gebouwd en mediteren moet je leren’, denk ik na afloop. Onmiddellijk gevolgd door de gedachte: ‘Check hoe chill ik hierover doe. Volgens mij werkt het nu al’.

Dag 2: Mijn zus komt op bezoek en ik vertel haar over de apps. ‘Ik mediteer ook!’ roept ze uit, ‘gaan we het eens samen doen?’ ‘Ok,’ antwoord ik, ‘ik wilde juist beginnen aan de kleurenbubbel. Duurt amper een minuutje, daarna kunnen we drinken’. Een beetje giechelig werken we de oefening af. ‘Ik kon niet beslissen welke kleur ik mijn bubbel wilde geven’ zegt mijn zus achteraf. ‘Ik had goud’, antwoord ik nogal zelfvoldaan. ‘Oooooh, dat is een goeie kleur!’ vindt ze ook.

Dag 3: Tijdens mijn lunchpauze op het werk kies ik voor een 4 minuten durende ‘adempauze’. De naam is goed gekozen want ik moet vier minuten bewust inademen (door de neus) en uitademen (door de mond). Ik weet niet of ik het me verbeeld maar na afloop voel ik me kalmer en opgewekter tegelijkertijd.

Dag 4-7: Ik mediteer aan de boarding gate op weg naar Napels, ’s avonds in mijn bed in de B&B, over de middag op een terrasje en op de trein. Elke oefening neemt maximum vijf minuten in beslag (op Insight Timer kan je ingeven hoeveel tijd je hebt en dan selecteert de app de geschikte oefeningen). Het is absoluut geen opgave en ik voel dat het me deugd doet om een paar minuten per dag tijd te maken voor mezelf zonder specifiek iets te doén.

Conclusie:

Ik zou heel graag zeggen dat ik het niet meer zo erg vind wanneer onbekenden hun gekauwde eten in mijn mond katapulteren maar ik vrees dat ik daar altijd een beetje moeite mee ga hebben. Maar daar gaat mediteren natuurlijk niet over. Wel is het een heel eenvoudige techniek om eens even niét in je eigen hoofd te zitten of te lopen van het één naar het ander. Het klinkt belachelijk simpel maar gewoon een paar minuten alleen maar focussen op hoe je ademt, zorgt ervoor dat je je rustiger, energieker en gewoonweg béter voelt. Ik blijf zeker mediteren en hoewel ik vermoed dat ik nooit een Ghandi zal worden, ben ik zo goed als zeker dat ik er een kalmer en vriendelijker mens door zou kunnen worden.