Veertig jaar geleden speelde Club Brugge als enige Belgische club ooit de finale van de Champions League. Georges Leekens, aka Mac The Knife, was de rots in de branding. De verdediger speelde negen seizoenen voor Club. Als trainer is hij wispelturiger. Vaak succesvol, maar ook vaak weggehoond. Die kritiek raakt hem, meer dan hij laat blijken.

Georges Leekens interviewen is een speciale klus. Je stelt de man een vraag, en je krijgt een ontwijkend antwoord. Je herhaalt de vraag drie keer, en je ontdekt iets van zijn ziel. In dit interview is alleen dat laatste weerhouden, de antwoorden voorbij de façade van onaantastbaarheid. De 68-jarige Limburger is tegenwoordig bondscoach van Hongarije. Hij amuseert zich, zegt hij, op en naast het veld. Hij koketteert met Viktor Orban, de omstreden premier daar. “Orban is een goede kennis. Ik ben fan. Hij houdt van sport. Hongarije pronkt volgend jaar met een nieuw stadion voor 70.000 mensen. Waar staan wij, Belgen? Wij palaveren twintig jaar, maar doen niets. We blijven dus best bescheiden met onze kritiek. Orban maakt zijn land weer fier.”

Zijn extreem migratiebeleid ligt wel onder vuur.

Ik moei mij niet met politiek. Ik hou van de multiculturele samenleving. Ik ben opgegroeid in Meeuwen tussen Italianen en Polen. Maar het Westen moet Orban krediet geven. Hongarije komt van ver. Vandaag is er weer welvaart. Ik zie propere straten en weinig criminaliteit. Ik heb respect voor die man. Dat is voor mij altijd de basis. Wie respect toont, krijgt meer terug.

Laat ons eens terugkeren naar 10 mei 1978. Wat weet je nog van die dag?

Alles. Heel België stond op zijn kop. Voor het eerst speelde een Belgische club de finale van de Champions League, en dat op het heilige gras van Wembley tegen Liverpool. Meer dan 20.000 Bruggelingen staken per boot de zee over. Dat was uniek.

Geloofden jullie erin?

Ja, ook al verloren we twee jaar voordien de UEFA Cup-finale van datzelfde Liverpool. Die groep kende nooit schrik. We speelden in die tijd drie keer op rij kampioen. We schakelden Europees grootheden uit zoals Madrid en Juventus. In voetbal wint niet altijd de beste. Elke ploeg heeft minpunten. Dat besef was er. Happel zorgde daar ook voor.

Jullie verliezen met 1-0.

We hielden de boel goed toe, tot Dalglish toesloeg op het uur. Hij klopte Jensen met een stifter. We moeten eerlijk zijn: Liverpool was beter. Die wedstrijd was aanval tegen verdediging. Maar wij begonnen met twee handicaps. Eén: Liverpool speelde een thuismatch. Twee: wij misten de geblesseerden Lambert en Courant. Met hen erbij hadden we meer kans gemaakt.

Wat zei trainer Ernst Happel nadien in de kleedkamer?

Niets. Happel zei nooit iets. Hij was een emotioneel man, maar toonde nooit emoties. Ik heb hem later écht leren kennen. Het beeld dat velen hebben van hem, strookt niet met de werkelijkheid. Toen de dochter van Julien Cools overleed, was hij ondersteboven. Dát was Happel.

Dat doet me aan jou denken.

(knikt) Wie ik ben als trainer, is niet wie ik ben als mens. Ik heb veel overgenomen van Happel. Maar wij verschillen ook. Hij kon niet goed communiceren, daarom zweeg hij. Ik heb een grotere mond. (lacht)

“Ik had de nationale ploeg niet mogen verlaten voor Club.”

Waarom trek jij een façade op voor de camera’s?

Ik doe in mijn vak wat ik denk dat goed is voor mijn club of land. Ik denk niet: me, myself and I. Ik moet een groep beschermen. Ik weet altijd goed wat ik doe. Ik was als speler geen Scifo of Beckenbauer, maar ik heb toch onverwacht een mooie carrière gemaakt.

Vanwaar kwam je bijnaam Mac The Knife?

Van een journalist. Ik was er kwaad om in het begin. Ja, ik was een harde speler. Maar ik kwam vaak steendood toe op trainingen of wedstrijden. Vergeet niet dat ik destijds voetbal combineerde met studies licentiaat LO. Ik was ook een echte student in de brede zin van het woord. (lacht) Ik ben die bijnaam met fierheid gaan dragen toen ik naar Brugge verhuisde. Mijn eerste wedstrijd was tegen Bayern München. Gerd Müller speelde me door de benen. Dat kon ik niet verdragen. Ik riep hem toe in mijn beste Duits: nog één keer, en je leert Mac The Knife kennen.

Constant Vanden Stock zei eens dat jij de beste trainer bent die Anderlecht ooit had, maar dat je je paardenbril moest leren afzetten. Had hij gelijk?

Ja. Je moet leren kijken en luisteren, zei hij. Ik trok op mijn 38e naar Anderlecht. Ik had net met Cercle de beker gewonnen. Maar ik was nog niet rijp voor die stap. Ik ben niet te beroerd om dat toe te geven. Ik was een bulldozer: ik wou alles veranderen, overal mijn zeg in hebben. Dat lukt niet op Anderlecht. Jaren later zei Constant: “Je hebt mijn raad snel opgepikt.” Dat heeft me deugd gedaan.

Vandaag draag je de stempel van praatjesmaker, jobhopper en geldwolf. Doet dat pijn?

(laconiek) Ik kan door kritiek heen kijken. Ik heb véél mooie momenten meegemaakt. Zou een praatjesmaker een carrière van 33 jaar kunnen maken? Neen, toch. Wie mij echt kent, weet dat ik niet met mezelf in de wolken loop. (even stil) Ja, soms doet kritiek pijn. Ik ben emotioneler dan mensen denken. Ik weet soms niet wat iemand bezielt. Maar dan kijk ik van wie die kritiek komt. En vaak denk ik dan: ocharme. Wellicht hebben die mensen meer problemen dan ik. Ik hou niet van jaloezie.

Voel je jaloezie in de kritiek?

Soms wel. Of frustratie. Ik ben een gelukkig man, kerngezond en ik doe wat ik graag doe. Dat kan niet iedereen zeggen.

Je trainde al 24 clubs en landen. Wat zegt dat uitzonderlijke aantal dan over jou?

Soms ben ik zelf vertrokken, soms ben ik ontslagen. Maar ik mocht ook bij veel clubs terugkeren. Dát zegt iets over mij. Ik kan iedereen in de ogen kijken. Ja, ik ben ongeduldig en ambitieus. Ik wil altijd meer. Goed is niet goed genoeg. Ik voel ook altijd de drang om mij te bewijzen. Dat is een rode draad in mijn carrière. Ik voel trouwens wél respect in het buitenland.

“Soms doet kritiek pijn. Wie mij echt kent, weet dat ik niet met mezelf in de wolken loop.”

Zie je jezelf nog in België werken?

Neen. Dat verhaal is voorbij. Dat zou te moeilijk worden. Maar ik denk niet aan stoppen, hoor. Ik leid een zwaar, maar leuk leven. Zolang ik die passie voel, doe ik voort. Daarna ga ik de wereld ontdekken. Australië, New York. (zwijgt even) Weet je, leven staat voor mij gelijk aan passie. Dat heb ik van mijn opvoeding. Mijn moeder was mijn grote held. Ze verloor een kind van vijf jaar, maar toch bleef ze positief in het leven staan, voor mij en mijn broer. Onvoorstelbaar.

Het leven was niet altijd lief voor jou. Je eerste vrouw kreeg in 1996 een dubbele hersenbloeding. Hoe ging je daarmee om?

Ik heb me volledig op mijn job gestort. Dat was een zware periode. Het heeft jaren geduurd vooraleer ik dat kon verwerken en weer kon openstaan voor een nieuwe relatie. (zacht) Je hebt het leven niet altijd onder controle. Dat heb ik wel geleerd. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik daarna Kathleen heb leren kennen. Zij is een geweldige vrouw. Door mijn job eis ik veel van haar. Ik wéét dat. Maar ze staat er altijd.

Voetbal om af te sluiten: wat moeten de Rode Duivels doen op het WK?

Gaan voor de wereldtitel: die ploeg kan dat. Elke positie is dubbel bezet. Als Kompany en Vermaelen fit blijven, kunnen ze echt dominant gaan spelen. Andere topploegen benijden ons om die spelers. En laat me duidelijk zijn: neen, ik heb die ploeg niet gemaakt. Ik heb mijn steentje bijgedragen. De spelers hebben de ploeg gemaakt. Ze spelen vandaag allemaal voor topclubs. Dat is het verschil met toen. Ze hebben nu uitstraling, ervaring en ambitie. Ik ga nog eens kritisch zijn voor mezelf. Ik had in 2012 de nationale ploeg niet mogen verlaten voor Club. Dat was een keuze van het hart, maar niet de juiste keuze. Alle tegenstanders stonden zeer vijandig tegenover mij. Ik dacht dat ik dat wel geregeld kreeg. Ik heb me daarin vergist.

Het sportrapport van Georges Leekens

Als kind was mijn idool …

Johan Cruijff. Hij koppelde techniek aan intelligentie en uitstraling.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Ik kan er veel noemen. Neem Eddy Merckx en Paul Van Himst: twee grote mensen.

Mijn mooiste sportmoment?

Als speler: voor het eerst kampioen worden met Club in 1973 op het veld van Anderlecht. Als trainer: de kwalificatie voor het WK in Frankrijk tegen Ierland.

Mijn grootste ontgoocheling?

De finale tegen Liverpool in 1978. Een sportief hoogtepunt, maar ook mijn grootste ontgoocheling.

(foto Stefaan Beel)