“Ik zou niet opnieuw kiezen voor de advocatuur. Als je dit werk goed wil doen, is de hypotheek op je leven zo groot. Te groot.” Aan het woord is Hans Rieder (62), topadvocaat uit Gent. Na bijna veertig jaar leven en werken aan de balie maakt hij de balans op. Openhartig. Soms met een vleugje cynisme, soms met een vleugje humor.

We hebben afspraak aan de Recollettenlei waar Rieder kantoor houdt. Hij oogt rustiger dan vier jaar geleden toen ik hem een eerste keer interviewde. Hij ís ook rustiger, stelt hij. Getekend door een zware ziekte die hem vorig jaar overviel. Kanker. Veel wil hij er niet over kwijt. “Alleen dit: tot spijt van wie het benijdt, ik leef nog.” Hij grijnst. Zijn leven ziet er anders uit na die zware strijd. “Ik werk nog, maar meer vanop de achtergrond. Ik heb leren loslaten. Je ziet het leven vanuit een ander perspectief als je zoiets doormaakt. Voorheen kon ik niet loslaten. Ik kan mij geen dag herinneren zonder gsm- of e-mailverkeer. Ik moest mijn mailbox checken, elke dag. Of ik was onrustig. Die drang is weg. Wat niet betekent dat ik nu over mij heen laat lopen, integendeel. Maar ik probeer mijn doel iets gematigder te bereiken.”

U heeft een afkeer van macht, zegt u steevast in interviews. Is het daarom dat u advocaat wou worden?

Dat heeft zeker meegespeeld. Ik heb een afkeer van machtsmisbruik, van mensen die de indruk geven dat ze alles mogen om hun doel te bereiken. Maar een echte trigger kan ik niet benoemen. De gerechtelijke wereld was mij vreemd als kind. Mijn vader was ambtenaar, mijn moeder huisvrouw. Ik weet nog dat ik aanvankelijk in de rij stond om mij in te schrijven voor Politieke en Sociale Wetenschappen. Dat was nog aan een loket in die tijd. Een goede vriend overtuigde mij om van rij te veranderen. Doe iets nuttig, zei hij. Dat werd dan Rechten. (glimlacht)

Wat hebt u in die veertig jaar geleerd over de macht?

Dat afgunst de grootste kwaal is in onze maatschappij. En het gevoel van intellectuele inferioriteit (minderwaardigheid, red). Veel mensen denken dat ze intellectueel niet sterk zijn. En dat zet aan tot machtsmisbruik.

Gelooft u nog in het goede van de mens?

Ik ben opgevoed met de idee dat de mens goed is. Maar eerlijk: ik ben daarvan afgestapt. Ik denk dat er ook slechte mensen zijn, als je mensen al op die manier mag kwalificeren. En die slechtheid is vooral te wijten aan afgunst of aan een inferieur gevoel. Dat zijn de wortels van al wat fout loopt in onze samenleving.

Is dat overal zo?

Neen, dat denk ik niet. Je ziet dat minder in de Scandinavische landen. Dat heeft te maken met onze geschiedenis. Wij zijn altijd de slaaf geweest van een ander. De Noren bijvoorbeeld, of de Nederlanders: die sprongen zelf in hun boten om de wereld te veroveren. Wij niet, wij ondergingen. Vandaar ook dat wij geen open volk zijn. En argwanend staan tegenover de overheid. (zwijgt even) Ik denk dat we in een slechte tijd leven. Je ziet enerzijds dat mensen klaarheid willen. Over politieke handelingen bijvoorbeeld. Dat is goed. Anderzijds doen mensen vrijwillig afstand van hun vrijheid om zich veilig te voelen. Dát verontrust mij. We denken niet meer na over hoe we de oorzaken van de onveiligheid kunnen wegnemen. Al die daders van terroristische aanslagen in Europa hebben een gelijkaardig levenspad: slechte opvoeding, nul integratie, een crimineel verleden, werkloosheid. Wat doen we daaraan? Heel weinig. Ik zie vooral politici die angst uitbuiten met het doel een politiestaat op te richten.

“Tot spijt van wie het benijdt: ik leef nog. En ik werk nog, maar meer vanop de achtergrond.”

Wie bedoelt u?

Ik zie die politici over het volledige spectrum. Van links naar rechts. Ooit zullen de mensen tot de vaststelling komen dat ze nu iets opgeven dat hen heel dierbaar is, namelijk hun vrijheid.

“Ik moet oppassen dat ik niet cynisch word van deze job”, zei u eens in De Standaard.

(droog) Dat stadium heb ik intussen wel bereikt.

U wordt de koning van de procedure genoemd. Heeft dat cynisme daarmee te maken? Dat mensen niet begrijpen waarom u hard inzet op procedurefouten?

(denkt lang na) Dat denk ik niet. Wat ik nu ga zeggen, klinkt misschien pretentieus, maar ik neem dat de mensen zelfs niet kwalijk dat ze dat niet begrijpen. Als de overgrote meerderheid van de publieke figuren hard schreeuwt dat procedurefouten onzin zijn, dan ligt het voor de hand dat de mensen zich laten vangen. Cynisch word je omdat je steeds opnieuw geconfronteerd wordt met die gebrekkigheden in het systeem.

Doet het u pijn dat u de koning van de procedure genoemd wordt?

In de huidige fase van mijn leven laat mij dat koud. Ik heb daar nul gevoel bij.

“Geens is een zeer intelligent man. Maar ik vrees dat hij van de strafprocedure geen kaas gegeten heeft.”

Hoe doet Koen Geens het als minister van Justitie?

Hij scoort hoog in dagelijks bestuur. Maar voor de lange termijn neemt hij foute beslissingen. Dat hij de intentie heeft het wetboek van strafvordering te herschrijven, is goed. Ik vraag dat al 25 jaar. Maar dat hij dat nu doet, in een angstige tijd, is niet goed. Het laat zich raden dat de tijdsgeest een grote impact zal hebben op het resultaat. En dat is nefast. Dat wetboek moet je herschrijven in tijden van verlichting. Gelukkig krijgen we binnen afzienbare tijd een Europees wetboek van strafvordering, en zal de huidige oefening nutteloos gebleken zijn.

Dat hij Assisen drastisch afbouwt, is dat een goede zaak?

Neen, dat is dramatisch. Een Assisenzaak heeft een louterend effect op de maatschappij. De strafprocedure zal terug gevoerd worden zoals in het Ancien Regime: achter gesloten deuren. Ja, alles wordt op papier vereeuwigd. Maar wie begrijpt die taal? De openbaarheid van Justitie wordt gefnuikt, en dat is dramatisch. Hoe wil je dat mensen vertrouwen krijgen in een systeem als ze niet zien hoe dat systeem werkt? Let op: Geens is een zeer intelligent man. Maar ik vrees dat hij van de strafprocedure geen kaas gegeten heeft. En ik zeg dat met alle respect voor de man.

Wat zou er moeten gebeuren?

Méér openbaarheid. Drie eenvoudige maatregelen zouden een fundamentele impact hebben. Eén: neem woordelijk op wat tijdens de zittingen gezegd wordt. Twee: zorg dat de mensen hun rechters kennen, maak hun biografieën publiek. En drie: zet alle uitspraken in een openbaar register.

Hebt u spijt van iets?

Niet van behaalde resultaten, als u dat bedoelt. Ik ben wel te vaak te naïef geweest. Weinig mensen zien dat waarschijnlijk in mij, maar ik bezit een grote dosis naïviteit. Dat heeft te maken met mijn opvoeding. Ik heb geleerd dat alleman zijn best doet. Dat blijkt niet zo.

Stel dat u uw leven opnieuw mag beginnen, wie of wat zou u willen zijn?

Ik zou niet meer kiezen voor de advocatuur. Als je dit werk goed wil doen, is de hypotheek op je leven zo groot. Te groot. Ik zou misschien architectuur kiezen. Dat was mijn eerste liefde. Al is ook dat geen beroep dat uitnodigt om vaak in je canapé te liggen. Maar er blijft wel iets materieel over van wat je doet. Het werk van een advocaat is vluchtig. Geen enkele van mijn pleidooien zal de tijden overleven. Al waren ze misschien allemaal waardeloos. Dat wil ik aannemen. (glimlacht)

Hebt u er het voorbije jaar niet aan gedacht te stoppen?

Neen. Ik wil mijn cliënten en medewerkers niet in de steek laten. Nu stoppen zou vaandelvlucht zijn. Je kan dat niet maken in een advocatenpraktijk. Een collega zei eens: een advocaat die wil stoppen, moet dat twaalf jaar op voorhand beslissen.

Hoe ziet u de toekomst?

De ene keer pessimistisch, de andere keer optimistisch. Dat wisselt elke dag. Sowieso kijk je minder ver in de toekomst. Je plant dag na dag. En je probeert meer te genieten.