Een kwarteeuw geleden won judoka Heidi Rakels brons op de Olympische Spelen van Barcelona. Vandaag is de 49-jarige Leuvense CEO van GuardSquare, een softwarebedrijf dat internationaal hoge toppen scheert. “Stel je voor dat ik in mijn bedrijf dezelfde woordenschat zou gebruiken als Dedecker destijds: ik word voor de rechter gesleept.”

Hoe ze Barcelona haalde, was haast een even groot huzarenstukje als haar brons. Elf kilogram viel ze af in zeven weken tijd. Een noodzaak. In de -72 kilogram, haar beste categorie, was ene Ulla Werbrouck de Belgische afgevaardigde. Dan maar de -66, dacht Rakels. Of dat verantwoord was? “Ik vind van wel. Ik vind het fantastisch om af en toe je grenzen te overschrijden. Dat lijkt tegenwoordig not done. Onze maatschappij is soft geworden. Een lichaam kan nochtans wat aan, hoor.”

Heb jij nadien geen hinder ondervonden?

Dat wel. Ik bleef mijn grenzen overschrijden. Enkele weken na Barcelona stond ik alweer op de mat. Dat was fout. Ik heb toen lange tijd gesukkeld met blessures. Ik had iemand moeten hebben die zei: Heidi, nu kom je maanden niet op de mat. Ik ben moeilijk in te tomen. Dat voel ik ook vandaag. Als een medewerker ziek uitvalt, dan neem ik zijn werk wel over. Maar je kan dat niet volhouden. Ik ben me daar nu wél bewust van. Gelukkig werden de categorieën nadien herschikt, en kon ik naar de -78. Als je genoeg kan eten, loop je minder risico’s op blessures.

Ben jij tevreden over je carrière?

Ik ben ongelooflijk blij met die olympische medaille. Dat maakt het verschil tussen geslaagd en niet geslaagd. Ik was er ook in Sydney dichtbij. Dat was zuur. Ik was natuurlijk graag eens Europees of wereldkampioene geworden (Rakels pakte twee keer zilver en één keer brons op EK’s, red). Ik kon het net iets te weinig afmaken, vind ik. Waarschijnlijk een gebrek aan zelfvertrouwen.

Was dat de schuld van Jean-Marie Dedecker?

Echte kampioenen hebben een vertrouwenspersoon. Zie Tia Hellebaut en Wim Vandeven. Of Gella en Eddy Vinckier. Ik miste zo iemand. Ik stond overal alleen. Dan ga je sneller twijfelen. Dat het niet klikte met Dedecker klopt. Ulla was zijn poulain. Maar kan ik hem dat kwalijk nemen? Ulla heeft bewezen dat vertrouwen waard te zijn. Ik kijk ook richting federatie. Als je in België alleen met de absolute toptalenten gaat werken, zul je niet veel medailles halen.

Was jij als burgerlijk ingenieur de nerd onder de judoka’s?

Absoluut, ja. De judowereld was niet mijn wereld. Ik was er te introvert voor. Al dat machogedrag was niet aan mij besteed. Heidi is een einzelgänger, zei men dan. Ik heb eens de MBTI-persoonlijkheidstest gedaan. Ineens begreep ik waarom ik mij niet thuis voelde in die wereld. Of waarom ik vroeger op de middelbare school niet graag met andere meisjes optrok. Ik ben een ander type mens. Aan de unief en later als programmeur maakte ik wel vrienden, vooral nerds inderdaad. Dat was een openbaring: hé, er is toch niets mis met mij. (lacht) Nerds zijn ongelooflijk enthousiast in wat ze doen. Dat werkt aanstekelijk. Schrijf maar op: nerds zijn cool. Mijn man is er ook een.

“De harde en seksistische taal schokte mij wel. Wat is hier loos, dacht ik vaak.”

Was je gelukkig in je judoperiode?

Ja, toch wel. Omdat topsporter worden mijn kinderdroom was. Ik doe graag aan judo. Maar ik trainde niet graag in groep. Dat legde een extra druk op mij.

Schrok je van de onthullingen over seksuele intimidatie?

Ja, toch wel. Ik heb daar nooit iets van gemerkt. Wat mij ook schokte: hoe traag de federatie reageerde, hoe die haar trainer bleef beschermen. Dat deed me denken aan mijn tijd. Als federatie zou je een aanspreekpunt moeten zijn voor je atleten.

Lijdt de judowereld aan normvervaging?

Dat denk ik soms wel. De omgangsvormen zouden wat beschaafder mogen zijn. Stel je voor dat ik in mijn bedrijf dezelfde woordenschat zou gebruiken als Dedecker destijds, ik word voor de rechter gesleept.

Welke woordenschat bedoel je?

Harde taal. Seksistische taal. Dat schokte mij wel. Wat is hier loos, dacht ik vaak. Ik was gelukkig al zeventien toen ik met judo begon. Ik wist al dat dat niet de gangbare taal was in de samenleving. Ik kom uit een braaf gezin. Maar kinderen weten dat niet. En op den duur vinden die dat doodnormaal. Dat is ook onaanvaardbaar. Trainers staan daar best even bij stil.

Volg je de sport nog?

Neen. Ik ben er helemaal uit. Ja, ik volg de Spelen, maar dat is het zowat. Ik word volledig opgeslorpt door mijn bedrijf. In mei hebben we voor het eerst in drie jaar eens een week vakantie genomen. Ik heb me na mijn carrière wel kandidaat gesteld om topsportcoördinator te worden. Ik werd afgewezen omdat ik geen diploma had. Weet je wat ik trouwens stom vind? Dat ze ook Ilse Heylen niet opnemen in de structuren. Zij heeft wel dat diploma. Ze zouden haar verdorie moeten smeken. Je ziet trouwens dat niemand van mijn generatie trainer is. Iemand als Harry Van Barneveld bijvoorbeeld, die heeft alle capaciteiten om een toptrainer te worden. De federatie maakt grote fouten.

Even over je bedrijf, GuardSquare. Dat loopt lekker, niet?

(enthousiast) O ja. Wij maken software tegen hacking. Mijn man Eric doet het technische werk, ik leid het bedrijf. De grootste bedrijven wereldwijd zijn onze klanten. Dit was nochtans niet mijn droomjob. Ik ben na mijn carrière gestart als programmeur van software. Dat was wat ik wou. Maar plots ontwikkelt je man iets waar grote vraag naar is. Zelfs Google pikte zijn software op. Dan moet je dat commercieel exploiteren. We werken intussen met dertig mensen, en hebben kantoren in Leuven en San Francisco.

“Ik ben helemaal uit de sport. Ik word volledig opgeslorpt door mijn bedrijf.”

Kan je in deze job iets meenemen van je judocarrière?

Neen. Ja, ik ben een doorzetter. Maar dat was ik voordien al. Sport is emotie. Een bedrijf moet je rationeel leiden. Dat was wellicht de grootste aanpassing voor mij. Als je een gat in de markt vindt, moet je heel waakzaam zijn. Anders word je opgeslorpt door de concurrentie. Je moet elke dag nieuwe hindernissen overwinnen. Dan mogen je emoties niet de bovenhand nemen. Deze job geeft mij een enorme drive. Ik vind het ongelooflijk spannend. Ik heb natuurlijk veel moeten leren. Ik was van de ene op de andere dag CEO. Dat gaat met vallen en opstaan. Maar ik koester wat ik nu mag doen.

Heb jij al zware tegenslagen meegemaakt in je leven?

Neen. Als de halve finale verliezen op de Spelen van Sydney je zwaarste tegenslag is, dan kun je niet klagen. Wij zijn geluksvogels. Eric en ik zeggen dat vaak tegen elkaar. Ja, mijn vader is overleden, maar hij was er 78, en zijn lichaam was op. Dat is de normale gang van het leven. En ik mank een beetje. Een gevolg van een voetbreuk op mijn vijftiende dat nu weer opsteekt. Ik ben destijds daarom moeten stoppen met turnen.

Wou je nooit kinderen?

Als je kinderen wil, moet je daar voor de volle honderd procent voor gaan. Die keuze hebben wij nooit gemaakt. Ik heb er geen spijt van. Ik vind ouders trouwens ongelooflijk bewonderenswaardig. Hoeveel energie die mensen hebben.

Je wordt er 50 volgend jaar. Mag ik dat zeggen?

O ja. Dat ligt niet gevoelig. Ik voel me totaal niet oud. Hoewel 50 wél oud is. (lacht) Weet je, je kan op twee manieren oud worden. Je kan ofwel vooruitstrevend zijn en blijven leren, ofwel hou je krampachtig vast aan wat je doet en word je extremer in je denken. Ik hoop zó hard dat ik tot die eerste categorie zal behoren. Als je een goede CEO wil zijn, moet je blijven leren.

 

Het sportrapport van Heidi Rakels

Als kind was mijn idool …

Nadia Comaneci. Ik heb ook geturnd. Maar na een voetbreuk moest ik een andere sport zoeken. Dat werd dan judo. Puur het gevolg van eliminatie.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Mensen met minder talent, maar veel karakter. Iemand als Ilse Heylen.

Mijn mooiste sportmoment?

Brons op de Spelen van Barcelona in 1992.

Mijn grootste ontgoocheling?

De halve finale verliezen op de Spelen van Sydney in 2000. Ik moest kampen tegen een Chinese met een vreemde stijl. Ik vond geen manier van aanpak. Dat was mijn slechtste kamp ooit.

 

(foto belga)