Jong en ambitieus, mondig, punk zelfs, en vaak stedelijk: zo presenteert Groen zich tegenwoordig. Een van de exponenten van die nieuwe koers is Imade Annouri. In het Vlaams parlement spitst de 33-jarige Antwerpenaar zich toe op actuele thema’s als integratie, racisme en grensoverschrijdend gedrag. ‘Imade wie’, denkt u? Tijd voor een grondige kennismaking.

Het gezin Annouri migreerde zowat 45 jaar geleden van het noorden van Marokko naar Antwerpen. Vader ging aan de slag in de Quick. Ja, de hamburgerketen bestond toen al. Lang zou hij dat niet doen. Anderhalf jaar later trad hij in dienst bij Umicore, toen nog Union Minière. Hij zou daar 40 jaar werken. Het gezin was ook naast de werkvloer actief. Er kwamen vier kinderen. Imade was het voorlaatste, in februari 1984. “Dat ik in Antwerpen geboren ben, beschouw ik als het mooiste cadeau ooit”, vertelt hij. “Ik ben gek op deze stad, op de schoonheid en de ruwheid. Maar ik hecht ook emotioneel belang aan mijn Marokkaanse roots. Vandaar mijn dubbele nationaliteit. Op mijn Twitterbio schrijf ik: Antwerps hart, Vlaamse bakermat en Marokkaanse wortels.”

Hoe bent u in de politiek gerold?

Daar zat zeker geen groot masterplan achter. Ik werkte aanvankelijk voor de KU Leuven (als integratieadviseur, red). Engagement voor mens en planeet zit wel in mij. De mondigheid heb ik van thuis. Elk thema was goed voor een stevig debat aan de keukentafel: politiek, voetbal, zelfs de schooluitstappen. Op een avond was ik op café aan het discussiëren, zoals zo vaak, met enkele vrienden die lid waren van N-VA. Ik vond dat ik mijn engagement ook maar eens politiek moest uiten. Dat was in 2010.

Stemde u altijd Groen?

Neen. Ik heb een keer voor Patrick Janssens (SP.A) gestemd. Dat was in 2006: de grote clash met Filip Dewinter. Ik wou een strategische stem uitbrengen. Maar verder is Groen altijd mijn partij geweest. Let op: ook toen ik die lidkaart kocht, was het niet mijn ambitie een politieke carrière uit te bouwen. Maar al snel bleek dat het Groen menens was om jonge mensen kansen te geven. Dat bewees mijn derde plaats voor het Vlaams parlement in 2014. En voilà, zo zit ik hier.

“Verontwaardiging is een goede startbaan voor politiek”, zei u eens in De Morgen. Wat wekt vandaag uw grootste verontwaardiging op?

Mag ik twee dingen noemen? Klimaat staat sowieso op één. Ik las deze week een open brief van 15.000 wetenschappers die aangeven dat wij de laatste generatie zijn die de klimaatverandering kan aanpakken. Wat zie ik dan in eigen land? Dat een Vlaams minister alle bomen vogelvrij verklaart, dat regeringen bekvechten over windmolens, dat zelfs kerncentrales langer open moeten blijven. Onvoorstelbaar is dat. Het beleid moet nú voluit kiezen voor duurzame energie.

Zegt u er dan ook bij dat de factuur omhoog zal gaan?

Ik weiger dat te geloven. Mensen kunnen zelf hun energie opwekken. Tine Hens beschrijft dat mooi in haar boek Het kleine verzet. Duurzame energie hoeft niet duurder te zijn.

En uw tweede verontwaardiging?

De toon van het politieke debat. Polarisatie moet kunnen, absoluut. Maar dan over inhoud. Laat ideeën maar clashen, maak maar ruzie. Ik hou ervan. Maar ik gruwel van polarisatie over mensen. Dat is mensen tegen elkaar opzetten.

Wie dat hooliganisme herleidt tot de identiteit van de daders, zegt dat dat typisch is voor Marokkanen. Dat is onzin.

 

Maak dat eens concreet.

Wat ik écht beu ben, is dat problemen herleid worden tot identiteit of cultuur. Neem de werkloosheid. Dat is een reëel probleem en dat moet benoemd worden. Als dat groter is bij allochtonen, dan mag dat ook gezegd worden. Maar daarna moet je oorzaken benoemen en oplossingen zoeken. Dan mag je niet blijven hangen bij: dat is typisch voor die mannen, die willen niet werken. (feller) Dat ben ik echt grondig beu.

Vorig weekend was er dat vandalisme in Brussel na de voetbalwedstrijd van Marokko. Moet het benoemd worden dat dat om mensen met Marokkaanse roots gaat?

Absoluut. Je moet niets verbloemen. Maar het is niet de kern van de zaak. Dit gaat over een breder probleem van vandalisme en hooliganisme, en over het optreden van de politie. Hoe is het kunnen gebeuren? Waarom is niemand opgepakt? Wie alles herleidt tot de identiteit van de daders, zegt dat hooliganisme typisch is voor Marokkanen. Dat is onzin.

Hebt u zelf racisme meegemaakt?

Ja, natuurlijk. En veel mensen rondom mij. Soms zijn dat kleine opmerkingen, soms is het heel grof. Mijn moeder is eens uitgescholden voor dief. Dat heeft mij diep gekwetst. Ons buurmeisje was haar trui vergeten op school, en ons moeder nam die mee. Jullie zijn allemaal dezelfde, riep iemand haar toe en rukte die trui uit haar handen.

Reageert u altijd op opmerkingen?

Neen. Wie op sociale media inhoudelijke opmerkingen maakt, krijgt altijd antwoord. Ook Vlaams Belangers. Ik vind dat net interessant. Maar wie mij gratuit uitscheldt, laat ik links liggen.

Agalev wou vroeger niet in debat gaan met het Vlaams Blok. U doet dat wel.

Klopt. Ik zie Vlaams Belang ook als een racistische partij, net als het Blok destijds. Zij vertrekt vanuit het eigen, Vlaamse volk, en blijft elke nieuwkomer als een buitenstaander zien. Maar ik wil die visie wel bekampen. Ik zat onlangs op café met iemand die Vlaams Belang stemt. Die man vertelde mij dat hij vijftig jaar geleden opgroeide in Antwerpen, maar dat hij zijn stad vandaag niet meer herkent. De Turkse pizzeria, de Marokkaanse bakker, de Afghaanse kleermaker: dat zorgt voor een gevoel van ontheemding.

Een uitvoerend mandaat zou te vroeg zijn voor mij. Laat me nog maar wat rijpen.

Begrijpt u dat?

Absoluut. Die man is daarom geen racist. Die angst is ook niet exclusief voor de blanke Vlaming. Die angst is eigen aan de mens, overal ter wereld. Alleen: de politiek moet daarmee aan de slag. En dan kom ik weer bij die polarisatie. Waarom die angst voeden? Onze samenleving is nu eenmaal divers, en dat zal zo blijven. De politiek moet ervoor zorgen dat iedereen zich thuis voelt. Hoe hoger de contactfrequentie tussen mensen met verschillende roots, hoe lager de weerstand. Dat blijkt uit onderzoek. Wel, dat is wat de politiek moet doen: investeren in ontmoetingen tussen mensen.

Volgens N-VA-voorzitter Bart De Wever is racisme ook het gevolg van een mislukte integratiepolitiek.

Als dat zo zou zijn, hoe verklaar je dan de apartheid in Zuid-Afrika, de segregatie in Amerika of het racisme in Europa vóór de migratie? Het klopt dat ons land te laat werk heeft gemaakt van een ernstig integratiebeleid. Maar racisme en discriminatie staan daar los van. Ook die zijn grotendeels eigen aan de mens. Maar je kan dat aanpakken. Wat flitspalen zijn voor snelheidsovertredingen, moeten praktijktests zijn voor discriminatie. Maar de regering doet niets. Ofwel durft ze niet, ofwel schat ze het probleem fout in. Elk onderzoek toont nochtans aan dat discriminatie in Vlaanderen een structureel probleem is.

Hoe verklaart u de achterstand van nieuwkomers in ons onderwijs?

Ik zal niet één iets of iemand de schuld geven. Ik zie wel wat beter kan. Kinderen moeten van hun 2,5 jaar naar school gaan. Je kan dat zelfs verplichten, zonder daarom met grote straffen te staan zwaaien. Leerkrachten moeten ook beter voorbereid worden op diversiteit. En dan is er het verwachtingspatroon: allochtonen worden te makkelijk doorgestuurd naar het TSO of BSO.

Om af te sluiten: mikt u volgend jaar in Antwerpen op een uitvoerend mandaat?

O neen. Ik zou dat ooit zeker graag doen, maar het is nu nog te vroeg. Ik ben amper drie jaar Vlaams parlementslid, laat me nog maar wat rijpen. Ik kan nog veel leren. Ik zal wel op de Samen-lijst staan, en volop campagne voeren. Ik geloof rotsvast in dat project. Het is onze beste kans op een progressieve stad en een groene burgemeester.

(foto belga)