Imana Truyers is geboren in een vluchtelingenkamp in Kigali, Rwanda. We schrijven 7 november 1993. Haar mama overleed vlak nadien. Een Vlaamse zuster nam haar mee naar een weeshuis en regelde haar adoptie naar een gezin in Limburg. Net op tijd. Even later barstte de bloedige genocide los en werden alle kinderen van het weeshuis vermoord. Vandaag is Truyers een talentvolle atlete met grote dromen.

Haar Rwandese naam is Musabyimana. Dat betekent: Geschenk van God. In België houdt ze het op Imana. “Mijn ouders vinden dat beter klinken.” Of zij gelooft in een God na al wat ze meegemaakt heeft? “Ik geloof niet zo in één godsdienst. Ik denk wel dat er iets is na dit leven. Ik hoop het vooral. Ik ben een dromer.” Hoewel haar moeder overleden is, en ze haar vader nooit gezien heeft, beschouwt Truyers zichzelf als een geluksvogel. “Ik ben aan veel ontsnapt. Aan de dood in de eerste plaats. Dankzij zuster Maria ben ik geadopteerd. Ik was toen drie maanden oud. Dus ja, ik ben een geluksvogel. Ik heb kind kunnen zijn. Ik heb kunnen leven. Mijn oudere broer en zus, die zijn achtergebleven in het kamp, hebben geen jeugd gekend. Zij hebben altijd moeten overleven.”

In 2015 keerde ze voor het eerst terug naar Rwanda. Dit voorjaar deed ze dat opnieuw. Ze ontmoette er haar broer en zus, evenals de nieuwe vrouw van haar vader en haar zes halfbroers en -zussen. Haar adoptievader was jaren voordien al eens op prospectie gegaan, om meer te weten over haar familie. “Ik vond dat heel raar, mijn broer en zus ontmoeten. Ik dacht dat zij vreemden zouden zijn. Maar neen, zij voelden zo vertrouwd aan. Je kan dat moeilijk beschrijven. Dat was heel emotioneel.”

Hoe doen zij het vandaag?

Mijn broer doet het goed. Hij is loodgieter. Mijn adoptieouders hebben zijn studies betaald. Hij heeft een huisje, een job, enkele dieren, en kan zijn gezin onderhouden. Mijn zus heeft het moeilijker. Zij is onlangs teruggekeerd naar haar man in Oeganda. Ze was eerst van hem weggelopen, hoogzwanger, omdat hij agressief was. (zwijgt even) Ik weet niet hoe dat zal aflopen. Je staat daar machteloos tegenover.

En je biologische vader?

Ik heb hem nog nooit gezien. Hij heeft een hersenletsel opgelopen tijdens de oorlog. Hij is aangevallen met een machete. Ik heb wel vernomen dat hij drinkt, en agressief is. Twee jaar geleden vond ik het te vroeg om hem te ontmoeten. Ik wou dan vooral mijn broer en zus zien. Dit voorjaar was ik wel klaar, dacht ik. Men heeft hem gebeld. Maar hij voelde niet de behoefte om langs te komen. (even moeilijk) Waarschijnlijk had hij een slechte dag.

Ben jij kwaad op hem?

Ik weet niet of kwaad het juiste woord is. Ik heb wel het gevoel dat hij de drie kinderen van mijn mama in de steek heeft gelaten. Ik weet het niet. Zijn nieuwe vrouw en hun kinderen zijn wel toffe mensen. (zwijgt even) Mijn moeder was een tutsi. Zij was op de vlucht voor de hutu’s. Mijn vader was een hutu. Ik ben eigenlijk het bewijs van de zinloosheid van de genocide.

“Ik zou zó graag weten of ik op mijn mama lijk. Maar er bestaat geen enkele foto.”

Denk je soms: wat als mijn moeder niet was overleden?

Ja. Maar ik kan geen antwoord bedenken. Ik weet ook niet hoe mijn broer en zus dat overleefd hebben. Zij praten niet over die periode. Dat ligt te moeilijk, denk ik. Ik kreeg onlangs de vraag: als je één iets zou kunnen zeggen aan je mama, wat zou dat dan zijn? Ik brak. (krijgt krop in de keel) Ik weet het niet. Ik ken mijn mama niet. Ik weet niet eens hoe zij eruit ziet. Er bestaat geen enkele foto. Ik heb haar broer en zus ontmoet, maar ook zij praten niet over vroeger. Ik zou zo graag weten of ik op haar lijk. Zó graag. (even stil) Ik denk dat zij heel angstig moet geweest zijn. Als kind kreeg ik ook angstaanvallen. Ik ben ook een doorzetter, een overlever. Ik heb eens het EK uitgelopen met gescheurde kruisbanden. Dat zijn misschien eigenschappen die ik van haar heb.

Geloof jij nog in de goedheid van de mens?

Ja, toch wel. Je moet.

Was het moeilijk om als gekleurd meisje op te groeien in het Limburgse dorpje Hechtel-Eksel?

Neen. Je krijgt wel eens een opmerking omdat je bruin bent. Maar ik ben de eerste om zelf die grapjes te maken. Ik kan goed relativeren. Als kind voelde ik mij trouwens een blanke. Ik wou ook een blanke zijn. Ik had niets met Rwanda. Ik keek zelfs vreemd op toen ik donkere mensen zag. (lacht) Pas toen ik in Leuven ging studeren, veranderde dat. Ik werd mij bewust van mijn achtergrond. Toen ik twee jaar geleden voor het eerst terugkeerde, voelde dat alsof de cirkel rond was. De puzzelstukjes vielen in elkaar. Ik ben geboren in Rwanda, en ik mag fier zijn op mijn roots.

De internationale gemeenschap, met België op kop, liet Rwanda in de steek tijdens die genocide. Wringt dat?

België creëerde zelfs die rassenscheiding toen Rwanda een mandaatgebied was. Ik ben me daarvan bewust geworden toen ik meer begon te lezen. Ik weet niet hoe ik me daarbij moet voelen. Ik ben gelukkig in België. Ik krijg hier alle kansen. Ik heb gestudeerd voor verpleegster, ik heb werk (in het UZ Leuven, red), ik kan mijn passie beoefenen, atletiek. Waarschijnlijk voel ik daarom niet diezelfde woede als de Rwandezen.

Je hebt een project opgezet om straat- en weeskinderen in Rwanda te steunen, Thousand Hills of Hope. Voel je je daartoe moreel verplicht?

Waarschijnlijk wel, ja. Omdat zij niet die kansen krijgen. Ik wou iets terug doen. We gaan nu investeren in de kinderafdeling van een ziekenhuis in Kansi. De infrastructuur is er echt erbarmelijk.

“Ik ben een geluksvogel. Ik ben aan veel ontsnapt. Aan de dood in de eerste plaats.”

Zie je je ooit verhuizen naar Rwanda?

Neen, dat niet. Ik zou er nooit diezelfde kansen krijgen. Ik ga eind deze maand trouwens samenwonen met mijn vriend in Leuven. Maar ik sluit niet uit dat ik na mijn carrière voor langere tijd terugga. Rwanda is een prachtig land. Ik word stil van de natuur daar. Ik zou graag nog tropische geneeskunde studeren. En dan voor een ngo werken of zo. Iets zinvol doen. Ik heb nog zoveel dromen. Maar mijn eerste droom is iemand worden in de atletiek. Ik hoop ooit Europese top te zijn.

Dit weekend is het WK van start gegaan. Is dat voorlopig te hoog gegrepen?

Ja, toch wel. Ik ben oververmoeid aan het zomerseizoen begonnen. De combinatie werken-lopen is niet evident. Al kan ook mijn reis naar Rwanda ermee te maken hebben. Ik bereik sportief nog niet dat niveau om financiële steun te krijgen van de bond. Dat is nu mijn eerste doel. Dan kan ik me volledig toeleggen op het lopen. Ik voel dat mijn lichaam nog veel progressie kan maken. Het WK van 2019 is mijn grote doel. Dan wil ik er staan. Op de 5.000 of de 10.000 meter.

In het veldlopen ben je nu al Belgische top. Je was vorige winter derde op de CrossCup en derde op het BK. Wat doe je het liefst?

Ik loop liefst in het veld. Hoe zwaarder de omstandigheden, hoe beter. Dat zal opnieuw mijn overlevingsinstinct zijn, zeker? Ik wil het Louise (Carton, Belgisch kampioene, red) moeilijker maken komende winter. De voorbije jaren stak zij erbovenuit. Maar natuurlijk staat de zomer hoger aangeschreven. Als je iemand wil zijn in de atletiek, dan moet je op de piste mikken. Voor mij is het een goede zaak dat de CrossCup twee wedstrijden minder telt. Dat maakt dat ik meer voorbereidingstijd heb voor de zomer.

 

www.thousandhillsofhope.be

 

Het sportrapport van Imana Truyers

Als kind was mijn idool …

Veerle Dejaeghere. Ik was zo fier dat ik haar vorige winter voor het eerst kon kloppen.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Elodie Ouedraogo. Zij is een grote inspiratiebron voor mij.

Mijn mooiste sportmoment?

Het EK veldlopen in 2010, als eerstejaarsjunior. Dat was mijn eerste optreden op het Europese toneel. Ik werd zeventiende.

Mijn grootste ontgoocheling?

De CrossCup in Roeselare in 2015. Ik werd tweede Belgische op amper veertig seconden van Louise Carton, maar kreeg toch geen ticket voor het EK.

 

(foto belga)