Jacques Borlée is een speciaal man. Vol vuur en ambitie. Bezeten zelfs. Nooit verzadigd. Heel uitgesproken ook. Atypisch Belgisch. Misschien is dat zijn Congolese roots? De 59-jarige succestrainer noemt zichzelf een kind van Jacques Brel. Leven om je dromen te realiseren, hoe utopisch die ook zijn, dat is zijn motto.

Toon mij je boekenkast, en ik zeg wie je bent. Het oude gezegde gaat op voor Jacques Borlée. We hebben afspraak in zijn woning in Wemmel. In zijn boekenkast staat veel werk over wetenschap en sport. Over geschiedenis ook. De Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld. Of Congo, zijn grote liefde. Borlée is er geboren op 27 september 1957, drie jaar voor de woelige onafhankelijkheid. Zijn vader was de laatste gouverneur van de provincie Kivu. “In 1959 kwam koning Boudewijn bij ons thuis. Mijn vader had een rapport opgemaakt. Hij wou de onafhankelijkheid over dertig jaar spreiden. Hij wist dat de Congolezen niet klaar waren om een land te besturen. Men heeft niet geluisterd.”

Herinner jij je iets van die periode?

Neen. Ik was amper drie toen we halsoverkop vertrokken. De overgang verliep heel hectisch. Dat was een zware periode voor mijn ouders. Gelukkig waren dat optimistische mensen en vonden ze al snel nieuwe uitdagingen in België. Ik weet wel hoe raar ik het vond dat je hier moest aanbellen als je bij vrienden binnen wou. Wij sloten onze deuren nooit, ook niet toen we teruggekeerd waren. Tot we in 1976 dieven over de vloer kregen. Dan was dat gedaan. Wat ook vreemd was: de emoties die ik voelde toen ik vier jaar geleden voor het eerst terugkeerde naar Congo, met SOS Kinderdorpen. Dat was een heel intense ervaring. Die joie de vivre: dat voelde aan als thuiskomen.

Vanwaar komt je passie voor sport?

Van mijn moeder. Wij waren met acht thuis: zeven jongens en één meisje. Sport was dé manier om ons te kalmeren. Van kinds af heb ik dit dus als een cruciaal onderdeel van het leven gezien. Kijk vandaag: wat zijn de grootste kwalen van onze samenleving? Rugpijn, veroorzaakt door de computer, en burn-out. Wat is de remedie? Sport. Dat zorgt voor een harmonisch evenwicht tussen lichaam en geest. Cultuur heeft ook die kracht. Ik begrijp niet dat zo weinig mensen dat inzien. Waarom verplichten scholen hun leerlingen niet om elke dag minstens een kwartier te sporten?

“Wie zich met het communautaire bezighoudt, is een idioot. Vergeef me het woord, maar het is wel zo.”

Je hebt zelf ook zeven kinderen.

Je ziet: ik leef van de passie. (lacht) J’adore mes enfants. We zijn elke dag met elkaar bezig en we amuseren ons. Zes doen er aan atletiek, de jongste, die twaalf is, speelt tennis. Ik train hen allemaal. Ik moet mijn leven heel goed organiseren.

Omschrijf eens je werkwijze.

Als je wil dat je lichaam progressie maakt, moet je analytisch te werk gaan. Dat is de cartesiaanse methode. Je werkt op vier zones: hoofd, schouders, rug en voeten. Dat maakt dat je beter loopt, maar daarom nog niet sneller. Als je ook sneller wil lopen, moet je tegelijkertijd werken op sensations, op wat je voelt. Dat is een ander deel van je hersenen. Weinig trainers werken zo.

Vanwaar komt die visie?

Veel mensen hebben mij geïnspireerd. Raymond Goethals bijvoorbeeld: die man slaagde erin niet te veel, maar wel de juiste instructies te geven aan zijn spelers. Heel fascinerend. Een gesprek met Vincent Querton (voormalig CEO van vastgoedbedrijf Jones Lang LaSalle, red.) betekende de echte transformatie in mijn leven. Hij heeft me uitgelegd hoe je succes kan máken. Dat gaat over dat samenspel tussen de cartesiaanse methode, de gevoelens en de intuïtie. Ik lees ook veel boeken: over de neurowetenschap, maar ook over historische figuren zoals Napoleon, Churchill en Kennedy.

Is er een verband?

Absoluut. Zij hadden dat samenspel zo goed onder de knie dat ze het onderbewustzijn van mensen raakten. Neem Napoleon. Hij ondernam een expeditie naar Egypte. Tienduizenden mensen volgden hem, met volle goesting. Ik vind dat fascinerend. Of Churchill. Die was gek: hij wist dat Wereldoorlog II rampzalige gevolgen zou hebben, maar hij stortte zijn land toch in dat avontuur. En dan Kennedy: “Vraag niet wat je land kan doen voor jou, vraag wat jij kan doen voor je land.” En de mensen gaan daarin mee, hé. Dat heeft ook met charisma te maken. Ik hou daarvan.

“Ik wil graag de Olympische Jeugdspelen naar Molenbeek halen. Dat kan het imago opkrikken.”

Jij bent een veeleisende trainer die altijd beter wil. Kan jij ook genieten van het leven?

O ja. Net dát maakt dat ik kan genieten. Je kan de hele dag door mekkeren op de politiek, de media, het systeem. Maar dat telt niet. Wat telt in het leven, is wat je zelf doet. Ik heb projecten nodig, doelstellingen. Ik ben een kind van Jacques Brel. Die zei altijd: je moet je dromen realiseren. Als je dat kan, is het leven fantastisch. Dat probeer ik. Ik heb dromen en ik probeer die te verwezenlijken. Maar het klopt dat ik nooit tevreden ben. Wie tevreden is, valt in slaap. Die kan geen vooruitgang boeken. Ik ben altijd in beweging. Weet je wat een volgende droom is? De Olympische Jeugdspelen naar Molenbeek halen. In 2018 of later. Ik vind het zo triest dat het beeld van Molenbeek, nochtans een mooie gemeente, zo aangetast is na de aanslagen. Een mooi sportevent kan dat imago opkrikken en tegelijk het sociaal weefsel versterken. Ik ben hiermee bezig, samen met het Internationaal Olympisch Comité. Ik hoop snel op meer nieuws.

Vrees je de dag dat je kinderen stoppen met lopen?

Absoluut niet. Als ze morgen beslissen te stoppen, of een andere trainer willen, geen probleem. Dan zoek ik een andere uitdaging. Mogelijkheden genoeg: dat is zo mooi aan de moderne tijd. Alleen moet je ervoor openstaan.

Geloof je dat de 4×400 meter nog beter kan dan die vierde plaats in Rio? Kan bijvoorbeeld een medaille in Tokio 2020?

Ik bekijk dat zo niet. Kan er nog vooruitgang geboekt worden? Dat interesseert mij. En ik geloof van wel. In Rio liepen we met 2:58.52 een nieuwe Belgische besttijd. We streven nu naar 2:57. Of dat tot een medaille leidt in Tokio of een ander kampioenschap, weet ik niet. Dat hangt af van de andere landen.

Jij was ook een getalenteerd sprinter. Op de Spelen van Moskou in 1980 liep je zelfs de kwartfinale.

Ik was niet slecht. Maar ik had niet het talent van mijn kinderen. In mijn verdediging mag ik wel stellen dat we toen niet de wetenschappelijke kennis hadden van vandaag. Het verschil is gigantisch. Tegelijk maakt het mij boos dat die kennis zo weinig doorsijpelt in de samenleving. (feller) Wie bedenkt het om topsport en breedtesport te scheiden? Ook scholen en clubs zouden gebruik moeten maken van de kennis die de topsport heeft.

Acht jaar geleden zei je dat het succes van jouw familie het failliet van de Belgische structuren bewijst. Hoe zit dat vandaag?

Rio heeft mij optimistischer gestemd. Ik heb voor het eerst een innovatief, enthousiast en ambitieus België gezien. Alle bonden, alle voorzitters waren er in de eerste plaats om hun atleten te ondersteunen. Ik merk ook in gesprekken met Sport Vlaanderen en de Waalse tegenhanger Adeps dat hun visie goed zit. Het grote probleem blijft echter dat communautaire. Wij blijven maar navelstaren. Neem dat nieuwe stadion in Brussel. Onvoorstelbaar dat dat er nog niet staat. Waarom kijkt niemand naar het bredere plaatje? Naar de gigantische economische meerwaarde? (feller) Wie zich in deze tijden nog bezighoudt met het communautaire, is een idioot. Vergeef me het woord, maar het is wel zo. Alles is politiek in dit land, en dat werkt een echt sportbeleid tegen. Dat is meteen het grote verschil met Nederland.

 

Het sportrapport van Jacques Borlée

Als kind was mijn idool …

Jacky Ickx.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Roger Federer.

Mijn mooiste sportmoment?

Als atleet: zilver op het Europees indoorkampioenschap in 1983. Als trainer vind ik het te moeilijk om één moment te kiezen.

Mijn grootste ontgoocheling?

De Spelen in Londen in 2012. Kevin en Jonathan hadden daar op twee en drie kunnen eindigen.

 

(foto belga)