Als tiener stond Montasser AlDe’emeh (27) op de rand van de afgrond. Kind van gevluchte Palestijnse ouders, opgegroeid in het Oost-Vlaamse dorpje Baardegem, worstelend met zijn identiteit. Net op tijd overwon hij zijn innerlijke drang te radicaliseren. Vandaag begeleidt hij jongeren die hetzelfde meemaken, doet hij onderzoek naar moslimradicalisering, en schrijft hij boeken.

In zijn nieuw boek ‘De weg naar radicale verzoening’ haalt AlDe’emeh keihard uit naar de moslimgemeenschap. Dat wordt hem niet in dank aanvaard. Net als het feit dat hij deze zomer toegaf voor de Staatsveiligheid gewerkt te hebben. Vorige weekend moest hij zelfs een lezing in Amsterdam annuleren. “Ik had het gevoel dat men mijn veiligheid niet kon garanderen. Ik sta op de dodenlijst van IS. Dat weet ik van een Molenbeekse IS-strijder die van de radar verdwenen is. Ik kreeg berichten uit Syrië via WhatsApp. Dat ze mij gaan afslachten. Je kan niet anders dan dat serieus nemen.”
We hebben afspraak in een koffiehuis aan de Brusselse Beurs. Of dit wel veilig is, wil ik weten. “Dat denk ik wel, ja. Behalve jij en ik weet niemand waar ik ben. Ik moet vooral zorgen dat mijn woonplaats geheim blijft. Anders wachten ze je daar op, zonder getuigen. Ik kan alleen zeggen dat ik in een kleine Vlaamse gemeente woon. En dat het gemeentebestuur, op mijn vraag, mijn adres niet vrijgeeft.”

“Ik krijg meer kritiek dan IS. Dat is niet normaal.”

Schrikken die dreigementen u niet af?
Neen. Het ligt niet in mijn aard om te zwijgen. Weet u wat ik de gewone moslims kwalijk neem? Dat zij niet opkomen voor iemand met een andere mening. De allochtonen die vandaag op televisie komen, vertellen allemaal hetzelfde. Ik niet. Ik voel me vaak eenzaam op dat vlak. Ik krijg zelfs meer kritiek dan IS. Dat is niet normaal.

“Wat doen moslims, behalve kebab verkopen en veel klagen”, schrijft u in uw boek. Dan is het niet verrassend dat moslims kwaad zijn.
Moslims zeggen dat ook onder elkaar. En ik bedoel dat niet eens negatief of denigrerend. Kebabzaken zijn waardevol. Maar moslims vergeten dat zij ook een maatschappelijke bijdrage moeten leveren.

Wie werkt, doet dat toch?
Ik bedoel dat ze zich veel meer moeten engageren in het intellectueel debat. Er zijn veel te weinig rolmodellen waar jongeren kunnen naar opkijken. Hoeveel moslims engageren zich in jeugdbewegingen? Hoeveel moslimprofessoren zijn er? Moslims moeten verder kijken dan hun eigen commerce, dat wil ik zeggen.

U pleit voor radicale verzoening, maar bemoeilijkt u dat niet door die provocerende taal?
Soms moet je iets scherp stellen. Ik doe dat uit oprechte bezorgdheid. Moslims moeten dringend opstaan, hun fouten toegeven en de hand reiken aan de autochtone Vlaming. Want die is bang vandaag, en soms terecht. Ik heb die stap gezet, en krijg nu vaak complimenten, zelfs uit extreemrechtse hoek. Anderen moeten ook die stap zetten.

U bent het beu dat moslims zich verschuilen achter racisme of discriminatie. Vormt dat dan geen probleem?
Toch wel. Autochtonen discrimineren, allochtonen ook. Moslimkinderen worden zelfs gediscrimineerd door de eigen ouders: meisjes mogen minder dan jongens. Maar discriminatie of racisme mag geen excuus zijn om je negatief op te stellen. (fel) Dat ben ik echt kotsbeu. Ik noem dat een mentaliteitsprobleem. Iemand als Abou Jahjah speelt daar een dubieuze rol in.

Hij is uw vriend niet.
Nee, hij wil denken in de plaats van de allochtonen. Hij misbruikt zelfs de Amerikaanse geschiedenis om de Vlaamse samenleving te polariseren. De situatie van de moslims is vergelijkbaar met de zwarten in Amerika, stelt hij. (windt zich op) Komaan zeg. Ja, er is racisme, maar dat is toch niet vergelijken met wat zwarten in Amerika doorstaan hebben. Hij zou beter Martin Luther King als voorbeeld nemen in plaats van Malcolm X.

“Abou Jahjah moet ophouden smoezen te zoeken voor het negatief gedrag van allochtonen.”

“Als het je hier niet bevalt, moet je maar emigreren. Ik betaal je vliegtuigticket”, zei u hem op Twitter. Dat lijkt op Vlaams Belang-praat.
Ik meen dat ook. Aan jongeren die zoekende zijn, zou ik zoiets niet zeggen. Maar ouderen die hier ongelukkig zijn, waarom blijven zij? Dat is niet racistisch. Volgens Abou Jahjah is één derde van de Vlamingen racist. Dat klopt niet. Vlamingen zijn geen racisten. Ze hebben wel angst voor iets dat onbekend is en vooral in negatieve zin in de media komt. Dat is menselijk. Abou Jahjah moet ophouden smoezen te zoeken voor het negatief gedrag van allochtonen.

Nochtans hebt u het ook zwaar gehad als tiener. U stond zelfs op punt naar Palestina te gaan om er te strijden tegen Israëli’s.
Als kind worstelde ik met mijn identiteit. Thuis domineerde de Palestijnse cultuur, op school de Vlaamse cultuur. Wie was ik? Voor een kind is dat heel zwaar. Ik mocht bijvoorbeeld geen lief hebben. Als ik verliefd was op een meisje, kon ik nooit voluit gaan. Die vervreemding kan leiden tot radicalisering. Want je wil ergens bijhoren. Dat is ook de aantrekkingskracht van IS, de eenvoud van haar verhaal. Ik koos voor Palestina.

Wat heeft u uiteindelijk tegengehouden?
Verschillende dingen. Op reis in Auschwitz heb ik begrip ontwikkeld voor de joden. Was ik een jood in het begin van de twintigste eeuw, dan zou ik misschien ook een zionist geworden zijn en de Palestijnen verjaagd hebben. Je moet je altijd proberen te verplaatsen in de ander als je verzoening wil. Maar ook de universiteit heeft mijn ogen geopend.

Hoe kan je radicalisering aanpakken?
Een belangrijke taak is weggelegd voor het onderwijs: jongeren moeten leren kritisch nadenken. Ook de moslimgemeenschap moet eindelijk eens kritisch durven zijn. IS staat niet los van de problematische ontwikkeling van de islam. In België heb je twee soorten imams: dogmatici en hypocrieten. Wie nieuwe dingen verkondigt, wordt eruit gezet. Dus doen ze het niet. Niet de islam is het probleem, maar hoe het uitgelegd wordt. Waarom vertellen imams niet over Nietzsche, die God dood verklaard heeft, of over de evolutietheorie van Darwin?

Dat zou ook in de katholieke kerk een brug te ver zijn.
Moslims moeten niet wachten op de katholieke kerk. Stel nu dat God bestaat. Waarom maakt hij zichzelf niet kenbaar? Blijkbaar vindt hij zichzelf niet belangrijk genoeg. Dan moeten wij ons leven toch niet afstemmen op wat we denken dat God zou willen.

Bent u het geloof kwijt?
Wat is dat, geloof? Ik ben kritisch. Ook een gelovige heeft trouwens het recht om God in vraag te stellen. Maar om terug te komen op uw vraag over radicalisering: ook ouders hebben een verantwoordelijkheid. Ik doe leerlingenbegeleiding voor verschillende scholen, ik hoor vaak van directies dat ouders niet naar oudercontacten komen. Dat is heel problematisch.

Deden uw ouders dat?
Neen, en ik heb dat gemist. Ik weet dus wat jongeren vandaag missen. Ik weet vanwaar die vervreemding komt. Als je op school leert dat homo’s rechten hebben, maar thuis en in de moskee hoor je dat zij zondig zijn, wat moet je dan als kind?

Schuilt er een politicus in u?
Dat is niet mijn ambitie, maar ik sluit dat ook niet uit.

U wordt al eens aan N-VA gelinkt?
Ik heb twee, drie gesprekken gevoerd met Peter De Roover van N-VA. Om kennis te maken. Maar ik zou alleen in de politiek stappen als ik kan blijven doen wat ik vandaag doe, actief zijn op het terrein. Bij welke partij dat kan, is van ondergeschikt belang.

De openbaar aanklager eist één jaar cel voor u omdat u een deradicaliseringsattest zou vervalst hebben. Klopt die beschuldiging?
Ik heb de rechter duidelijk gemaakt hoe die zaak in elkaar zit (AlDe’emeh verklaarde dat hij toen voor de Staatsveiligheid werkte, red), maar ik heb met mijn advocaat afgesproken geen publieke verklaringen af te leggen tot de uitspraak.

“Ik vrees elke dag een nieuwe aanslag”

Vreest u een massale terugkeer van Syriëstrijders nu IS terrein verliest?
Je hebt drie opties: ofwel sneuvelen ze, ofwel sluiten ze aan bij een andere terreurgroep, ofwel keren ze terug. Die laatste groep zal zeker enkele tientallen mensen tellen. Maar zelfs los van wat er vandaag in het Irakese Mosul gebeurt, vrees ik elke dag een nieuwe aanslag. Veel Syriëstrijders zijn van de radar verdwenen. De Staatsveiligheid krijgt veel te weinig middelen om die allemaal op te volgen.

Wat doe je met de teruggekeerden?
Opsluiten. Je kan niets anders doen. En vervolgens individuele gesprekken met hen voeren.

Werkt u nog voor de Staatsveiligheid?
Daar ga ik geen antwoord op geven. Maar het lijkt mij evident dat ik meewerk aan de veiligheid van dit land. Al dan niet officieel.