U kent hem ongetwijfeld nog van die heroïsche Parijs-Roubaix van 2011. En wellicht ook van zijn pijnlijke afscheid door hartproblemen. Twee jaar na datum ziet Johan Vansummeren licht aan het einde van een donkere tunnel. Hij heeft nieuwe doelen gevonden in zijn leven. Eén ervan is … motorcross.

“Ik zit tegenwoordig vaak aan uw kant”, lacht de bijna 37-jarige Lommelaar. “Ik doe interviews met wielrenners voor Het Belang van Limburg. Plezant. Ik word goed ontvangen. Ik spreek dezelfde taal als de renner. Of ik graag interviews gaf? Soms wel, soms niet. Afhankelijk van het moment. Ik heb ook héél slechte interviews gegeven.” Summie oogt ontspannen, scherp ook. “Mja, ik ben nochtans tien kilogram bijgekomen. Dat is genoeg. Mijn broeken scheuren. (lacht) Mijn hart is al niet oké. Als ik nu ook met overgewicht zou kampen, en cholesterol, dan ben ik helemaal naar de kloten.”

Eens sportman, altijd sportman: dat is Johan Vansummeren. Hij springt nog geregeld op de fiets, met bètablokkers, hij gaat golfen en binnenkort gaat hij ook motorcrossen. Vansummeren is ambassadeur van de Arenacross op 3 maart in de Ethias Arena in Hasselt, een demonstratiecross.

Ben je zenuwachtig?

Nu nog niet. Maar dat zal komen. Eens aan die bar zal ik zeker gezonde spanning voelen. Net zoals aan de start van een koers. Dat gevoel mis je als je gestopt bent, die adrenaline. Let op: ik kan dat niet, motorcross. Of beter: nog niet. Ik ben van plan de knepen van het vak te leren. Ik zou het graag goed kunnen. Ik hou van de sport. Mijn vader was vroeger teamarts bij Jacky Martens. Als ik met mijn deelname de sport kan promoten, zou dat prachtig zijn.

Wordt dat iets eenmalig?

Dat is te vroeg om te zeggen. Ik ga geen grote prijzen rijden. Maar als dit een goede ervaring wordt, wie weet. Ik weet wel dat ik deelneem om te winnen. Dat is ook zo met golf. Ik kan de clubs niet tellen die ik al heb gebroken na een nederlaag. (lacht) Dat zal ook nu zo zijn. Als ik iemand kan passeren in een risicovolle bocht, dan zal ik dat doen. Dat is sterker dan mezelf.

Je organiseert vanaf deze maand ook fietsvakanties in Griekenland. Vertel.

Ik heb na mijn afscheid lang geworsteld wat ik wou doen in mijn leven. Als je iets doet, moet je geloofwaardig zijn daarin. Ik ben geloofwaardig op de fiets. Ik ken die streek ook goed. Dat is Loutraki, aan het Kanaal van Korinthe. Ik ging er de laatste vijf jaar van mijn carrière vaak trainen. Perfecte wegen, weinig verkeer, mooi klimaat, lekker eten, ook belangrijk, vriendelijke mensen. Dat is al iets, neen? (lacht) Je kan er prachtige vakanties organiseren.

“Ik was zwartgallig, boos op alles en iedereen. Ik vond ook mezelf ambetant.”

Ga je ook zelf meefietsen?

Soms. Ik kan nog makkelijk tweehonderd kilometer aan. En wellicht kan ik die toeristen nog pijn doen. Maar dat risico mag ik niet meer nemen. Ik kijk naar mijn hartslagmeter. Als ik beter afhaak, dan doe ik dat. In het begin was dat moeilijk. Ik werd chagrijnig als ik vrienden moest laten gaan. Als ik thuiskwam, dan smeet ik mijn fiets weg en was ik boos op alles en iedereen. Vandaag kan ik dat beter plaatsen.

Wat is de meest gestelde vraag van mensen aan jou?

Eerst vragen ze iets over mijn hart. Daarna over Parijs-Roubaix. Welk gevoel heb je als je alleen op die piste komt? Dan moet ik zeggen: ik weet daar niets meer van. Ik had een platte tube, en ik was zo gefocust daarop. Ik zag niets anders.

Die overwinning was een verrassing voor de buitenwereld. Was het dat ook voor jou?

Neen. Als ik één klassieker kon winnen, dan was het die. Luik-Bastenaken-Luik wordt beslist met een demarrage bergop door mannen van 60 à 65 kilogram. Ik had die versnelling niet. Parijs-Roubaix wordt gewonnen vanuit het zadel, door weg te rijden op grote versnelling, met volle kracht in de benen. Dát kon ik. Ik wist al tien kilometer van tevoren dat ik op de Carrefour de l’Arbre mijn move zou doen.

Na aankomst vraag je je vriendin Yasmine ten huwelijk. Had je dat ook gedaan als tweede?

Neen. Dan zou ik haar op een meer intieme plek gevraagd hebben. Dat was een ingeving van het moment, door de emoties.

Hoe kijk jij terug op je carrière?

Ik ben een tevreden man, behalve over het einde. Ik ben tweede geëindigd op het WK voor beloften toen ik 21 was, ik heb als eerste Belg een ProTour-ronde gewonnen, én ik heb een grote klassieker op zak. Ik mis alleen een rit in een grote ronde.

“Laat ons hopen dat de motorcross wel lukt. En dat de fietsvakanties aanslaan. Al zou ik ook graag iets doen in de koers.”

Die ProTour-wedstrijd was de Ronde van Polen van 2007. Had je daarna niet gehoopt op te schuiven in de rangorde van Lotto?

Een van die slechte interviews ging daarover. Ik stond het jaar nadien bij de ploegvoorstelling niet bij de kopmannen. Ik was in mijn gat gebeten. Ik heb dat gezegd in een krant. Dat heeft me geld gekost, hoor. (lacht) Lotto kon er niet mee lachen. Het kot was te klein. Maar goed, ik ben daarom ook vertrokken. Ik kon bij Garmin dé man worden voor Parijs-Roubaix.

Jij hebt als tiener op internaat gezeten bij de paters. Was priester of pater het alternatief mocht de koers niet lukken?

Waar kom jij mee af? (lacht) Helemaal niet. Ik ben daar atheïst geworden. Veel mensen sturen hun kinderen naar een katholieke school terwijl ze zelf geen voeling hebben met religie. Dat was bij mij ook zo. Ik wil die paters niet helemaal afbreken, maar ze hebben toch aparte trekskes. Misschien zou ik wel dokter geworden zijn, zoals mijn pa. Dat boeide me wel. Maar ik heb nooit moeten kiezen. Ik kreeg van mijn vader één jaar tijd om mij te bewijzen in de koers. Anders moest ik terug naar school. Ik ben nooit moeten teruggaan.

Ben jij niet razend op de dokters vandaag?

Op sommige. (lacht) Neen, die mensen doen hun werk. In februari twee jaar geleden stelden zij hartritmestoornissen bij mij vast. Ik moest stoppen met koersen. Toen heb ik wel vaak gedacht: had ik maar gewacht tot na het voorjaar om op controle te gaan. Mijn afscheid was pijnlijk.

Heb je diep gezeten daarna?

Ja, toch wel. Ik was zwartgallig, boos op alles en iedereen. Ik vond ook mezelf ambetant. Maar ik kon er niet aan doen. Ik had weinig moraal om mijn leven opnieuw te organiseren. Wat moest ik gaan doen? Koers was mijn enige passie. Ik moest plots e-mails versturen. Ik kon niet eens met een computer werken. Ik heb dat allemaal moeten leren. (even stil) Ik kan niet zeggen dat ik een gelukkig man was. (feller) Ik kon nog alles doen, hè. Maar ik mocht niet meer. Ja, de dokters zeiden dat ik gerust nog met mijn vrouw mocht gaan sporten. Maar dat krikt mijn moraal niet op. Als ik thuiskom van een training wil ik uitgeteld in mijn zetel kruipen.

Je was er nochtans al 35. Was je je niet aan het voorbereiden op een leven na de koers?

Neen. Ik was nog lang niet van plan om te stoppen. Ik kon sowieso voor twee jaar bijtekenen. Kijk naar Tossato of Rebellin: die mannen koersten tot ze de 40 voorbij waren. Dat wou ik ook. Ja, ik had drie dromen voor na mijn carrière: een marathon, de Cape Epic en een triatlon. Ik mag die allemaal vergeten. Je hart is zo bepalend voor je manier van leven. Je kan in niets nog volle bak gaan.

Voel je je vandaag beter?

Ja, dat wel. Die kwaadheid verdwijnt. Ik heb nieuwe doelen gevonden. Laat ons hopen dat de motorcross wel lukt. En dat de fietsvakanties aanslaan. Al zou ik ook nog graag iets doen in de koers. Dat blijft het mooiste. Als er morgen een ProTour-ploeg op mijn deur klopt, dan zeg ik niet neen.

 

Tickets Arenacross: www.teleticketservice.com of 070 34 53 45

www.jvs-cyclingholidays.com 

 

 

Het sportrapport van Johan Vansummeren

Als kind was mijn idool …

Ik had een poster van Johan Museeuw. Maar echt een idool? Neen, dat niet.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Thomas Pieters. Ik hou van golf.

Mijn mooiste sportmoment?

Parijs-Roubaix winnen in 2011.

Mijn grootste ontgoocheling?

De derde rit in de Ronde van Oman in 2016. Die avond kreeg ik telefoon: je hebt hartritmestoornissen. De dag nadien vlieg je naar huis. Dat was mijn laatste koers ooit.

(foto photo news)