BRUSSEL – Vorige zomer goud op het EK outdoor, dit voorjaar goud op het EK indoor én brons op het WK estafette: de Belgian Tornados zijn absolute wereldtop. Dat moet volgende zomer uitmonden in dé ultieme bekroning: eremetaal op de Olympische Spelen in Tokio. Wij hebben een uitgebreid gesprek met sterkhouder Jonathan Borlée, tevens de snelste van de Borlée-broers.

De familie Borlée moet de meest succesvolle familie zijn in de Belgische sportgeschiedenis. Vader Jacques zette de toon met een kwartfinale op de Spelen van Moskou in 1980. Hij was een 400-meter loper, net als zijn zonen vandaag. De oudste van zijn zeven kinderen, Olivia, pakte in 2008 de mooiste medaille, olympisch goud met het 4×100-meter team in Peking. Zoon Kevin heeft het mooiste individuele palmares: onder andere Europees goud en WK-brons. Jonathan is dan weer de snelste van allemaal met een persoonlijke best van 44”43, tevens het Belgisch record. En dan heb je nog Dylan, opkomend talent en eveneens lid van het estafetteteam op de 400 meter, de Belgian Tornados.

We hebben afspraak met Jonathan in het Driving Center van BMW in Bornem. De 31-jarige Brusselaar krijgt zo dadelijk een nieuwe wagen overhandigd. Hij heeft een bewogen voorjaar achter de rug. De resultaten met het team waren uitstekend, met goud op het EK indoor en brons op de ‘World Relays’, zeg maar het officieuze WK. Hij sukkelt echter al even met de hamstrings. “Ik had wellicht niet mogen starten in de finale van het WK. Ik nam een groot risico. Maar ik wou het team niet in de steek laten. Kevin was ook al geblesseerd naar huis moeten gaan. Nu, ik voel me al beter, hoor. Het had slechter kunnen aflopen, denk ik.”

Wat is het doel deze zomer?

Kwalificatie voor het WK in Doha (eind september, red). Ik vertrek binnenkort voor enkele weken naar het zuiden van Frankrijk. Eerst een weekje vakantie met mijn vriendin en dochter (Ambre, bijna twee jaar, red), daarna twee weken trainingskamp. Dat is een jaarlijkse traditie.

Atleet zijn én vader zijn, is dat een moeilijke combinatie?

(denkt na) Dat maakt dit leven zwaarder dan voordien, moet ik toegeven. Ik was in april vier weken in California op stage. Mijn vriendin en mijn dochter zijn al die weken in Ukkel gebleven (waar ze wonen, red). Mijn vriendin moet namelijk ook werken. Dat was emotioneel niet gemakkelijk. Mijn dochter was haast verbaasd toen ze me na al die weken in levende lijve terugzag in Zaventem. (lacht) Je gaat ook anders denken, hè. Wie kinderen heeft, verandert zijn prioriteiten.

Je kan niet langer een egoïst zijn.

Klopt. Al was ik dat nooit héél erg. Dat was één van mijn minpunten.

Beleef jij je kinderdroom? Of wou je ook voetballer worden, zoals je tweelingbroer Kevin?

Ik wou sportman worden. Vooral dát. Ik heb lange tijd gevoetbald. Maar ik bleek niet goed genoeg. Ik had ook niet genoeg zelfvertrouwen. Ik was gewoon beter in atletiek.

Wat was plan-B?

Dat had ik niet. Sport, dat was het enige. Ik heb wel even Economie gestudeerd aan de universiteit van Leuven, maar het was nooit mijn bedoeling dat diploma te behalen. Ik moest iets doen, omdat ik nog geen profatleet was. (lacht) Toen ik twintig was, ben ik naar Florida verhuisd om beter te kunnen trainen (samen met Kevin, red). Ik heb daar nog even gestudeerd, maar ben uiteindelijk gestopt omdat ik prof kon worden.

Heb je daar geen spijt van?

Neen. De atleten die succesvol sport en studies combineren, zijn zeldzaam. Ik bewonder hen, hoor, daar niet van. Maar ik zou het niet gekund hebben. Ik moet mijn focus op één doel kunnen leggen.

Ben je voorlopig tevreden over je carrière?

Neen. Maar zal ik dat ooit zijn? Ik vrees ervoor. (lacht)

“De vraag zal zijn of ik dit mentaal kan volhouden. Ik ben nu twaalf jaar prof, hè. Bovendien ben ik vader geworden.”

Vorige zomer pakte je voor het eerst een individuele medaille op de 400 meter, brons op het EK. Dat moet een grote ontlading geweest zijn?

Dat was uitzonderlijk mooi, ja. Maar ik wil dat niet overschatten. Het is niet zo dat zonder die medaille mijn carrière mislukt zou zijn. Ik ging niet elke avond slapen met de gedachte dat ik nooit een medaille zou pakken.

Je was al eens vierde en vijfde op het WK, vierde op het EK, zesde op de Spelen, …

(pikt in) Maar wat heb ik fout gedaan in die finales? Dáár denk ik vaak over na. En het antwoord is dat ik geen fouten gemaakt heb. Ik kan mezelf niets verwijten. De anderen waren gewoon beter. Dat is sport. Leef ermee. Je móet.

Dat is makkelijk gezegd.

Dat weet ik. En ik heb ook nog andere taal gesproken. Ik heb ook nog gevloekt, en gedacht: waarom weeral ik? Maar na een tijd kan ik dat relativeren. Ik ben van nature positief ingesteld. (zwijgt even) Die medaille heeft natuurlijk vertrouwen gegeven. ‘Hè, ik kan het toch, dat podium halen, ik ben geen meeloper.’ Dus, in die zin was dat wel belangrijk. Je kan eigenlijk hetzelfde zeggen over de Tornados. We waren al twee keer vierde en één keer vijfde op de Spelen. Maar wat hadden we méér kunnen doen? Ik zie niets. Ik zie alleen tegenstanders die sneller zijn.

Tokio wordt wellicht de laatste kans voor dit team. Wat is de ambitie?

Een medaille. Natuurlijk. En dat kan ook. We vormen een sterk team. Dat zou de laatste stap zijn.

Wordt dat ook jouw laatste wedstrijd?

(blaast) Dat weet ik nog niet. Echt niet. (denkt na) Kijk, ik heb mijn leeftijd, ik weet dat. Maar ik voel me fysiek nog héél sterk. Mijn persoonlijke best dateert van 2012, maar ik heb nog steeds het gevoel dat ik beter moet kunnen. De vraag zal zijn of ik dit mentaal kan volhouden. Of ik mezelf kan blijven motiveren, kan blijven pijn doen. Ik ben nu twaalf jaar prof, hè. Bovendien ben ik vader geworden. Dat verandert een mens.

Weet je al wat het leven na de sport zal brengen?

Je denkt daar wel eens over na. Soms. Wellicht iets in de sport. Atletiek is nog altijd mijn grote passie. Misschien iets met jongeren? Dat zou ik graag doen. Wij hebben zelf ondervonden dat de begeleiding in België veel beter kan.

Zou je in de voetsporen van je vader willen treden?

Misschien wel, ja. Ik sluit dat niet uit.

En werken voor de federatie?

Neen, dat niet. (lacht luid)

Zijn de problemen tussen de federatie en je vader van de baan?

Dat zou ik niet zeggen. Maar ik ga daar liever niet op in. Ik wil mijn focus behouden. En die ligt nog steeds op de piste, niet op wat ernaast gebeurt.