Hij wil doorgaan tot de Olympische Spelen van Tokio in 2020, verklapt Kevin Borlée (29). Om daar een medaille te pakken. Hetzij individueel, hetzij met zijn broers op de estafette. Dan zou zijn palmares áf zijn. Maar ook als dat niet lukt, zal deze Borlée de annalen ingaan als één van de grootste Belgische atleten.

We schrijven Barcelona, 30 juli 2010. Kevin Borlée wordt Europees kampioen op de 400 meter. Hij is pas de derde Belg ooit met goud op een EK. Gaston Roelants en Karel Lismont gingen hem voor. Borlée doet dat op zijn typische manier. In een schijnbaar verloren positie de laatste bocht nemen, en in de finale rechte lijn iedereen voorbijsnellen. Hij herhaalt dat huzarenstukje één jaar later op het WK in Daegu. Borlée pakt er brons. Zijn geheim? “Focus en weten wat je doet. Je mag je niet laten verstoren door wat rond je gebeurt. Anders ben je verloren.”

Borlée heeft talent en inzicht zat, maar zeker ook toewijding is een belangrijke sleutel tot zijn succes. Ten bewijze enkele stappen in zijn jeugd. Als hij zes is, scheiden zijn ouders. Een ingrijpende gebeurtenis. Kevin en tweelingbroer Jonathan verhuizen met moeder Edith van Brussel naar La-Roche-en-Ardenne. Maar het Ardense dorpje betekent een rem op hun sportieve dromen. De tweeling keert terug. Niet naar vader Jacques, maar naar een appartement. Opmerkelijk: ze zijn amper vijftien. “Onze grootmoeder woonde wel in hetzelfde blok: wij op de zesde verdieping, zij op de twaalfde. Zij heeft ons goed geholpen. Maar als ik daar nu aan terugdenk: dat was inderdaad niet evident. Je laat je moeder achter, al je vrienden. Je moet van school veranderen. Maar we voelden dat dat moest.”

Je deed nochtans nog niet aan atletiek toen.

Neen, dat klopt. We droomden ervan profvoetballer te worden. (lacht) We speelden bij White Star. Het jaar nadien hebben we de overstap gemaakt. Onze toekomst lag in de atletiek. (denkt even na) Wellicht heb je gelijk: die stap zegt veel over mijn karakter. Als je de beste wil worden, moet je harde keuzes maken. Ik ben niet iemand die gewoon goed wil zijn. Ik wil elke dag beter worden. Als je vandaag 48 seconden loopt, moet je morgen beter willen doen. Dat zou niet gelukt zijn in La Roche.

Vijf jaar later verhuizen Jonathan en jij naar Tallahasee, Florida.

Opnieuw geen makkelijke stap. We spraken geen woord Engels. Ik studeerde er bewegingsfysiologie. Die eerste weken begreep ik niets van wat ze zeiden. Gelukkig hielpen de andere atleten ons met onze boodschappen. (lacht) Maar ook die stap was noodzakelijk om beter te worden. Veel sporters weigeren die te zetten. Ze denken: ik zit in België ook goed. Klopt niet: de omkadering in Amerika is veel beter. Als je het onderste uit de kan wil halen, moet je opofferingen maken. Ik ben blij dat ik dat gedaan heb.

Is die toewijding typisch voor alle Borlées?

Wellicht wel. Als wij iets doen, dan geven we alles. We starten nooit met het idee: we zien wel. Maar vergis je niet: ik geniet ook van het leven. Atletiek is niet álles. Ik kan ’s nachts ook over iets anders dromen. Je moet een balans vinden tussen sport en fun.

“Waarom ploeteren mensen maandenlang in de modder? Ik kan dat niet begrijpen. Maar ik wil het wel weten.”

Waarom keer je na twee jaar Amerika terug?

Omdat we prof zouden worden. En dan konden we geen lid blijven van de schoolploeg. Ik heb helaas mijn studies niet kunnen afmaken. Maar koos ik toen voor mijn studies, dan zat ik hier wellicht niet.

Wat kies je: Brussel of Florida?

Ik hou in de eerste plaats van Brussel, en van mijn land. Ik denk niet dat ik Brussel ooit verlaat. Maar we keren wel elk jaar in maart terug naar Florida. Je kan er het zomerseizoen in ideale omstandigheden voorbereiden.

De Amerikaanse president Donald Trump noemt Brussel een hell hole.

Ik noem die man geen president. Ik begrijp niet waarom zoveel mensen voor hem stemmen. Dat is toch een stupid?

Ben jij net als je vader verwoed lezer van politiek en geschiedenis?

Ik hou van boeken over de Tweede Wereldoorlog, biografieën over Churchill bijvoorbeeld. Die interesse was er al in de lagere school. We moesten een opdracht maken over de wereldoorlog. Dat is mij blijven fascineren. Waarom vechten mensen? Waarom ploeteren ze maandenlang in de modder? Ik kan dat niet begrijpen. Maar ik wil het wel weten.

Is sport ook oorlog?

(blaast) Mentaal misschien wel. Als je op de piste komt, moet je in je hoofd een klik maken. Wellicht doen soldaten dat ook als ze in de loopgraven staan. Maar ik denk niet dat je dat echt kan vergelijken. (lacht)

Zie jij je tegenstanders als vijanden?

Neen. Ik wil winnen, dat wel. Maar ik kan vooraf en achteraf iedereen de hand schudden. Ik weet dat er anderen zijn. Sommige atleten intimideren graag in de callroom. Al heb ik dat nooit meegemaakt. Wellicht omdat zij weten dat ik niet te intimideren ben.

Je bereikte na de Spelen van Londen in 2012, waar je vijfde werd, geen individuele finale meer. Hoe verklaar je dat?

(droog) Anderen lopen beter. Zo eenvoudig is het. Ik vind niet dat ik slecht loop. Ik loop nog steeds 45 seconden of minder. Maar ik zie dat anderen meer vooruitgang boeken. Verschillende atleten doen de 400 meter nu in 43 seconden. Dat was enkele jaren geleden ondenkbaar. Dat is bad luck, zeker?

“Als je de beste wil worden, moet je harde keuzes maken. Ik ben niet iemand die gewoon goed wil zijn.”

Is dat frustrerend?

Ja en neen. Als iemand evolueert van 46 naar 44 seconden op een jaar tijd, kan je je vragen stellen. Maar zonder bewijzen mag je dat niet luidop zeggen. Het kan ook zijn dat die persoon plots intensiever is gaan trainen. Ik verspil niet graag energie aan dingen waar ik geen vat op heb. Het belangrijkste voor mij is mijn persoonlijke evolutie. Ik kan nog steeds onder de 45 seconden lopen. Als dat nog eens lukt in de juiste race, en de tegenstanders lopen geen 43 seconden, dan is een nieuwe finale niet onmogelijk. Soms krijg ik de vraag waarom ik niet alles op de estafette zet. Ik vind dat een foute redenering. Als ik beter wil presteren op de 4×400 meter, moet ik individueel ook sneller lopen. Daarom blijf ik in de eerste plaats focussen op mezelf.

Is Tokio 2020 nog een doel?

(resoluut) Ja. Dat is mijn grote doel voor de toekomst. Dat wordt wellicht ook mijn laatste grote tornooi. Alleen al erbij zijn, zou uniek zijn. Dan zou ik vier Spelen hebben gedaan. En stel je voor dat een medaille lukt, individueel of met de estafette, maakt niet uit, dan is mijn palmares compleet.

Jonathan is vader geworden deze zomer. Is dat ook jouw ambitie?

Vandaag zeker niet. Ik zie wat hij meemaakt. Hij was een zombie die eerste weken. (lacht) Ik doe ook niet alles wat mijn broer doet, hè. Ik ben nu vijf jaar samen met mijn vriendin, en wij genieten van het leven.

Is het soms moeilijk om deel te zijn van een tweeling?

Niet voor mij. En ik denk ook niet voor Jo. Hij is het beste wat mij kon overkomen. Wie heeft er de luxe elke dag een trainingsmaat te hebben die even goed is? Geen enkele atleet. Het wordt alleen lastig als mensen, vaak journalisten, ons tegen elkaar uitspelen. Dat willen wij niet.

Ik lees ergens dat jij eens zijn examen Engels hebt afgelegd. Klopt dat?

Ja. Jo kreeg zeven op tien. (lacht) En de leerkracht heeft het nooit opgemerkt.

Was dat de enige keer dat je van identiteit wisselde?

Dat zou ik niet durven zeggen. Maar de andere keer kan ik echt niet on the record kwijt. Of ik krijg problemen. En neen, het heeft niets met vrouwen te maken. (lacht)

Het sportrapport van Kevin Borlée

Als kind was mijn idool …

Michael Schumacher. Ik was gek van Formule 1. En nog altijd.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Roger Federer. En Valentino Rossi. Hoe oud is die nu? Ik dacht 38. Niet normaal.

Mijn mooiste sportmoment?

Beijing 2008: mijn eerste Spelen. Dat was een fantastische ervaring. Met de estafette werden we vijfde in een Belgisch record.

Mijn grootste ontgoocheling?

De Spelen van Londen. Ik werd er vijfde individueel. Maar ik was niet tevreden over mijn finale.

(foto belga)