ANTWERPEN – Kimberly Buys is de nummer één van het vrouwenzwemmen in België. Vorig jaar bewees ze met brons op het EK ook Europese top te zijn. Op de Olympische Spelen van Tokio wil de 30-jarige Oost-Vlaamse een laatste keer schitteren. “Zonder dat brons was ik wellicht al gestopt.”

Al veertien jaar zwemt Kimberly Buys op internationaal niveau. Al evenveel jaar doet ze dat met Ronald Gaastra aan haar zijde. “Kimberly is een voorbeeld voor alle topatleten”, meent de Nederlandse succescoach. “Ik heb haar niet één keer weten zeuren.” Of dat klopt, vraag ik haar. Buys knikt en lacht. “Dit is passie, hè. Ik zwem gewoon gráág. Zelfs het trainen vind ik nooit saai. Moet ik een extra training doen, dan doe ik dat. Geen probleem. Ook op vakantie zoek ik het water op. Ik kan het geen dag missen. Ik heb natuurlijk het geluk dat ik al die jaren met Ronald heb mogen werken. Hij weet mij telkens opnieuw te triggeren.”

Je bent er 30. Dat is de pensioenleeftijd voor zwemmers.

Ik weet het. (lacht) In België ben ik steevast de oudste. Vaak is het leeftijdsverschil tien jaar en meer. Op internationaal niveau is dat anders. Al ben ik natuurlijk nooit de jongste. Maar goed, het is nu zo.

Zou je bang zijn om te stoppen?

(aarzelend) Wellicht wel, ja. Heel mijn leven draait rond dat zwemmen. Ik zou nog niet kunnen stoppen. (denkt na) Dat komt maar vreemd over, zeker? Ik weet heus wel dat het leven meer is dan zwemmen. Ik heb een vriendin verloren aan kanker. Euthanasie. Dan besef je maar al te goed dat zwemmen een hobby is, en niet meer dan dat.

Wat zou je doen na je carrière?

Ik ben dat aan het aftasten. Ik heb een diploma op zak, biochemie en biotechnologie. Dat zal waarschijnlijk iets in die richting zijn. Genetisch onderzoek. Of kankeronderzoek. Dat interesseert mij. Ik heb de voorbije jaren als vrijwilliger op het centrum medische genetica gewerkt, een labo aan de universiteit van Antwerpen. Ik wou iets om handen hebben naast het zwemmen. Anders verlies je ook de voeling met die wereld. Ik heb dat ondervonden toen ik afgestudeerd was. Plots had ik géén leven meer naast het zwemmen. Dat was worstelen. Ik miste een intellectuele uitdaging. Daarom dus dat vrijwilligerswerk.

Wat heeft de zwemster in jou getriggerd?

Dat is heel toevallig gekomen. Het is niet dat ik in een uitzonderlijk sportieve familie ben opgegroeid. Mijn ouders waren helemaal geen zwemmers. Maar omdat ik als kind geen schrik had van water, wilden zij dat ik snel leerde zwemmen. Dat was geen liefde op het eerste gezicht, hoor. (lacht) Ik ben eigenlijk vrij laat deftig beginnen trainen.

In welk gezin ben jij opgegroeid?

(blaast) Wat kan ik zeggen? Ik had zeker een onbezonnen jeugd. Dat was in Sint-Gillis-Waas (Buys woont nu in Berchem, vlakbij het Wezenbergzwembad, red). Ik was een rustig kind. Mijn vader was analist/ programmeur, mijn moeder werkte in de beenhouwerij van haar ouders. Ik heb één zus.

Wat wou jij worden als kind?

Moeilijke vraag. Ik had niet echt één droom. Het is zeker niet zo dat ik als kind droomde van de Olympische Spelen. (lacht)

“Een medaille op het WK wordt aartsmoeilijk. Ik zal de wedstrijd van mijn leven moeten zwemmen.”

Je hebt er intussen twee meegemaakt.

Klopt. En dat hadden er drie kunnen zijn. Ik heb Peking maar nét gemist. Londen en Rio waren uitzonderlijke ervaringen. (zwijgt even) Dat is ook een belangrijke motivatie voor mij. Ik kick op die grote tornooien. Ik wil nogmaals een Spelen meemaken. Dat is zó uniek. Bovendien wil ik sportieve revanche. Ik was niet tevreden na Rio. Die halve finale (op de 100 meter vlinderslag, red) had beter gemoeten. Ik wil eens een Spelen meemaken die perfect verlopen. Ik weet ook dat een finale uitzonderlijk moeilijk wordt. Maar toch is dat mijn ultieme droom.

Tokio is pas volgende zomer. Wat is het doel deze zomer?

Het WK. Dat is in juli in Zuid-Korea. Ik wil daar in de eerste plaats een ticket behalen voor Tokio. Ik moet 57”92 zwemmen, terwijl mijn PR 57”91 is. Dat moet dus mogelijk zijn. Sport Vlaanderen verlangt daarnaast een plek in de top-twaalf. Als ik die limiet behaal, dan zal dat zoiets zijn, denk ik.

Vorige zomer pakte je brons op het EK op de 50 meter vlinderslag. Is dat een waardemeter voor het WK?

Jawel. Je zal zien dat er in die finale vooral Europese zwemsters zullen zitten. Ik wil daarbij zijn. En dan kan alles. Al wordt een medaille aartsmoeilijk. Ik zal de wedstrijd van mijn leven moeten zwemmen. Helaas is die 50 meter geen olympische discipline. Ik ga me dus in mijn voorbereiding vooral toeleggen op de 100 meter. Dat kan in mijn nadeel spelen.

Critici vinden dat die medaille van geen tel is, omdat de 50 meter geen olympische afstand is. Wat zeg jij daarop?

(droog) Dat ik ze toch maar behaald heb, die medaille. Ik vind dat wél een prestatie. Punt. Ik weet zelfs niet waarom dat geen olympische discipline is. Ik kan dat alleen maar jammer vinden.

Wat heeft dat brons voor jou betekend?

(enthousiast) Héél véél. Eindelijk een medaille in groot bad. Ik had al twee keer zilver behaald op het EK in klein bad, maar dat staat toch minder hoog aangeschreven. Wie in groot bad een medaille behaalt, telt echt mee. Dit was dus heel belangrijk voor mijn palmares. Ik ben ook fier op de manier. Ik had net één van de grootste ontgoochelingen in mijn leven opgelopen. Ik was uitgeschakeld in de halve finale van de 100 meter met een vreselijke chrono. Ik heb nog steeds geen verklaring daarvoor. Ronald was keihard voor mij, zelfs live op televisie. Dat kwam aan, hoor. (lacht) Toch kwam ik enkele dagen later heel zelfzeker aan de start van de finale op de 50 meter. Ik dacht: haal gewoon die medaille. Ongelooflijk dus.

Was je zonder dat brons al gestopt met zwemmen?

Wellicht wel, ja. Die kans is groot. Ik heb lang nagedacht. Na die 100 meter wou ik stoppen. Ik zag het echt niet meer zitten. Dat brons heeft me uiteindelijk overtuigd.

Een uitsmijter nog: weet jij op hoeveel afstanden je het Belgisch record hebt?

Krijg ik even tijd om te tellen? (denkt na) Dat moeten er acht zijn in klein bad en zes in groot bad. Dat is niet slecht, hè. (knipoogt)