TORHOUT – Klaas Vantornout was een écht kampioenschapsbeest. Op zijn palmares staan geen wereldbekers, geen klassementen, maar wel twee Belgische titels en twee zilveren WK-medailles. Eén jaar geleden stopte de West-Vlaming met veldrijden. Van een zwart gat is geen sprake.

“Mijn leven is mooier dan ooit.” Vantornout (36) zegt het met een brede glimlach. We hebben afspraak in zijn knusse woning in Torhout. Hij is net terug van een weekje Spaanse zon, iets wat de voorbije vijftien jaar onmogelijk was. “Ze hebben mij nochtans bang gemaakt, hoor. Je zál in een zwart gat vallen, kreeg ik overal te horen. Dat is niet gebeurd. Ik geniet van het leven. Ik voel vooral geen druk meer. Dat werkt bevrijdend. Dus ja, het gaat goed met mij.”

De agenda van Sven Nys zit voller dan ooit, sinds hij gestopt is. Geldt dat ook voor jou?

Hij mag zijn leven hebben. (lacht) Neen, ik ben niet jaloers. Ik hoef geen volle agenda. Ik zou daar ook geen voldoening uit halen. Ik wil vooral genieten van het leven, van de vrije tijd die ik eindelijk heb. Eerlijk: ik mis niets van mijn vroegere leven. Wat helpt, is dat ik met grote voldoening kan terugblikken. Mijn carrière is compleet, vind ik. Mocht dat niet zo zijn, zou ik misschien anders praten. Ik hoef geen grote uitdagingen meer. Ik doe wel nog wat strandraces met de mountainbike. Als ik goesting heb. En als het niet regent. Anders start ik niet.

Weet je je dagen dan te vullen?

O ja. Ik heb eerst zes maanden niets gedaan. Ik vond dat ik dat wel verdiende na twaalf zware profjaren. Ik was op, vooral mentaal. Na die zes maanden kreeg ik de kans om avondles fietsmechaniek te geven aan volwassenen. Dat doe ik nu twaalf uur per week. Heel plezant. Ik geef ook fietstraining aan kinderen. Dat wil ik in de toekomst méér doen. Maar verder is mijn leven niet omgegooid. Ik blijf veel sporten, fitness en fietsen. Ik ga niet uitbundig eten of drinken. Maar het gevoel dat wel te kúnnen doen, werkt bevrijdend. Begrijp je? Het moet allemaal niet meer. Maar ik ben niet van plan mezelf te laten gaan. Ik voel me fitter dan ooit. Ik heb mij eigenlijk nog geen seconde verveeld.

Kan je nu ook een betere papa zijn voor Milla (8)?

Dat weet ik niet. Ik heb nooit veel moeten doen. Ik ben mijn vrouw dankbaar. Zij heeft alle zorgen op haar genomen. Nu, je moet ook eerlijk zijn: een baby heeft vooral de mama nodig, de borst, de melk. (Zijn vrouw pikt in) Je bent nu wel een betere papa, hoor. Je hebt eens tijd om een spelletje te spelen, en zo. Vroeger was dat niet het geval. Of als ik op zaterdag moet werken, ben jij thuis. (Vantornout terug) Als jij het zegt, zal dat wel zo zijn. (lacht)

“Ik voel vooral geen druk meer. Dat werkt bevrijdend”

Hoe kijk je terug op je carrière?

Die is compleet, zoals ik al zei. Met een goed gevoel dus. Ik heb van mijn hobby mijn beroep gemaakt. Ik heb dat beroep altijd graag uitgeoefend. Ik heb ook goed mijn boterham verdiend. Wat kan je meer wensen?

Eens wereldkampioen worden?

(aarzelend) Mja, dat kon.

Louisville?

Klopt. Dat was in 2013. Ik was héél sterk dat jaar. Ik was ook net Belgisch kampioen geworden. Alles liep op wieltjes, fysiek, mentaal. Ik leefde op een wolk. Ik trok ook echt naar Amerika om wereldkampioen te worden. Nys was niet beter die dag. (even stil) Ik heb één stomme fout gemaakt. Ik bleef met mijn stuur hangen in de rode linten. Dat was in de laatste ronde. Ik was mee met Nys. Een fatale fout wellicht.

In Tabor in 2010 pak je ook zilver.

(snel) Maar dat was anders. Dát zilver voelde aan als een overwinning. Stybar was gewoon een klasse te sterk die dag.

Welke cross staat voor eeuwig in je geheugen gegrift?

Voor het eerst Belgisch kampioen worden. Dat was in Mol, in 2013. Niemand had mij daar verwacht. Ikzelf ook niet, moet ik bekennen. Maar ik voelde me zo goed. Al in de eerste ronde zette ik de anderen onder druk. Ik was gewoon de beste. Als je voor de tweede keer die trui wint, voelt dat minder speciaal aan. Ik vind de Belgische trui trouwens de mooiste trui die je kan dragen. Letterlijk dan. Je valt enorm op. Al zou ik natuurlijk direct één inruilen voor die minder mooie regenboogtrui. (lacht)

Wat zou jij zonder de cross geworden zijn?

(blaast) Dat weet ik écht niet. (kijkt naar zijn vrouw) Zou jij dat weten? Wat kon ik anders? Ik heb er geen flauw benul van. School interesseerde mij niet. Ik moest centrale verwarming volgen van mijn pa. (zucht) Dat lag me helemáál niet. Ik ben niet eens een handigaard. (lacht)

Uit welk gezin kom jij?

Uit een normaal gezin, zonder achtergrond in koers of sport. Mijn vader was sociaal adviseur over pensioenen, mijn moeder zelfstandig verpleegster. Ze wonen trouwens in het huis hiernaast. Als kind wou ik vooral met mijn BMX rijden. Na school maakte ik een groot parcours op een stuk braakliggend grond naast ons huis.

Wanneer wist je dat je prof kon worden?

Heel laat maar. Dat was natuurlijk mijn droom als kind. Maar ik was ook nuchter. Ik was niet het grootste talent. Ik denk niet dat één iemand had kunnen voorspellen dat ik dit palmares bijeen zou rijden. Dat maakt me zo gelukkig. Ik heb alles opgeofferd voor de koers. Dat was de enige manier. Anders zou het mij niet gelukt zijn. Ik ben ook maar op mijn 24e prof geworden. Dat zegt iets, hè?

“Laat Van Aert en Van der Poel maar verder crossen, of de sport valt helemaal in een gat”

Wie was de belangrijkste figuur in je carrière?

Naast mijn vrouw en mijn ouders moet ik Marc Hemeryck noemen. Hij was al die jaren mijn coach, maar eigenlijk meer dan dat. Hij was mijn vertrouwenspersoon. Ik kon altijd op zijn deur kloppen.

Je hebt tegen kleppers gereden zoals Nys, Wellens, Albert, De Clercq, Vervecken, Van Aert en Van der Poel. Wie was de beste?

Daar moet ik niet over nadenken: Mathieu. Hij steekt er met kop en schouders bovenuit. Hij heeft álles. Ik heb dat nooit gezien. Komt hij op kop, dan rijdt hij weg. Dat mag in de eerste ronde zijn, of in de derde: dat maakt hem allemaal niet uit. Die jongen is fenomenaal.

Ga je nog vaak kijken?

Neen. Ik denk een keer of drie. Twee keer was voor de televisie. Ik was gevraagd als analist. Dat was trouwens heel plezant. Ik kijk wel naar elke cross, maar dan vanuit mijn zetel. Als ik die mannen daar zenuwachtig zie staan aan de start, dan geniet ik daar dubbel zoveel van. (lacht)

Het veldrijden lijkt in te boeten aan populariteit. Hoe zie jij dat?

Ik voel dat ook. Toen ik vanmorgen ging winkelen, werd ik door twee mensen aangesproken. Ze stelden mij telkens die vraag. (aarzelend) Nu, het is niet aan mij om de analyse te maken. Dat is mijn zorg niet meer.

Echt niet? Doet dat geen pijn?

Neen. Ik hoop natuurlijk op beterschap. Ik zie ook dat veel wedstrijden afzien. Als die lijn zich doortrekt, wordt dat heel hard opletten.

Voor het voortbestaan ervan?

Ja. Dat denk ik wel. Maar is het aan mij om te zeggen wat er moet gebeuren? Ik heb onlangs eens gezegd dat ik zout en peper miste. Wat ik toen weer over me heen kreeg. (blaast) Het is nochtans zo. Het veldrijden leeft dankzij spraakmakende figuren. Denk aan De Clercq, Nys, Wellens en Albert. Die zorgden op en naast de fiets voor spektakel. Vandaag kan je niets meer zeggen. Wie dat toch doet, wordt op sociale media met de grond gelijk gemaakt. Ik zou ook zwijgen dan. Anderen zeggen dat Van Aert en Van der Poel beter voor de weg kiezen. Dat het dan weer spannend zal worden. Daar geloof ik niet in. Laat die twee maar verder crossen, of de sport valt helemaal in een gat.

Wie wint volgend week het BK?

Toon Aerts. Hij zou het ook verdienen.

En het WK daarna?

Mathieu. Dat kan niet anders. Het kan niet blijven tegenslaan op een WK.

Het sportrapport van Klaas Vantornout

Als kind was mijn idool …

Frank Vandenbroucke. Dat was dé figuur in die tijd. De God van het wielrennen.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Marathonloper Koen Naert. Wat die gast neerzet, is heel straf. Dat wordt misschien zelfs te weinig benadrukt.

Mijn mooiste sportmoment?

Mijn eerste Belgische titel in 2013.

Mijn grootste ontgoocheling?

Het WK in Louisville in 2013. Die tweede plek was vooral een ontgoocheling.

(foto belga)