Koen Wauters en Urbanus zingen ode aan de olifant. Hopelijk wordt het geen requiem.

680

 

Doorgaans worden we vrolijk van Project K, maar ondanks de aanwezigheid van Urbanus die als side-kick van Koen Wauters fungeerde, was dit deze week allesbehalve het geval. In deze vijfde aflevering waarin Koen in opdracht van Marc Sleen naar Afrika trok om een olifant te redden, werd duidelijk dat het niet zomaar slecht gaat met de dikhuiden. Neen, het gaat afgrijselijk slecht. Elk kwartier valt een vriendelijke kolos ten prooi aan stropers. Als het zo door gaat, is de olifant binnen tien jaar uitgestorven in het wild. Koen en Urbanus schreven een leuke ode aan de olifant. Helaas zou het ook een requiem kunnen worden.

Het Afrikaans avontuur begint bij de liefde van Koen voor de Nero-strips, die hij als kind verslond. Hij droomt er dan ook van door Marc Sleen, de geestelijke vader van Nero, vereeuwigd te worden tijdens de wafelfestijn waarmee elke strip steevast eindigt. De 92-jarige striptekenaar ziet dit wel zitten, maar uiteraard staat daar een opdracht tegenover. En omdat Sleen heel veel van Afrikaanse dieren en dan vooral van olifanten houdt, stuurt hij Koen naar het zwarte continent met als opdracht een olifant te redden.

Koenolifantt

“Gewekt door een buffel die tegen mijn tent stond te pissen”

Om hem in de gaten te houden, zorgt Marc Sleen voor een controleur en dat blijkt niemand minder dan Urbanus te zijn. “Waarom ik? Ik ben Marcs compagnon als hij over de vogeltjes wil praten. En ik maak nestkastjes aan de lopende band”, lacht hij. En ook omdat Urbanus in Afrika garant staat voor een reeks grappige beelden en quotes uiteraard. Het is al meteen raak want Urbain in een tropenpak met een ontplofte baard en kleine oogjes uit zijn tent zien komen met de boodschap dat hij om 6 uur gewekt werd door “een buffel die tegen zijn tent stond te pissen”, daar kan weinig tegenop.

Olifanten als speurhonden

Even later leren we dat olifanten tegenwoordig gebruikt worden om stropers op te sporen. Hun reukorgaan is immers veertien keer sterker dan dat van een doorsnee hond. Urbanus mag even stroper spelen en krijgt de opdracht het t-shirt dat hij tijdens de vliegreis aan had terug uit zijn valies te halen. Om er zeker van te zijn, dat zijn geur voldoende sterk is, propt hij het shirt nog even onze beide oksels én tussen zijn benen, tot grote hilariteit van de aanwezige rangers. Dan krijgt hij tien minuten de tijd om zich samen met een gids te verstoppen in de savanne. Ondanks de pogingen om de olifanten op een dwaalspoor te brengen (een zak van de Casa rond zijn schoenen binden, in uitwerpselen trappelen, in een cirkel lopen,…) sporen de dikhuiden hem in amper 20 minuten op.

Weesolifantje geadopteerd

Vervolgens gaat het duo aan de slag in een olifantenweeshuis, waar ze de kleintjes de papfles geven. Koen is zo vertederd dat hij er eentje levenslang adopteert en het de familienaam van zijn opdrachtgever meegeeft. Er loopt in Zambia nu een slurvige Musolele Sleen rond. Het is een goed begin, maar dit is uiteraard onvoldoende om zijn beloning te verdienen. Er moet echt een olifant gered worden.
Hiervoor sluiten ze zich aan bij het Pro Track Camp (PTC), een privé-organisatie die al ruim 20 jaar stropers bestrijdt. Maar de strijd is ongelijk, zo blijkt. “Sinds 2007 zijn hier al zo’n 4.000 neushoorns gedood. Dit jaar is cruciaal in onze strijd voor de neushoorn en ik vrees dat we die gaan verliezen. Eenmaal de neushoorn verdwenen is, zullen de stropers zich volledig toeleggen op de olifant en omdat die zich in kuddes verplaatsen, zal de slachting veel sneller verlopen. Het heeft 20 jaar geduurd om de neushoorn tot de rand van de uitroeiing te brengen maar ik vrees dat het bij de olifant in amper vijf jaar zover kan zijn” zegt PTC-baas Vince.

Koenolifant

Tussen 2010 en 2012 werden in Afrika 100.000 olifanten afgeslacht door stropers. Dat is één dier om het kwartier. Een hallucinant cijfer.

Koen en Urbanus zijn getuige van een PTC-actie waarbij twee stropers in een hinderlaag gelokt en aan de politie uitgeleverd worden. Tot slot nemen ze ook deel aan een operatie waarbij een grote olifant vanuit een helikopter verdoofd wordt om hem een GPS-halsband om te doen waardoor hij doorlopend kan gelokaliseerd worden. Koen mag bloed afnemen van de verdoofde kolos en Urbanus krijgt de kans een antibiotica-spuitje toe te dienen. En dit alles is uiteraard wèl voldoende om door Marc Sleen vereeuwigd te worden.

 

Ode aan de olifant: de tekst

Beide heren zijn zodanig onder de indruk van hun avonturen dat ze een ode aan de olifant schrijven. Het liedje gaat als volgt:

 

 

Urbanus:
Olifant, olifant
Je moet je niet verstoppen want je bent een prachtig beest, indrukwekkend en galant
Storm en wind kan je niet deren want je houdt van waterski
Je bent de keizer van de wereld, met een hart van kolibri

Koen:
Je bent de trucker van de jungle, de koning van het land
De god van de savanne en de walvis van het land

Samen:
Olifant, olifant,
Je moet je niet verstoppen want je bent een prachtig beest, indrukwekkend en galant

Urbanus:
Je grabbelt gras en struikgewas met je sierlijke slurf,
zoekt een stroper ambras, dan grijpt je slurf hem bij zijn lurf

Koen:
Je schuurt af en toe je kont tegen een baobab’je aan,
die valt in stukken op de grond maar je jeuk is dan gedaan

Samen:
Olifant, olifant,
Je moet je niet verstoppen want je bent een prachtig beest, indrukwekkend en galant

Ingrijpen voor het te laat is

Hopelijk dringt de boodschap van deze aflevering bij voldoende mensen door en wordt er ingegrepen voor het te laat is. Anders zullen de generaties na ons enkel nog olifanten op archiefbeelden van National Geographic en in de zoo kunnen bewonderen. En ze zullen het ons nooit vergeven dat we het zover hebben laten komen.