OOSTKAMP – Koen Naert (29) is een fenomeen. Vanuit het niets leek hij vorige zomer Europees marathonkampioen te worden. Léék, want dat is maar schijn. Al vele jaren leeft de West-Vlaming maniakaal voor zijn vak. Wat hem heeft getriggerd? Een moeilijke vraag. Misschien die ene keer dat hij stomdronken thuiskwam. Het zou hem nooit meer overkomen.

Koen Naert heeft een ongewoon carrièrepad achter de rug. Na zijn studies Verpleegkunde ging hij aan de slag in het militair ziekenhuis in Neder-Over-Heembeek. Met de steun van de Vlaamse overheid kon hij dat combineren met atletiek. Tot Vlaanderen hem eind 2014 op straat zette. Niet goed genoeg voor de top, luidde het oordeel. Carrière aan diggelen, zo leek het. Maar de koppige West-Vlaming wist beter. Hij gooide zijn leven overhoop. Voortaan geen piste of veldlopen meer, maar de marathon. En zie: enkele maanden later in Berlijn, in zijn tweede marathon, laat hij de vierde Belgische tijd ooit noteren. Adeps klopte plots aan de deur, de Waalse tegenhanger van Sport Vlaanderen. We schrijven eind 2015.

“Ik heb getwijfeld. Ga ik in op dat aanbod, dan moet ik stoppen in het ziekenhuis. Ik heb daar meer dan vijf jaar héél graag gewerkt. Ironisch genoeg hebben mijn collega’s mij overtuigd. ‘Komaan Koen, je kan van je hobby je beroep maken. Wie krijgt die kans?’ Ik heb toegehapt. Ik wou mijn limieten kennen.”

Waarom heb jij Verpleegkunde gestudeerd?

Ik raakte gefascineerd door de verhalen van mijn schoonouders. Zij werken in de sector. Ik had industriële wetenschappen gedaan in het middelbaar. Ik kon geen hydraulica of informatica meer zien. (lacht) Ik heb me mijn keuze nooit beklaagd. Ik moet zelfs toegeven: ik mis mijn werk, en zeker mijn collega’s. Ik leid een eenzaam leven. Dat is het grootste nadeel aan mijn vak. Je traint alleen, je zit alleen thuis, want je vrouw is gaan werken. Je ziet niemand meer. Ik heb daarmee geworsteld, zeker in het begin. Daarom ben ik opnieuw gaan studeren, een postgraduaat wondzorg en weefselherstel. Zo zie ik opnieuw mensen én hou ik voeling met die wereld. De kans is groot dat ik na mijn carrière weer als verpleger ga werken.

Wat drijft jou in je sport? Je trainer Raymond Van Paemel zegt dat jij op je achttiende al onwaarschijnlijk veel karakter toonde. Je nam de fiets en twee treinen om alleen maar op de training te geraken.

Ik vond dat de normaalste zaak van de wereld. Wat drijft mij? (denkt na) Goede vraag. Ambitie misschien? Ik wil iemand worden in mijn vak. Passie wellicht ook. Als ik drie dagen niet kan lopen, word ik ambetant. Dat is een verslaving. Zelfs op reis kan ik het niet laten.

Wie tegenslag kent in zijn jeugd, maakt meer kans op de top, zeggen experts. Is dat ook zo voor jou?

Je zegt daar zoiets. Dat zou wel eens kunnen. (even stil) Mijn ouders zijn gescheiden toen ik twee jaar was. Mijn stiefvader werd al snel een vader voor mij. Hij bracht mij elk weekend naar de wedstrijden, al was dat aan de andere kant van het land. Maar toen ik zestien werd, was dat plots voorbij. Ik moest mijn plan trekken. Ik was aanvankelijk razend op hem. Vandaag ben ik hem dankbaar. Ik heb daardoor leren knokken.

“Jij gaat nooit iets bereiken in je sport, zei mijn stiefvader.
Die woorden zitten in mijn geheugen gegrift.”

Hoe was jouw jeugd?

Ik ben opgegroeid in Roeselare. Mijn stiefvader, intussen met pensioen, was houtbewerker. Mijn moeder werkt in de kringloopwinkel. Mijn echte vader zie ik soms nog eens. Ik ben op mijn zesde beginnen lopen, op aanraden van een turnleraar. (zwijgt even) Ik bedenk trouwens net een tweede trigger. Ik kwam eens megadronken thuis van een fuif, niet normaal. Ik was een jaar of zestien. ‘Je moet jezelf zien’, zei mijn stiefvader, ‘jij gaat nooit iets bereiken in je sport.’ Die woorden zitten in mijn geheugen gegrift. Ik heb mezelf toen voorgenomen: ik ga wél iets bereiken. Ik heb sinds die dag geen druppel alcohol meer aangeraakt.

Ben jij maniakaal met je vak bezig?

Ik denk dat wel. Ik noteer alles wat ik doe, wat ik eet, hoe ik me voel. Ik ben een grote perfectionist in mijn vak, maar dat moet ook. Ik moet opboksen tegen de Kenianen. Zij hebben genetische voordelen: een grotere longcapaciteit, een langer hielbeen. Wil ik de kloof dichten, dan moet ik op de details mikken.

Hebben zij ook het voordeel van een lakse dopingpolitiek?

Dat zal wel. Ik ben niet naïef. Er is in heel Afrika geen enkel dopinglabo. Dat kan niet. Dat is de reden waarom ik geen voorbeelden meer heb in de atletiek, of zelfs in de brede sportwereld. Ik heb genoeg gezien. Maar ik wil me daar niet in opwinden. Ik maak het verschil op een andere manier.

Meditatie bijvoorbeeld.

(knikt) Al zes jaar lang doe ik élke dag minstens één sessie van twintig minuten. Dat maakt me rustiger. Dat zorgt ook voor een andere kijk op het leven. Ik geloof niet meer in toeval. Wat op je pad komt, heeft een betekenis. Je moet het alleen willen zien. Ik ben ook positiever geworden, opener. Al is dat misschien een reactie op mijn jeugd. Emoties tonen, was not done thuis.

Heb jij een guilty pleasure?

Ik snoep graag, en eet graag frietjes van de frituur. Maar eens de voorbereiding op een wedstrijd begint, meestal zestien weken voordien, kan ik makkelijk een knop omdraaien. Dan is het gedaan met guilty pleasures. Ik ben wellicht een beetje wacko in mijn hoofd. (lacht)

Heeft die levenswijze invloed op je gezin?

Dat denk ik niet. Mijn vrouw steunt mij. Al zegt ze soms ook dat ik gek ben. (lacht) Neen, zij weet dat ik dit moet doen. Ik wil later geen spijt hebben. Let op: soms verschijnen er dingen over mij die niet kloppen. Ik heb al mogen lezen dat ik mijn zoontje Finn (2) niet durf aan te raken uit vrees ziek te worden. Dat klopt niet. Ik ben wel voorzichtig.

“Ik heb geen voorbeelden meer
in de atletiek, of zelfs in
de brede sportwereld.
Ik heb genoeg gezien.”

Wat doet je vrouw in het leven?

Oei. (lacht luid) Zij is productmanager bij Gates Europe. Maar ik kan eigenlijk niet zo goed omschrijven wat zij precies doet.

Mag ik dat zo noteren?

Dat mag, ja. We zijn nu toch al twaalf jaar samen. (lacht)

Je bent nu Europees kampioen. Wat is je volgende ambitie?

Ik ga niet ontkennen dat ik al bezig ben met de Olympische Spelen van Tokio in 2020. Wil ik daar winnen? Ja, natuurlijk. Ik wil álles winnen. Maar ik ben ook realistisch. Zelfs een medaille zou al een mythische prestatie zijn. Volgend jaar wil ik vooral mijn chrono aanscherpen. Daarom doe ik niet mee aan het WK in Qatar. Ik kan geen vijf marathons op een jaar lopen.

Je pakte die Europese titel in 2.09.51. Blijf je erbij dat Vincent Rousseau niet hoeft te vrezen voor zijn Belgisch record van 2.07.20?

Dat is een gevaarlijke vraag. (lacht) Eerlijk? Ja, dat record is een ambitie. Als je de tweede tijd hebt, dan móet je mikken op de eerste tijd. Maar de kloof is nog heel groot. Ik heb trouwens veel respect voor Rousseau.

Nu we toch eerlijk zijn: voelde die titel ook aan als een revanche op Topsport Vlaanderen?

Ik krijg die vraag vaak, maar het antwoord blijft neen. Ik neem niemand iets kwalijk. Vlaanderen kon toen niet weten dat ik ooit Europees kampioen zou worden. Eén iets heeft me wel pijn gedaan. Ik wou topsporter worden bij Defensie. Vlaanderen adviseerde het leger om mij niet aan te nemen. Ik kreeg te horen dat ik niets voorstel in mijn sport. Ik voelde me héél klein toen. Maar ik drijf niet op revanche.

Jij hebt al de Gouden Spike op zak. Wie wordt Sportman van het jaar?

Opnieuw een gevaarlijke vraag. (lacht) Bart Swings zou het zeker verdienen. Of wie weet: ikzelf. Ik vrees echter dat het Eden Hazard zal worden. Voetbal is een leuk spel, daar niet van. Maar dat is geen sport. En voetballers zijn geen sportmannen.

Het sportrapport van Koen Naert

Als kind was mijn idool …

Tom Compernolle. Toen ik tien was, kon ik een foto nemen met hem. Die staat nog steeds bij mijn ouders thuis.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Ik heb geen idolen meer in de sport. Te veel atleten hebben mij ontgoocheld, door bijvoorbeeld doping te nemen.

Mijn mooiste sportmoment?

Europees kampioen worden in Berlijn. Sportief én extrasportief. Dat heeft ook financieel nieuwe deuren geopend.

Mijn grootste ontgoocheling?

Enkele maanden voor de Spelen van Rio geblesseerd uitvallen. Ik was daardoor niet op mijn sterkst (hij werd 22e, red).

(foto belga)