Sofie Lemaire oogt ontspannen. Nochtans zijn het drukke tijden voor de presentatrice van De Wereld van Sofie, die tegelijkertijd – voor een tv-programma dat in het voorjaar van 2020 op Canvas komt – strijdt voor ‘meer vrouw op straat’. Bovendien levert ze binnenkort nog een andere strijd, in De Slimste Mens. “Heel pittig allemaal, maar ik klaag niet. Ik geniet heel erg van alles wat ik doe.”

Veel tijd heeft Sofie niet voor ons ontbijt. Begrijpelijk, want elke werkdag tussen 10 en 12 uur laat ze in het radioprogramma De Wereld van Sofie haar curiositeit de vrije loop. Gelukkig is ze een spraakwaterval, die me meteen vertelt hoe goed ze zich op Radio 1 voelt. En hoe hard ze werkt aan ‘Meer vrouw op straat’, haar nieuwe tv-programma dat in het voorjaar van 2020 op Canvas uitgezonden wordt. “Als radiomaker ben ik gegroeid, waardoor ik veel comfortabeler en rustiger kan werken. Vroeger, bij Studio Brussel, voelde ik op dagelijkse basis wel stress. Door een kind te krijgen en door iets meer ervaring op te bouwen, leer je bij plotse problemen zeggen: ach, zo belangrijk is het allemaal niet. Heel fijn om wat rustiger in het leven te staan.”

Eerst even over ‘Meer vrouw op straat’. Je ijvert dus voor meer straatnamen vernoemd naar vrouwen.
Klopt. In februari hebben we een oproep gelanceerd om meer vrouwen een plek te geven in het straatbeeld. Ik heb zelf bijvoorbeeld heel lang in Antwerpen gewoond, in de Jozef De Bomstraat, de Karel Rogierstraat, de Graaf van Hoornestraat, de Frederik de Merodestraat. Altijd in straten met mannennamen. En eigenlijk was ik me daar nooit bewust van. Totdat ik er op een gegeven moment bij stilstond: van alle straten in Vlaanderen die naar personen zijn vernoemd, is de verhouding man-vrouw 85 tegen 15. Een gigantische wanverhouding. Sowieso wilde ik als overtuigd feministe al lang iets doen voor de vrouwenzaak. Natuurlijk gaan we hiermee de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen niet oplossen, daar moet ik niet naïef in zijn. Maar het is wel een goede manier om even aan de bel te trekken en te tonen dat het vooral mannen zijn die geëerd worden. Terwijl ook veel vrouwen herinneringswaardig zijn, ook al zijn hun verhalen vaak niet opgenomen in geschiedenisboeken. Want nu begint het met straatnamen, maar waarom zouden de geschiedenisboeken niet aangepakt kunnen worden? Waarom zoeken we in het spelletje ‘Wie is het?’ 25 mannen en slechts 5 vrouwen? Bij al die zaken die we evident zijn gaan vinden, mogen we ons toch vragen stellen.

Oogst je veel succes?
Eigenlijk wel, en dat heeft me wel wat verbaasd. Ik had geen flauw idee hoe groot ik het enthousiasme van steden en gemeenten kon inschatten na onze oproep. Ik dacht dat twee of drie vrouwelijke straatnamen in elke grote Vlaamse stad al een goed signaal zou zijn. Maar we zitten nu in totaal toch al aan veertig straten over heel Vlaanderen en we werken nog verder. We waren nog niet zo lang geleden bij de onthulling van een brug in Leuven en de burgemeester zei me dat we wel iets wakker gemaakt hadden. Telkens als het over straatnamen ging, was er nu wel iemand die opperde dat er ook aan de vrouwen gedacht moest worden. Dat is zo fantastisch om te horen. Net daarom is dit het tv-programma dat mij de meeste voldoening heeft gegeven en nog geeft. Ik wilde een kleine mentaliteitswijziging op gang brengen en dat is nu al gelukt.

Je hebt zelf lang in Antwerpen gewoond, maar bent verhuisd naar de boerenbuiten. Mis je de stad niet?
Ik heb heel lang overtuigd in de stad gewoond en ik zou er wellicht nu nog wonen als ik geen kind had gekregen. Maar mijn zoon was na zijn geboorte constant ziek, wel twee jaar lang. Heel vaak waren de luchtwegen de boosdoener. Wij woonden dan ook vlakbij de Ring. Op gsm-filmpjes konden wij hem horen hijgen, wij waren daar al aan gewend. Maar op een dag, bij de zoveelste oorontsteking of snotneus, suggereerde de dokter dat de slechte lucht de boosdoener was. Als je dat als ouder hoort, beslis je heel snel: wegwezen. Zo ben ik in Keerbergen terechtgekomen, in het groen. En wonder boven wonder: na twee jaar altijd ziek en slecht slapen, sliep hij vanaf de eerste dag meteen door. Sindsdien is hij zelden tot nooit ziek.

De Wereld van Sofie, elke werkdag van 10 tot 12 uur op Radio 1.

Ikea-fetish

“Het klinkt misschien raar, maar IKEA-kasten in elkaar zetten is het leukste dat er is. Ik vind dat zeer ontspannend. Mensen die dat haten, begrijp ik niet. Ik word daar dolenthousiast van. Als iemand de handleiding niet volgt, dat maakt me wel nerveus. Niet dat ik zelf zo georganiseerd ben – eigenlijk eindigt het altijd in een chaos van karton en plastiek – maar het lukt me toch altijd. Of mijn vrienden mij bellen om zo’n IKEA-klusje voor hen te komen opknappen? Was het maar waar! Bij dezen dus een warme oproep: voor hulp met IKEA-kasten…”

De droomzondag

“Ik probeer mijn weekends vrij te houden voor mijn gezin. Op een ideale zondag ben ik dus gewoon thuis en blijf ik met veel plezier heel lang aan de ontbijttafel zitten. Doorgaans zit ik tot de middag in mijn pyjama. In het beste geval staat er in de namiddag ook niet al te veel op het programma. Mijn zoontje wil natuurlijk wel altijd iets doen, maar op mijn droomzondag regelt mijn lief dat (lacht). Hij vindt het trouwens ook niet erg om in z’n eentje en in stilte een stad uit Lego-blokken te bouwen. Of op de iPad? Eigenlijk is hij nog niet helemaal mee met de mogelijkheden van zo’n iPad. Hij speelt er wel eens pingpong op, maar van het bestaan van andere spelletjes weet hij gelukkig nog niet zoveel af. Hij heeft ook geen vriendjes die de hele dag op zo’n ding zitten. Hoe langer hij niet weet van het bestaan van een PlayStation, hoe langer ik hem daar niet van weg moet houden.”