Luc Van Lierde ontpopte zich in de jaren negentig tot de beste triatleet wereldwijd. Zijn palmares is indrukwekkend. Toch blikt de 48-jarige Bruggeling met gemengde gevoelens terug. Ook diepe dalen waren zijn deel, voornamelijk veroorzaakt door mentale muizenissen. Vandaag scheert Van Lierde opnieuw hoge toppen, als coach.

Zijn meest cruciale jaar noemt hij 1995. Hij won toen zilver op EK én WK. Het voorjaar voordien kwam hij zwaar ten val. In Knokke, aangereden door een wagen. Hij belandde op intensieve. Zijn carrière leek voorbij. Van Lierde begon te werken bij een koerierdienst. “Omdat we een inkomen nodig hadden. Andrew was net geboren. Maar ik miste de triatlon. Ik sprak er vaak over met mijn vrouw. Zij vond uiteindelijk een oplossing. Zij zou overdag voor Andrew zorgen en ‘s avonds gaan werken. Knap van haar. Zo kon ik overdag trainen. Harder dan ooit tevoren. En met resultaat. In 1995 heb ik de basis gelegd voor al wat zou volgen.”

Wat zou volgen, is ronduit indrukwekkend. In 1996 pakte Van Lierde de Europese titel en won hij een eerste keer de prestigieuze Iron Man van Hawaï, goed voor zijn eerste wereldtitel. De jaren nadien volgden twee wereldtitels op de lange afstand, een tweede keer Hawaï, in 1999, en talrijke andere Iron Mans. Hij werd ook twee keer Sportman van het Jaar. Toch blikt hij met gemengde gevoelens terug, zegt hij. “Ik ben blij met die resultaten. Met mijn lange carrière ook: in 1987 liep ik mijn eerste triatlon, in 2009 mijn laatste. Anderzijds: mijn palmares is niet af. Met een entourage zoals triatleten die vandaag hebben, zou ik meer gewonnen hebben. En ik heb de Olympische Spelen nooit meegemaakt. Dat is het grootste gemis. Ik zou zelfs een zege in Hawaï inruilen voor een olympische medaille.”

Waarom ben jij nooit op de Spelen geraakt?

De combinatie Iron Man en olympische afstand bleek onhaalbaar. Ik had me eens enkele jaren volledig moeten toeleggen op de Spelen. Maar ik liet me steeds overhalen om toch de twee te doen. Vooral door sponsors.

Gevolg: in 2000 mis je zowel de Spelen als Hawaï. 

Dat jaar ben ik mentaal gekraakt. Vlak voor de start van Hawaï ben ik terug naar huis gevlogen. Ik was de problemen moe. Ik moest ter plekke nog op zoek naar fietsmateriaal en kledij. Telkens door problemen met sponsors. Alles liep fout. En ik had dat jaar al Sydney moeten opgeven.

Je hield er de bijnaam ‘eeuwige twijfelaar’ aan over.

Ik vond dat niet terecht. Mensen kennen vaak de achtergrond niet. Je hebt al weken problemen met je fietsmateriaal. Dan krijg je drie dagen voor de start te horen dat ook je pak niet in orde is, dat niet alle sponsors erop staan. Dat was voor mij de druppel. Misschien had ik moeten zeggen: kust ze, ik draag dat pak en we zien wel nadien. (zwijgt even) Het mentale aspect is heel belangrijk in triatlon. Alles zit in het kopje. En dat zat niet altijd goed bij mij.

“Ik behaal goede resultaten als coach. Maar dat wordt blijkbaar meer gewaardeerd in het buitenland.”

Weet je waarom?

Ik kon niet goed omgaan met de druk. Ik werd vierde op het WK toen ik 21 was. Van dan af was ik overal favoriet. Dat was zwaar. Ik was amper twee jaar voltijds met triatlon bezig. Ik was een zwemmer voordien. Ik heb nooit de tijd gekregen om fysiek en mentaal te rijpen. Wat ook meespeelde: ik heb altijd alles zelf gedaan. Ik had alleen Jan Olbrecht (inspanningsfysioloog, red) die mij begeleidde, en nog steeds trouwens. Een belangrijke figuur voor mij. Maar ik was mijn eigen coach en manager. Dat was te veel. Zeker omdat ik een probleem niet kan loslaten. Ik ben perfectionistisch. Na dat doemjaar ben ik met een manager gaan werken, Paul De Geyter.

En met resultaat.

Ik won opnieuw Iron Mans. En ik zou er nog meer gewonnen hebben zonder al die blessures. In 2007, op het einde van mijn carrière, ben ik ook nog eens achtste gefinisht in Hawaï. Dat was mooi.

Klopt het dat jij voor je eerste Hawaï 5.000 euro moest lenen van je schoonmoeder?

(knikt) Anders was dat te duur. Ik vertrok een maand op voorhand naar San Diego voor een optimale voorbereiding. En ik wou iemand mee om niet alleen te zijn. Vandaar dat ik altijd zo afhankelijk was van sponsors. Ik had dat geld nodig.

Wat heb je overgehouden aan je carrière?

Ik heb een huis en bouwgrond kunnen kopen. Dat is het. De tijden zijn gelukkig veranderd. Win je vandaag wat ik toen won, dan ben je binnen.

Je eerste overwinning op Hawaï was je mooiste. Heb je daarvan kunnen genieten?

Als je die finish nadert, is dat even genieten. Maar de dagen daarna word je geleefd. En eens die voorbij zijn, staat je focus alweer op de volgende wedstrijd.

Moet je een masochist zijn om een Iron Man te doen?

Neen, want op een Iron Man ga je niet in het rood. Je zoekt je grens op, maar je blijft eronder. Je moet een Iron Man intelligent aanpakken. Voeding is heel belangrijk. Je moet vocht innemen, want je zweet veel, je moet suikers innemen, want dat is je brandstof, én je moet zout opnemen, maar niet te veel. Anders krijg je darmproblemen. Dat is wat Julie Moss meemaakte in 1982 toen ze al kruipend de finish bereikte. Vijf op de tien probleemgevallen hebben met voeding te maken. Dat is anders op de olympische triatlon. Die is korter van afstand. Daar mag je wel in het rood gaan.

Heb jij veel moeten opgeven voor je sport?

Sport was het enige wat mij boeide als kind. Als je dan prof kunt worden, moet je niet klagen over opofferingen. Alleen: ik heb veel quality time met de kinderen moeten missen. Ik heb zelf als kind alle aandacht gekregen die ik nodig had. Dat is ook het enige wat een kind wil, aandacht. Ik heb mijn kinderen dat niet kunnen geven. Ik was minstens vier maanden per jaar weg van huis. En als ik dan thuis was, dan wou ik rusten. Stel je voor dat ik geblesseerd zou raken tijdens het voetballen met Andrew. Ik heb mijn vrouw altijd gezegd dat ik met Emma, die twaalf jaar jonger is, en nu twaalf is, diezelfde fout niet zal maken.

“Ik zou zelfs een zege in Hawaï inruilen voor een olympische medaille.”

En?

Ik ben als coach opnieuw elk jaar vier maanden weg van huis. Zou ik dat liever anders zien? Ja, natuurlijk. Ik doe mijn job heel graag. Ik wil niets anders doen. Maar ik krijg zelden vragen van ploegen of atleten uit eigen land. Zowat 85 procent van mijn werk situeert zich in het buitenland. Wat moet ik dan doen? Ik vind dat spijtig, ja. Ik behaal nochtans goede resultaten. Frederik Van Lierde won Hawaï in 2013. Maar dat wordt blijkbaar meer gewaardeerd in het buitenland. Om de twee dagen krijg ik een nieuw aanbod.

Je woont nog steeds in Brugge waar je opgroeide. Kan je je roots niet loslaten?

Toch wel. We hebben in de jaren negentig even op Lanzarote gewoond. Maar dat was geen pretje voor mijn vrouw. Zij was vaak alleen. Maar ooit verhuizen we opnieuw, die droom blijft. Weet je van wat ik spijt heb? Vier jaar geleden kreeg ik een aanbod om de Australische langeafstandsploeg te coachen. Ik zei meteen neen. Ik heb het niet eens voorgelegd aan mijn vrouw. Zij was niet tevreden toen ze dat later hoorde. Australië is een uniek land. De volgende keer zal ik wellicht geen neen zeggen.

Sport je zelf nog?

Ik ben dit jaar opnieuw begonnen. Voor mijn gezondheid. Ik woog plots 84 kilogram. Dat zijn er 6 te veel. Andrew traint volop voor een eerste triatlon. Dat stimuleert mij om mee te trainen: zwemmen, fietsen en lopen. Al kan ik op geen enkel onderdeel volgen. (lacht)