Aad De Mos is de beste trainer met wie hij werkte. Het drama van Bremen zit hem nog steeds niet lekker, evenals zijn afscheid van Anderlecht. Makelaars hebben ongezond veel macht vandaag. Dertig jaar na die geweldige Europese finale met KV Mechelen tegen Ajax doet Marc Emmers zijn verhaal. De 52-jarige Limburger houdt geen blad voor de mond.

Hij is achttien jaar gestopt met voetballen, maar oogt nog steeds scherp. Met dank aan de goede genen, lacht hij. Niet dankzij een gezond leven. Sporten doet hij niet meer, roken wel. Hij heeft ook veel stress, zegt hij. “Maar wie leeft tegenwoordig wel gezond?” We hebben afspraak in Paal, waar Emmers woont. Hij werkt even verderop als magazijnier in de Gamma van Balen. Ik zie dat weinig voetballers met zijn palmares doen, werp ik op. Vier titels, een beker, een Europacup, 37 interlands, twee WK’s. Emmers lacht minzaam. “Werk is werk. De ene stapt in de media, de andere in de Gamma. Ik heb me nooit beter gevoeld dan een ander. Dat is mijn opvoeding. Ik kom uit een familie van zelfstandigen. Mijn vader was stukadoor. Werken, werken, werken, dat was zijn leven. Ik heb die mentaliteit overgenomen.”

Toen je al voor KV Mechelen speelde, heb jij zelf je huis gebouwd. Wat zei Aad De Mos daarvan?

Die wist dat natuurlijk niet. (lacht) Waarom zou ik dat niet doen? Ik had tijd na de training en in het weekend, én ik kan goed met mijn handen overweg. Ik vond dat niet meer dan logisch. Maar ik weet ook dat dat vandaag not done zou zijn. Wij aten in die tijd nog dikke biefstukken voor een wedstrijd. (lacht)

Wat betekent voetbal vandaag in je leven?

Veel. Het is niet zo dat ik wedstrijden en klassementen op de voet volg. Dat was vroeger ook niet het geval. Ik speelde vooral graag zelf. Maar voetbal staat nog steeds centraal omdat ik mijn zoon Xian (18) begeleid. Hij speelt voor Inter Milaan. Dat eist veel van mijn tijd op. Vandaar ook die stress. Maar ik wil dit absoluut zelf doen. Dat is mijn morele plicht. Anders zou ik te kort schieten als vader.

Maakt die fysieke afstand dat niet moeilijk?

We hebben geïnvesteerd in een mobilhome. We gaan zoveel mogelijk wedstrijden zien. Als ik de vrijdag om 17 uur thuiskom van mijn werk, vertrekken we voor een nachtje rijden naar Italië. In de voetbalwereld kan je niet rekenen op andere mensen. Makelaars hebben ongezond veel macht. Zij denken aan geld verdienen. Een vader denkt aan zijn zoon. Daarom wil ik de begeleiding zelf doen. Vaak ontbreekt het makelaars ook aan voetbalverstand. Dat is problematisch. Voor de contracten werken we wel samen met Christophe Henrotay. Wij zijn complementair.

Ben je soms bang je zoon te verliezen aan het grote geld?

Neen. Xian en ik hebben duidelijke afspraken. Als hem iets dwars zit, moet hij dat zeggen. Hij moet altijd eerlijk zijn. Uiteindelijk beslist hij. Dat hij op zijn vijftiende Genk verliet voor Inter was zijn beslissing, hoe moeilijk dat ook was, zeker voor de mama.

“Makelaars denken aan
geld verdienen. Een vader
denkt aan zijn zoon.”

En voor jou?

Ook. Ik moet daar eerlijk in zijn. Je staat in zekere zin je zoon af. Je verliest controle over de opvoeding. Gelukkig hebben wij twee brave kinderen. Al kan de dochter iets opstandiger zijn. (lacht) Lorena is negentien en studeert Economische Wetenschappen in Hasselt. Xian had het vooral vorig seizoen mentaal zwaar. Dit seizoen zit hij vaak in de wedstrijdselectie. Het harde werk werpt zijn vruchten af.

Kan je hem vergelijken met de voetballer die jij was?

Hij ziet het spel simpel, kan in één tijd spelen en heeft ook een grote motor. Dat zijn de gelijkenissen, denk ik. Ik was een polyvalente speler. Ik speelde liefst achter de spitsen zodat ik kon oprukken naar voren, assists geven en scoren. Maar ik heb op élke positie gespeeld. Ik mis trouwens eentijdsvoetbal in onze competitie vandaag.

Voor welk team supporter jij?

Voor elk team dat mooi en intelligent voetbal speelt. Dat Mechelen degradeert, doet me wel iets. Ik leef mee met al die mensen. Mijn jaren daar waren de mooiste in mijn carrière. Maar of Anderlecht nu tweede of derde eindigt, houdt me niet uit mijn slaap.

Heb jij twee jaar geleden gesolliciteerd om sportief directeur te worden van Mechelen?

(knikt) Dat was een ingeving van het moment. Ik zou dat niet opnieuw doen. Het begint te belangrijk te worden voor Xian. Ik ben daarom niet ontgoocheld dat iemand anders de functie kreeg. De combinatie zou onmogelijk zijn.

Dertig jaar geleden won jij met Mechelen de finale van Europacup II tegen Ajax. Hoe kijk je daarop terug?

Dat was een absoluut hoogtepunt. We zijn nog steeds de laatste Belgische club die een Europese titel pakte. Dat wil iets zeggen. Ajax was toen een groot team met namen als Menzo, Blind, Winter en Bergkamp. In theorie konden wij nooit winnen. Maar toch hadden we geen schrik. Wij wisten zéér goed wat we moesten doen op het veld. Aad De Mos was een goede schaker. Het systeem stond als een huis, dat gaf ons veel vertrouwen. Wij scoren niet toevallig met een voorzet van Ohana op het hoofd van Piet (den Boer, red). We hadden een hele week op die oefening getraind.

“Andere belangen speelden
mee tegen bremen.”

Lag De Mos je?

Hij was de beste trainer met wie ik werkte: tactisch sterk én een grote motivator. Hij kon ook hard zijn, hoor. Wie zijn taak niet deed, kreeg ervan langs. Wilmots viel eens in, deed zijn werk niet naar behoren, en werd tien minuten later weer gewisseld. Dat was ook De Mos. Maar hij bleef altijd een gentleman. Hij was niet de trainer die in kleedkamers met schoenen gooide.

Jij speelde een beslissende rol in die finale met een typische Emmers-actie: snel oprukken door het midden, slimme dubbelpas, en dan neergemaaid worden door Blind. Wat dacht je toen?

Enerzijds: shit. Ik was alleen op weg naar Menzo. Maak ik dat doelpunt, dan gaat mijn naam de geschiedenisboeken in. Scoren is het mooiste wat er is. Anderzijds: oef. De wedstrijd was amper een kwartier ver. Dat zij met tien vielen, speelde natuurlijk in ons voordeel.

Na vijf jaar Mechelen speelde je vijf jaar voor Anderlecht. Hoe kijk je daarop terug?

Dat waren ook mooie jaren, op mijn blessures na. Als ik fit was, stond ik in de ploeg. Dat was vaak écht genieten. Van Nilis bijvoorbeeld. Wat die uit zijn sloffen toverde, dat was niet normaal. Of van Degryse. Helaas ben ik in die periode acht keer geopereerd geweest aan mijn knie. Het afscheid van Anderlecht was wrang. Ik heb toen geleerd dat voetbal business is. Ik lag in het ziekenhuis. Anderlecht wou me enkel nog een minimumcontract geven. Let op: ik kan dat nog begrijpen. Maar ze stuurden dat aangetekend op. Was het zo moeilijk even persoonlijk langs te komen in het ziekenhuis? Dat heeft me pijn gedaan.

Eén wedstrijd van toen zit in elk geheugen gegrift: het drama van Bremen. Van 0-3 voor aan de rust naar een 5-3-nederlaag. Hoe kon dat gebeuren?

(blaast) Ik kan niet één oorzaak geven. Filip De Wilde speelde niet zijn beste wedstrijd, zacht uitgedrukt. Maar ook andere belangen speelden mee. Ik stond op het veld, terwijl Michel De Wolf op de bank zat. Hij was daar niet blij mee. Het WK stond voor de deur en hij wou erbij zijn. Hij was ook goede maatjes met Philippe Albert, die wel speelde. (zwijgt even) Er zijn vreemde dingen gebeurd in die wedstrijd. Maar ik ga niet beweren dat dat honderd procent daaraan lag. We werden ook gewoon overrompeld door die mannen.

Omkoping, zo wordt ook gefluisterd.

Ik weet niets daarvan. Ik heb in mijn carrière nooit een aanbod gekregen. Maar ik ben ook niet naïef. Ik weet dat dat bestaat in het voetbal.

Het sportrapport van Marc Emmers

Als kind was mijn idool …

Ik had geen idool. Ik keek zelfs niet naar voetbal op televisie.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Ik kan veel mensen noemen. (denkt na) Stefan Everts: dat is ook een verhaal van vader op zoon.

Mijn mooiste sportmoment?

Mijn doelpunt op Gent: een inspanning van de eigen rechthoek tot aan de overkant. Ik was net terug uit blessure. De ontlading was immens.

Mijn grootste ontgoocheling?

Die vele blessures bij Anderlecht. Ik heb mooie jaren gemist. Ik ben ook te vroeg moeten stoppen.

(foto belga)