Marc Sergeant (Lotto Soudal) blikt terug op het voorjaar en vooruit op de Tour: “Ik kan niet tevreden zijn”

313
Manager Marc Sergeant: “Ik dacht dat ons imago serieus opgepoetst was na het behalen van het werelduurrecord. Ik begreep de kritiek van Wiggins echt niet.” (foto belga)

DWORP “De Tour kan een seizoen maken of kraken.” Marc Sergeant weet waarover hij spreekt. De sportief manager van Lotto Soudal beleefde hoogtepunten in Frankrijk, maar ook momenten van drama. Eén week voor de start van de Tour geeft de bijna 60-jarige Vlaams-Brabander een inkijk in zijn leven en werk.

Marc Sergeant is een innemend man. Weinig franjes. Zegt waar het op staat. Verheft zelden zijn stem. Een sergeant van naam, maar niet van houding. Wat hij van het klassieke voorjaar vond, of beter: van de prestaties van zijn ploeg? “We waren veel aanwezig, maar hebben niets gewonnen. Ik was bijvoorbeeld blij met de Waalse klassiekers. Maar we ontbreken een grote overwinning. En daarop word je afgerekend. Dat is het verschil met vorig jaar. Toen wonnen we de Brabantse Pijl en de Strade Bianche. Ik kan dus niet tevreden zijn. Het klassieke voorjaar was niet goed genoeg.”

En nu de Tour. Wat is het plan?

We hebben geen klassementsambities. Dat is wel duidelijk. Dus is bij wijze van spreken élke rit een kans op een zege. We mikken met Caleb Ewan op de massasprinten en met de anderen op de lange vluchten. Ik vertel wellicht geen geheim dat de eerste rit met rood aangeduid staat in onze agenda, de rit met start en aankomst in Brussel. Maar wellicht zullen veel ploegen die rit aangeduid hebben. In de zware bergritten zal het vooral zaak zijn om op tijd binnen te komen.

Hoe belangrijk is die Tour?

De Tour kan een seizoen maken of kraken. Zo eenvoudig is dat. Ik herinner me Rabobank enkele seizoenen geleden. De ploeg won omzeggens niets, behalve vier ritten in de Tour. Iedereen sprak over een fantastisch seizoen. Ik hoop dat wij iets gelijkaardig meemaken. De Giro was alvast een goed begin, met twee ritten. Herhalen we dat in de Tour, dan spreken we in augustus helemaal anders over ons seizoen.

Als renner had jij een ambigue relatie met de Tour. Akkoord?

(knikt) Een haat-liefdeverhouding. Dat geldt voor veel renners. Als je niet naar de Tour mag, dan is dat géén goed teken. Als je wel mag, dan wil je nadien nooit meer terug. (lacht) Ik heb daar in 1987 een rit gewonnen. Dat was de mooiste overwinning in mijn carrière. Ik herinner mij nog élk moment. Herman Frison won de ochtendetappe. In de namiddag stond een Ardense rit op het programma, met drie klimmen van derde categorie. Ik won na een solo van 65 kilometer. Ik heb nooit zó hard gereden. Aan de meet had ik dertien seconden over. Ik was uitgeput. Ik kon de bloemen amper omhoog heffen.

Waarom was dat mooier dan de Belgische titel van 1986?

Omdat je in de Tour tegen de wereldtop rijdt. Wie kampioen wordt van België, heeft ‘maar’ de Belgische top verslagen.

Een dieptepunt was de dramatische Tour van 1995. Op La Plagne komen vijf renners buiten tijd aan.

Ik was al in de eerste week naar huis vertrokken. Ik heb het échte drama niet moeten meemaken. Misschien best. Ik voelde tijdens de ploegentijdrit geen kracht in mijn benen. De dokter sprak over een hernia. Het was meteen voorbij voor mij. Ik ben nadien eigenlijk nooit meer de oude geworden. En die Tour, tja. (zucht) Heb je die Belga Sport gezien? Dat zegt alles, hè. Dat was drama. Ongelooflijk. Wij konden niet mee. Je weet dat dat gevolgen zal hebben. Maar ik had niet gedacht dat de ploeg al die jonge talenten zou slachtofferen. (even stil) Peter Declercq. Sammy Moreels. Dat was jammer.

“De Tour kan een seizoen maken of kraken. Zo eenvoudig is dat”

Ben jij even graag sportief manager dan renner?

Jawel. Al twijfelde ik, toen ik stopte met koersen. Ik wou iets anders doen. Iets in de wijn, ook een passie. Maar de wielerbond heeft mij kunnen overtuigen. Ik kon in de jeugdwerking aan de slag. Dat zag ik wel zitten. Back to basics. Even weg van die profwereld. Maar al snel werd ik bondscoach van de profs. En dan was ik vertrokken. Hadden ze mij meteen gevraagd om bondscoach te worden, dan had ik neen gezegd.

Van wie heb je de passie voor koers geërfd?

Dat is moeilijk om te zeggen. Ik kom niet uit een sportief gezin. Mijn ouders waren gewone werkmensen. Onze buurman (in Teralfene, deelgemeente van Affligem, red.) was Willy Teirlinck. Hij sprak natuurlijk tot de verbeelding. Maar ik was al negentien, toen ik écht begon te koersen. De aanleiding was heel apart. Mijn oudere broer zou vader worden. ‘Als het kindje gezond is, dan fiets ik naar Lourdes’, zei hij. Zo gezegd, zo gedaan. Maar hij wou iemand mee. Ik dus. (lacht) En zo ben ik begonnen. Wou hij niet naar Lourdes, dan zat ik hier niet.

Wat was plan-B?

Elektricien. Dat was plan-A. Ik was al aan het werk, toen ik begon te koersen.

Welk soort sportief manager ben jij?

(denkt na) Rechtvaardig, eerlijk, en altijd bereid tot dialoog.

Een sergeant van naam, maar niet van houding.

Ja. Al was ik ooit sergeant in het leger. Echt waar. Sergeant Sergeant. Ik ben zelfs korporaal geweest. Dat was dan korporaal Sergeant. (lacht) Maar dat ik rechtvaardig ben, betekent niet dat ik niet kwaad kan zijn. Integendeel. Soms schrik ik van mezelf.

Was je kwaad toen Bradley Wiggins dit voorjaar zei dat Lotto Soudal nog werkt zoals in de jaren zeventig?

(blaast) Ik vond dat vooral heel flauw. Hij was één maand eerder nog lovend over de werkwijze van Campenaerts. Wat kan ik daarop zeggen? Hij zei dat na de tijdrit in de Giro, waar er een misverstand was tussen Victor en de mekanieker. Dat kan gebeuren in het heetst van de strijd. Maar dan wordt dat uitvergroot.

Worstelt Lotto Soudal niet met een imagoprobleem?

In het verleden, ja. Ik dacht dat dat imago serieus opgepoetst was na het behalen van het werelduurrecord. We hebben daar op een ongelooflijk professionele manier naartoe gewerkt. Ik begreep echt niet waarom Wiggins dan plots op die manier wou uithalen. Wat wou hij daarmee bereiken? Nu, daarop reageren, maakt de zaak alleen maar erger. Dat heb ik dus niet te veel gedaan.

Je wordt er 60 in augustus. Doet dat iets?

Jawel, mentaal wel. Ik dacht al dat ik oud was toen ik vijftig werd. (lacht) Maar ik voel me fysiek nog helemaal geen zestig jaar. Ik voel me nog vrij jong zelfs. Ik denk alleszins nog niet aan mijn pensioen. Ik doe veel te graag wat ik vandaag doe.