KORTRIJK – Het predicaat ‘zoon van’ is hij kwijt. Matthias Leterme is namelijk de sterke man van eersteklasser KV Kortrijk. In een uitgebreid interview vertelt de 32-jarige Ieperling open en bloot over zijn jeugd, zijn passie voor voetbal en de schandalen die zijn sport kapot maken.

De site van KV Kortrijk, een gore dinsdagochtend. De mistroostigheid van de accommodatie lijkt ook het weer te besmetten. Een geur van bier en worst, ook op wedstrijdloze dagen. Het vervallen Guldensporenstadion doet melancholisch aan. Vele veldslagen zijn in deze omgeving uitgevochten. Op een bijveld trainen de troepen van trainer Glen De Boeck, die enkele dagen na dit interview vervangen werd door Yves Vanderhaeghe. De aanpalende barakken, rood getint, huisvesten ticketing, merchandising én de algemeen manager. Matthias Leterme, netjes in het pak, zucht als hij me ziet loeren. “Ik durf nieuwe spelers soms geen rondleiding geven.”

Leterme moet de jongste manager ooit zijn in eerste klasse. Op zijn 23e was hij al de financiële baas van Kortrijk. Na het vertrek van Patrick Turcq, voorjaar 2016, werd zijn visitekaartje geüpgraded naar algemeen manager. De oudste zoon van ex-premier Yves Leterme was nog geen 30 jaar oud. “Daar wordt wel eens op gealludeerd, maar ik heb mijn leeftijd nooit als nadeel ervaren. Wie mij onderschat aan de onderhandelingstafel, kan wel eens in het zand bijten. (knipoogt)”

Wat is jouw taak hier?

De sportieve én de extrasportieve lijn van de club bewaken. Dat laatste gaat vooral over financiën en marketing. Wat het sportieve betreft, doe ik de onderhandelingen voor de transfers. Welke spelers Kortrijk best aantrekt, laat ik over aan de sportieve directeur en de scoutingcel. Dat zijn de échte kenners, ik ben dat niet. Het is mijn taak om die spelers te overtuigen naar Kortrijk te komen.

Wat is je plan met KV Kortrijk op langere termijn?

Een nieuw stadion neerpoten: dat is dé uitdaging. Ik zou dat zelfs levensnoodzakelijk noemen. Wij hebben vandaag een budget van 16 miljoen euro dankzij uitgaande transfers. De commerciële inkomsten stagneren. Dat kan niet blijven duren. We hebben een nieuw stadion nodig om andere inkomsten aan te boren: meer toeschouwers, meer sponsors, meer catering.

“Mijn vader was vaak weg,
maar hij heeft nooit tekortgeschoten als vader. Daarom heb ik hem niet gemist.”

Dat kan geen probleem zijn met een Maleisische miljardair als eigenaar.

Vincent Tan komt hier niet zomaar een zak geld uitgeven. Wij draaien break-even zonder externe steun. We zijn dus niet afhankelijk van hem. We hebben ook nul euro schulden. Maar opnieuw: dat kan niet blijven duren. Hij steunt ons plan voor een nieuw stadion, maar wil dat doordacht aanpakken. We hebben nu een locatie in de buurt op het oog. Doel is een stadion voor 15.000 man.

Wat als dat lukt? Moet de ambitie dan play-off 1 zijn?

Dat zal je mij niet horen zeggen. Ik ben daar te nuchter voor. Al staat dat niet haaks op ambitie. Mits nieuwe inkomsten moeten we al eens onze beste spelers kunnen houden en mag de lat inderdaad wat hoger liggen.

Maak jij je kinderdroom waar?

Neen. Ik wou profwielrenner worden. (lacht) Johan Museeuw was mijn idool. Wij waren erbij toen hij gevierd werd als wereldkampioen, een onvergetelijk moment. Ik heb zelf gekoerst van mijn twaalfde tot aan de junioren. Ik ging vaak trainen met onder anderen Maxime Vantomme, die later prof is geworden. Die mannen reden mij niet naar huis, maar laat me eerlijk zijn: ik was geen hoogvlieger. Ik moest het vooral hebben van mijn inzet. Toen ik ging studeren, ben ik gestopt. Daarna ben ik voor het plezier nog wat gaan voetballen.

Waarom heb je economie gestudeerd?

Dat is een moeilijke vraag. Het was dat of rechten. Ik wou ergens wel een eigen zaak opstarten, of toch minstens impact hebben op een bedrijf, vandaar misschien. Ik ben na mijn studies bij Infrax gestart. Maar dat was niets voor mij. Te weinig uitdaging, te veel nine to five. En dus heb ik gesolliciteerd bij Kortrijk, waar een plek vrijkwam. Het leek me fantastisch om in die voetbalwereld te kunnen fungeren. En dat blijkt ook zo te zijn.

Jij was nochtans geen fan van KVK?

Neen. Ik was fan van Genk. Dat was de rebel in mij. Mijn pa was namelijk voor Standard en mijn ma voor Club. (lacht) Maar vanaf mijn eerste dag hier ben ik diehard supporter geworden. Vandaag bepaalt de uitslag van de wedstrijd mijn gemoedstoestand.

“Een journalist hoort niet te rijden voor een trainer of een makelaar. Dat heeft mij echt kwaad gemaakt.”

In welk gezin ben jij opgegroeid?

(droog) Ik denk dat iedereen mijn pa wel kent, zeker? Ik kan alleen maar positief zijn over mijn jeugd. Ik was de oudste van drie. Mijn ouders hebben mij altijd de vrijheid gegeven om te doen wat ik wou. Ik heb geen strenge opvoeding gekregen. Ze verwachtten anderzijds wel eerlijkheid en inzet, zowel op school als in de sport.

Was jij een rebel?

Neen. Ik was relatief braaf, zeker in het middelbaar. Al was ik niet de beste student. In je eerste jaar probeer je nog zoveel mogelijk punten te halen, maar al snel voel je dat je niet populair wordt daarmee. Over de unief ga ik niet spreken. Daar weten zij niets van. (lacht)

Kom, we zijn onder ons.

(lacht) Laat me zeggen dat ik zelden of nooit in de les zat. Ik heb eens een examen overgeslagen om Werchter mee te maken. Dat soort kattenkwaad dus. Of naar de bierfeesten in München trekken, terwijl je pa denkt dat je in Wieze zit. (lacht)

Je vader zal vaak afwezig geweest zijn. Heb jij hem gemist?

Neen. Dat klinkt grof, zeker? Dat is zeker niet zo bedoeld. Hij was inderdaad vaak weg, maar hij heeft nooit tekortgeschoten als vader, integendeel. Daarom heb ik hem niet gemist. Mijn moeder was natuurlijk een crème.

Zeg je haar dat soms?

Neen. (even stil) Zo zijn wij niet. Dat is een default. Ik moet daarop letten, ook op het werk. Soms eens een complimentje uitdelen, kan goed doen. Hoewel mijn ouders uit elkaar zijn, heb ik met de twee een goed contact. Mijn pa volgt elke wedstrijd op de voet. Ik weet soms niet hoe hij het doet. Hij blijft wel supporter van Standard. Dat kan ik niet veranderen. (lacht)

“Wie mij onderschat aan de onderhandelingstafel, kan wel eens in het zand bijten”

Wat dacht je toen ook het privéleven van je vader in de openbaarheid werd uitgesmeerd?

(blaast) Ik meed dat. Je kan moeilijk vechten daartegen. Journalisten hebben veel macht. Roem is natuurlijk vergankelijk. (zwijgt even) Maar eerlijk: ik heb daar niet van wakker gelegen.

Heb jij als manager tijd voor een gezinsleven?

Ik ben twee jaar samen met mijn vriendin, maar voorlopig denken we niet aan kinderen. Ja, natuurlijk slorpt deze job veel energie op. Dat is wellicht niet altijd leuk voor haar. Maar ik wil daarover niet klagen. Dit is wat ik wil doen.

Eén maand geleden brak het ‘Propere Handen’-schandaal uit in het voetbal. Was jij verrast?

Jawel, absoluut. Ik was net mijn tanden aan het poetsen toen ik gebeld werd over een huiszoeking op de club. Ik kon in de verste verte niet bedenken waarover dat kon gaan. Kortrijk heeft níets te verbergen. Laat me daarin héél duidelijk zijn. Ze hebben alle contracten opgevraagd van Mogi Bayat en Dejan Veljkovic. Wij hebben die gegeven.

Jullie werkten sinds vorige zomer opnieuw samen met Bayat. Had jij nooit een wrang gevoel?

Neen. Er was inderdaad een conflict geweest tussen de club en Mogi. Ik was toen nog geen manager. We hebben dat vorige zomer op een correcte manier bijgelegd. Wij wilden Jérémy Perbet, en daarvoor heb je Mogi nodig. Ook die transfer is correct afgehandeld.

Klopt het verhaal dat jullie anderhalf jaar geleden Besnik Hasi als nieuwe trainer opgedrongen kregen door de chef voetbal van een krant?

(knikt) Die man heeft daarop aangedrongen bij onze voorzitter, x-aantal keren zelfs. We zijn daar niet op ingegaan: we hebben Anastasiou genomen. (aarzelend) Ik ga hier het proces niet maken van de journalistiek. Maar wat toen is gebeurd, vond ik zo frappant, en eigenlijk niet kunnen. Een journalist hoort niet te rijden voor een trainer of een makelaar. Dat is onethisch. Maar daar stopte het niet. Toen het minder liep met Anastasiou, schreef die krant dat Kortrijk maar enkele tienduizenden euro’s meer op tafel had moeten leggen. (feller) Dat was helemaal niet correct. Wij werden daar belachelijk gemaakt. Dat heeft mij echt kwaad gemaakt.

Je spreekt over ethiek. Bestaat dat nog in het voetbal?

Ik wil niet in uitersten vervallen. Laat ons eerst het onderzoek afwachten. Wij doen alles open en transparant. Ik kan dat met de hand op het hart zeggen. Verder doe ik daar geen grote uitspraken over. Als er stront is, wil ik daar ver vandaan blijven.

Heb jij ooit te maken gekregen met matchfixing?

(resoluut) Nooit. Ik viel uit de lucht toen de match Kortrijk-Moeskroen genoemd werd. Matchfixing is immoreel. Als de verhalen daarover kloppen, moeten de schuldigen hard aangepakt worden. Dat maakt het voetbal kapot.

(foto belga)