Max Verstappen is de wonderboy van de Formule 1. Hij was amper 18 toen hij zijn eerste Grand Prix won, de jongste winnaar ooit. Een toekomstig wereldkampioen, zeggen kenners. Maar Mad Max is ook omstreden, om zijn rijstijl. Wij hebben een uitgebreide babbel, uitzonderlijk in het afgeschermde Formule 1-wereldje, met de flamboyante Nederlander. Of is het Belg?

De liefde voor snelle vierwielers zit hem in het bloed. Zijn vader is de Nederlander Jos Verstappen, een voormalig subtopper in de Formule 1. Zijn moeder is de Belgische Sophie Kumpen, in de jaren negentig wereldtop karten. Max is geboren en getogen in Maaseik. Op 30 september 1997 zag hij het levenslicht. Karten was zijn passie als kind. Hij won wat er te winnen viel, Belgische titels inclusief. Toen hij tien was, brak een moeilijke periode aan. Zijn ouders gingen uiteen. Max trok in bij zijn vader.

“Een natuurlijke keuze”, zegt hij vandaag. “Dat voelde het best aan voor mij. Maar ik bleef veel contact houden met mijn moeder.” Dat de stoere wonderboy ook een gevoelig kantje heeft, toont hij op sociale media. Is zijn moeder op bezoek, dan post hij een foto met tekst ‘best mom in the world’. Over die scheiding praat hij liever niet. Zijn vader, die in Limburg bleef wonen, stoomde hem klaar voor een carrière in de Formule 1. Met succes. Al in 2014 maakte Toro Rosso, zeg maar het satellietteam van Red Bull Racing, bekend dat het supertalent een zitje kreeg in de Formule 1. Dat was ongezien: Max was de jongste rijder ooit. “Als je mij naar één cruciaal moment in mijn leven vraagt, dan is het dat moment. Die handtekening, een contract voor de Formule 1, heeft mijn leven gemaakt.”

Was dat je kinderdroom?

Ja, zonder twijfel. Racen was altijd mijn passie, die vier wielen en die motor. Ik hou ervan hard te gaan en limieten op te zoeken. Ik heb als kind natuurlijk niets anders gezien. Aan tafel was racen hét gespreksonderwerp. Maar je moet het ook zelf graag doen. Mijn ouders hebben mij niet gepusht. Dit is wat ik zelf wou. Dit is mijn passie.

En voetbal? Je grootvader Robert Kumpen was ooit voorzitter van Racing Genk.

(verbaasd) Serieus? Neen, dat wist ik niet. Wanneer was dat?

Halfweg de jaren negentig.

Ik was nog niet geboren toen. Ik ken Racing Genk natuurlijk. Ik heb ook zelf gevoetbald. Maar ik was niet het grootste talent. (lacht)

Ben je fan van Genk?

Neen, moet ik bekennen. Ik ben fan van PSV. Philips was destijds een sponsor van mijn vader. Zo gingen we al eens een match kijken toen ik klein was. In België heb ik geen favoriet team. Het kan mij niet echt schelen wie daar wint. (lacht)

Had jij een idool als kind?

Neen. Mijn ouders hebben mij geïnspireerd.

Wat als het racen niet gelukt was?

Dat is een goede vraag. (denkt na) Ik weet dat niet. Ik zou wellicht ook iets in deze sport gedaan hebben. Misschien in de begeleiding of de omkadering. Ik haatte school. Maar dat is niet correct om te zeggen, zeker? (lacht) Neen, ik zat niet graag in een klaslokaal. Ik voelde mij gevangen tussen die vier muren. Ik heb uiteindelijk de school verlaten zonder diploma. Dat was een groot risico. Ik besef dat vandaag zeer goed. Ik zou het anderen niet aanraden. Maar ik wou niet verder. Ik wist heel goed wat ik wou met mijn leven, en dat was niet iets met een diploma.

“Als nieuwkomer moet je opboksen tegen gevestigde waarden. Die proberen je uit je evenwicht te brengen.”

Zie jij jezelf als een geluksvogel?

Ik moet daar ja en neen op antwoorden. Ja, want ik leid het leven dat ik wil. Je hebt ook een portie geluk nodig om dit te bereiken. Anderzijds: ik heb keihard moeten werken en veel moeten opgeven om te staan waar ik sta. Je hebt geen jeugd zoals anderen. Maar ik zou het voor niets ter wereld willen inruilen.

Op 15 mei 2016 won je je eerste Grand Prix, die van Spanje. Hoe kijk je daarop terug?

Dat kwam vooral heel onverwacht. Ik was die zondag niet wakker geworden met het idee: ik ga even winnen vandaag. Ik was superblij natuurlijk. Ik voelde voortdurend druk van de wagens achter mij. Maar ik kon standhouden. En dan als eerste over die meet komen … (zwijgt even) Je kan dat gevoel haast niet vatten. Ik was ook net overgestapt naar een topteam, Red Bull Racing. Je kunt je geen mooier debuut voorstellen. Dat was voorlopig het mooiste moment in mijn carrière.

F1-legende Jackie Stewart noemt jou een verademing voor de sport en een kandidaat-wereldkampioen. Ga je daarmee akkoord?

(blaast) Ik heb in ieder geval geen goede start gemaakt dit seizoen. Er zijn gelukkig nog achttien races. Dat zijn nog genoeg kansen om goede punten te scoren. Of dat voldoende is om al een titelkandidaat te zijn, weet ik niet. Dat is nu nog te vroeg om te zeggen.

Is dat wel je ultieme ambitie?

Ja, natuurlijk. Ik wil ooit wereldkampioen worden. Ik denk dat elke rijder die ambitie heeft. Maar ik weet ook dat ik nog beter kan, op alle vlakken. Ik ben nog jong. Je doet elke race nieuwe ervaringen op. Je maakt situaties mee waaruit je leert en die je een race beter doen inschatten.

Je krijgt vaak kritiek op je rijstijl. Hoe ga je daarmee om?

In 2016 kreeg ik die kritiek ook. Als nieuwkomer moet je opboksen tegen gevestigde waarden. Die proberen je uit je evenwicht te brengen. Ik denk dat dat ook normaal is. Zij vinden het niet fijn dat een new guy hen even gaat kloppen. Maar ik maak ook fouten, ik weet dat. Ik kan dat ook toegeven. Vandaar dat ik zeg dat ik nog beter kan.

Je schuwt de risico’s niet. Ben jij nooit bang?

Neen. Of toch niet achter het stuur. Spinnen moet ik niet hebben, net als slangen en haaien. Die dingen maken me bang. Maar achter het stuur voel ik me heel veilig. Het omgekeerde zou een slechte eigenschap zijn in deze sport.

Jij blijft heel cool. Je moeder zei nochtans eens dat je ook een gevoelsmens bent.

Dat is zo. Maar ik toon die emoties niet snel aan mensen die ik niet ken. In familiekring ben ik veel opener. Met hen kan ik alles delen. Naar buiten toe probeer ik vooral relaxed te blijven. Maar dat is geen schijn, hoor. Ik ben een cool iemand. Je zal me niet snel kwaad zien naast de baan.

“Ik heb de Nederlandse nationaliteit. Ik heb
die keuze bewust gemaakt
toen ik achttien was.”

Je manager Raymond Vermeulen zei onlangs dat jij een merk bent dat beschermd moet worden. Voel je dat ook, dat mensen van je willen profiteren?

Ja, natuurlijk. Je voelt dat op verschillende manieren. Je ziet dat wildvreemden merchandising aanbieden over jou. Of tickets voor een Grand Prix onder jouw naam. In deze wereld moet je afgeschermd worden. Maar ik heb gewoonlijk snel door wie ik kan vertrouwen en wie niet. Ik heb ook goede mensen rondom mij. Mijn vader en mijn manager in de eerste plaats. Zij staan altijd paraat. Zonder mijn vader zou ik hier niet zitten. En mijn moeder natuurlijk. Dat zijn de belangrijkste mensen in mijn leven.

Vind je de aandacht en de druk nooit zwaar? Alles wat F1-rijders doen en zeggen, wordt breed uitgesmeerd. Je bent tenslotte nog maar 20.

(aarzelend) Soms is dat zwaar, ja. Een dagje Amsterdam is niet de fijnste uitstap voor mij. Je wordt voortdurend aangeklampt. Maar dat hoort erbij. Je moet daarmee omgaan. Daarom woon ik ook in Monaco. Daar word je veel minder lastiggevallen. Maar kijk: die kleine nadelen wegen niet op tegen de voordelen van dit leven. Ik heb trouwens zelden tijd voor een ontspannen dagje uit. In de Formule 1 ben je voortdurend onderweg.

Kom je soms nog in België?

Zelden. Als ik eens in Nederland geraak, probeer ik wel mijn moeder te bezoeken. Maar dat lukt me zeker niet elke maand. Nu, dat hoeft ook niet. Zij komen mij ook bezoeken in Monaco.

Wat doe jij om te ontspannen onder alle druk?

Met de PlayStation spelen. Geen racespelletjes, maar FIFA. Ik creëer altijd mijn ultimate team.

Zitten daar Belgen in?

Neen, op dit moment niet. Vooraan staan de twee Ronaldo’s, de oude en de nieuwe. En in doel staat De Gea van Manchester United.

Ben jij ook op de PlayStation een winnaar?

O ja. Het is al gebeurd dat ik mijn spelconsole over het balkon gooide na een nederlaag. (lacht) Ik kan niet tegen mijn verlies. Ik wil altijd winnen, in alles wat ik doe. Dat zit gewoon in mij. Ik moet mezelf verplichten om het fijn te houden als ik met vrienden of familie speel.

Om af te sluiten: ben jij nu een Belg of een Nederlander?

Ik heb de Nederlandse nationaliteit. Ik heb die keuze bewust gemaakt toen ik achttien was. Ik ben inderdaad opgegroeid in België, en de helft van mijn familie is Belg. Toch was die keuze logisch voor mij. Ik heb professioneel altijd met Nederlanders gewerkt. Ik heb ook altijd onder een Nederlandse licentie gereden.

(foto belga)