Professor én toenmalig anarchist Mark Elchardus over Mei 1968: “Wij wílden toen opgepakt worden”

1257

BRUSSEL De vijftigste verjaardag van Mei 68 nam de voorbije weken mythische proporties aan. Alsof onze maatschappij toen dé grote transformatie doormaakte. In goede of slechte zin, afhankelijk van de bron. Mark Elchardus, professor sociologie aan de VUB, zet ons met de voeten op de grond. “De seksuele bevrijding was vooral een theoretische zaak. Mei 68 was niet zo vrouwvriendelijk als vandaag voorgesteld wordt.”

 

“Wat we nu Mei 68 noemen, omvat een langere periode van 1962 tot begin jaren 70”, aldus Elchardus. “De studentenopstanden in het Amerikaanse Berkeley waren het startschot voor woelige jaren wereldwijd. In Amerika kwamen mensen op straat, in Japan, in de Scandinavische landen, in West-Europa, in het Oostblok ook. Het waren voornamelijk studenten die revolteerden. In Frankrijk deden ze dat zeer hevig. Bovendien gingen daar ook zowat één miljoen arbeiders in staking. Het samenvallen van die acties heeft de regering van Charles de Gaulle effectief aan het wankelen gebracht. Dat was in mei 1968. Vandaar dat begrip.”

Streefden studenten en arbeiders hetzelfde doel na?

Ze hebben even die indruk gehad. Maar dat bleek niet zo te zijn. Terwijl de studenten eind mei een grote protestactie hielden in een sportstadion in Parijs, sloten de arbeiders de ‘Akkoorden van Grenelle’. Premier Georges Pompidou stond een loonsverhoging toe van meer dan tien procent én trok de minimumlonen op met meer dan dertig procent. Dat was het einde van het gezamenlijke front. De stakende arbeiders gingen weer aan het werk. In andere landen bleef het protest beperkt tot de studenten.

Je hebt de concrete eis tot inspraak aan de universiteit. Maar wat was de grotere idee achter Mei 68?

Ik zou drie componenten onderscheiden. Eén: het geloof in de maakbaarheid van de samenleving. De samenleving moet anders, en dat kan snel en makkelijk. Je zag uiteenlopende strekkingen daarin. Sommigen vonden het voldoende om het establishment wat te destabiliseren. Anderen pleitten voor een autoritair regime zoals het China van Mao. Twee: de sterke kritiek op de consumptiemaatschappij. De welvaart nam sterk toe in de jaren 60. Mensen konden zich plots een auto veroorloven, een wasmachine, noem maar op. Dat lijkt allemaal mooi, dachten de studenten, maar we gaan daar verdomd hard voor moeten werken. En gaan we zo gelukkiger worden, was de vraag. Drie: het afrekenen met de beklemmende moraal. Dat was verschillend van plek tot plek. In het Oostblok was er protest tegen de communistische moraal, in West-Europa tegen de christelijke moraal. De studenten wilden vrijheid. Weg met de heersende kleinburgerlijkheid.

Vandaar de slogan ‘nous sommes tous des étrangers’?

Dat was een deel van die vrijheid: weg met de grenzen. Ik onthoud vooral de slogan: ‘nous sommes tous des Juifs et des Allemands’ (we zijn allemaal Joden én Duitsers, red). Dat was een sterk signaal vlak na Wereldoorlog II. Men wou alle tegenstellingen overbruggen. Maar de bevrijdingsbeweging had vooral een sterke seksuele component.

Dat waren plezante tijden. Ik heb van niets spijt. Ik heb wel radicaal afstand genomen van mijn ideeën.

Leve de vrije liefde?

Ja, dat zat daarin vervat. Al moet ik dat nuanceren. De studenten lagen heus niet te vrijen op straat. Ik durf zelfs zeggen dat het seksuele gedrag vandaag losser is. De seksuele bevrijding was toen vooral een theoretische zaak. Men aanvaardde alle vormen van seksualiteit. Dat ging soms héél ver. Er waren strekkingen die zelfs pedofilie verdedigden. Onder het mom: alles kan.

Het is dankzij de consumptiemaatschappij dat vrouwen konden gaan werken. Is het dan niet contradictorisch dat de studenten net daartegen ten strijde trokken?

Ja. Maar Mei 68 was niet zo vrouwvriendelijk als vandaag voorgesteld wordt. Wie studeerde toen aan de universiteit? Vooral jongens. Zij plukten de vruchten van de democratisering van het onderwijs. En zij waren ook de dragers van de beweging. Men vermoedde toen trouwens dat vrouwen zouden ‘moeten’ werken om die consumptie te kunnen betalen. En men vond dat niet noodzakelijk een goede zaak. De echte feministische golf is pas later gekomen, in de jaren 70.

Was Mei 68 ook een opstand tegen de parlementaire democratie?

Voor enkele strekkingen wel. Men verwachtte geen grote veranderingen van het bestaande politieke systeem. Mei 68 was natuurlijk utopisch. Je moet ook weten wie die studenten waren. Dat waren vaak kinderen van arbeiders die voordien nooit in contact kwamen met die academische wereld. Dat is een andere wereld dan de wereld op het platteland. Zij worstelden daarmee. Hun idee was toen: meer individuele vrijheid verzoenen met een sterke gemeenschapsbinding. Een aantal dacht het heil te vinden bij autoritaire regimes zoals dat van Mao.

Wisten die studenten dat van individuele vrijheid geen sprake was in China?

Ik vrees van niet, neen. Aan contradicties geen gebrek in die tijd. (glimlacht) Dat was trouwens niet alleen bij de studenten zo. Veel Franse intellectuelen koketteerden met de Sovjet-Unie. Ook dat was pijnlijk.

U was ook student in die tijd. Bent u vaak op straat gekomen?

O ja. In mijn eerste jaar in Gent, in 1966, was dat een voltijdse bezigheid. Ik was lid van Provo, een anarchistische beweging uit Nederland. Ook wij waren utopisch. Wij dachten dat de mensen spontaan een ideale samenleving zouden creëren, eens ze bevrijd zijn van elke onderdrukking. Wij waren tegen alle heersende instituties.

Men aanvaardde alle vormen van seksualiteit. Dat ging soms héél ver. Er waren strekkingen die zelfs pedofilie verdedigden.

Bent u vaak opgepakt door de politie?

Ja, dat was zelfs het opzet. Wij provoceerden, riepen, dansten, maakten vuurtjes op straat. We hadden ook een uniform op: een obligate witte broek met een oranje of paars hemd. (lacht) Ik denk dat ik vijf keer opgepakt ben. Ik heb ook enkele keren de nacht moeten doorbrengen in de cel.

Ik proef nostalgie bij u.

Dat waren plezante tijden. Ik heb van niets spijt. Ik heb wel radicaal afstand genomen van mijn ideeën van toen. Ik geloof niet meer dat de ideale samenleving spontaan kan ontstaan. Een maatschappij zal maar goed werken als ook de instituties goed werken. Maar goed, dat was een leerfase in mijn leven.

Wat is nu de werkelijke impact van Mei 68 op onze samenleving vandaag?

Heel concreet: de studenten hebben inspraak gekregen aan de universiteit. Maar diepgaander: ik ben geneigd te stellen dat de impact eerder klein is. Je kan aanhalen dat de mensen zijn losgekomen van de oude moraal. Maar je kan je ook de vraag stellen of dat het gevolg is van Mei 68 of van een langere periode. Ik geloof dat laatste: Mei 68 is volgens mij de apotheose van een periode die begonnen is in de jaren 30 na de Grote Depressie. Toen is er in de samenleving een beweging gegroeid die komaf wou maken met het ongebreidelde kapitalisme. Zie de opstart van de sociale zekerheid. Zie de democratisering van het onderwijs. Mei 68 was de grote viering van al die verworvenheden. Amper vijf jaar later zag de wereld er weer anders uit. Met Thatcher in Groot-Brittannië en later Reagan in Amerika kreeg het liberalisme weer een grote boost. Hun gedachtegoed stond diametraal tegenover dat van Mei 68.

In Frankrijk eindigde Mei 68 met een glorieuze overwinning voor De Gaulle. Dat zegt misschien alles.

Dat klopt. Daarom: overschat de impact niet. Mei 68 was een periode vol utopische dromen, vol hoop. Dat was leuk om mee te maken. Wie erbij was, blijft die geest ook meedragen, dat activisme, dat engagement. De studenten van toen zijn de gepensioneerden van nu. Ik voorspel u: de politiek zal er een kluit aan hebben. Zij zullen niet met zich laten sollen. (lacht) Maar verwijzen naar Mei 68 voor alles wat goed of slecht is in onze samenleving, is natuurlijk grote onzin.