Dertig jaar deed Mieke Vogels aan toppolitiek. Ze was parlementslid, schepen, minister en partijvoorzitter. In 2014 sloot ze dat hoofdstuk af. Hoewel: in oktober verschijnt ze opnieuw op de lijst van Groen. Vogels gelooft er weer in, nu het project Samen voorbij is.

Hoe het met haar gaat? “Goed. En druk, druk, druk. Zoals elke jong gepensioneerde, zeker?” Mieke Vogels, in april 64, glimlacht. Aan enthousiasme heeft ze in al die jaren niets ingeboet. Ook nu ze met pensioen is, blijft ze geëngageerd voor de goede zaak. Ze is natuurgids, en probeert zo mensen warm te maken voor het klimaat. Ze is actief bij de seniorenbeweging van Groen. En ze is bovenal oma, en dus ook kinderoppas. “Ik moet mezelf soms temmen, of ik ben weer bezig zoals vroeger. Maar ik geniet ervan. Ik heb net mijn getuigschrift natuurgids behaald. Zó boeiend. Al was het soms ook frustrerend. Die vogels bijvoorbeeld, die kan ik niet uiteen houden. Geen vogels voor Vogels. (lacht)”

Wilt u nog steeds de wereld verbeteren?

O ja, absoluut. Ik ben een product van mei 68. Ik moet mijn engagement kwijt kunnen. Die drang is heel sterk. Ik kan nog steeds heel kwaad worden. Anderen worden cynisch na verloop van jaren, ik blijf me ergeren.

Vertel.

De voorbije maanden erger ik mij vooral aan mevrouw Gwendolyn Rutten (voorzitter Open VLD, red). Emancipatie staat voor haar gelijk aan de arbeidsmarkt. Wie niet werkt, kan blijkbaar niet geëmancipeerd zijn. (feller) Bullshit. Waarom zou ik minder geëmancipeerd zijn als ik voor mijn kinderen wil zorgen? Of als ik als vrijwilliger iets wil doen? Neem nu die 500 euro onbelast bijverdienen. Daar is veel te weinig protest tegen. Welke boodschap geef je jonge mensen? Ga werken, consumeer. Maar niet: engageer u. Je moet niet verwonderd zijn dat jeugdbewegingen moeilijk leiders vinden. De dag komt dat mevrouw Rutten mensen met een laag pensioen zal zeggen: ga bijklussen. Zij die werken, zijn de goeden. De anderen zijn profiteurs. Ik ervaar dat nu zelf ook als gepensioneerde: je wordt scheef bekeken. In april organiseren we met de seniorenbeweging het congres ‘Iedereen werkt’. We willen meer respect voor wie niet bezig is op de arbeidsmarkt.

U was van 1999 tot 2003 Vlaams minister van Welzijn. Hoe doet Jo Vandeurzen (CD&V) het op die positie?

Nu gaat u mij nog kwader maken. (lacht) Neen, hij is geen goede minister. Hij is de waterdrager van de almachtige zuilen. Ik heb destijds systemen opgezet om de macht te verschuiven van de instellingen naar de zorgbehoevenden. Hij doet het omgekeerde.

Zijn persoonsvolgende financiering voor gehandicapten sluit toch aan op uw persoonlijk assistentiebudget? Beiden komen erop neer dat gehandicapten zelf kunnen kiezen waaraan ze hun budget besteden.

(feller) Maar de uitvoering is anders. Hij maakt het nodeloos ingewikkeld. De mensen raken geen wijs uit de vele papieren die ze moeten invullen. Gevolg: ze haken af, en geven hun geld uiteindelijk toch weer aan de instellingen. Dat geldt ook voor andere sectoren, zoals de jeugdzorg. Ik ga nog vaak spreken in instellingen. Ik hóór die verhalen. Die zijn soms misdadig. Veel enthousiaste zorgverleners haken gefrustreerd af omdat ze steeds met hun kop tegen de muur lopen. Onze zorg is ziek.

Als een vrouw uitdagend gekleed gaat en een man verleidt, dan hoeft ze toch niet kwaad te worden als die man avances maakt.

Overdrijft u niet? Zou u met veel landen willen ruilen?

Dat zeg ik niet. We zijn inderdaad top in vergelijking met Afrikaanse landen, of met pakweg Engeland. Maar in Polen kan je betere hartoperaties ondergaan dan in ons land. We hoeven niet pretentieus te zijn. Met hetzelfde geld kan je meer en betere zorg aanbieden.

U zal ook als de minister van ‘eerst blablabla, dan boemboemboem’ de geschiedenis ingaan. Bent u daar blij om?

Absoluut. Met dank aan het katholiek onderwijs. (lacht) Dat idee kwam van een jong reclamebureau. Ik was meteen verkocht. In mijn kabinet waren er mensen die vreesden dat dat te choquerend zou zijn. Maar ik was nooit bang van wat animo.

En uw collega’s toen?

Die waren aanvankelijk niet zo happy. Ook minister-president Patrick Dewael (Open VLD) niet. Hij vreesde dat zijn regering zou weggezet worden als een hoop zottekes. Zijn sérieux was naar de knoppen. (lacht) Maar hij heeft mij niet tegengehouden. Ik denk ook niet dat hij persoonlijk tegen was.

In tijden van #MeToo is de slogan wel weer actueel, niet?

Dat is waar. Al worstel ik daar toch mee, net als veel leeftijdsgenoten. (denkt na) Is #MeToo nu de nieuwe preutsheid? Ik ben een kind van de jaren zestig, van de vrije liefde. Toen sloeg de slinger te ver door in die richting. Ik ben bang dat ze vandaag te ver doorslaat in de andere richting. Na de Witte Mars waren er papa’s die niet meer met hun dochter in bad durfden. Dit gaat dezelfde richting uit. Een man die een vrouw even vastpakt, is toch geen brug te ver? En als je dat niet wil, dan zeg je dat. Laat ons een beetje volwassen blijven. We mogen elkaar toch nog behagen. Als een vrouw uitdagend gekleed gaat en een man verleidt, dan hoeft ze toch niet kwaad te worden als die man avances maakt. Let wel: in machtsrelaties is dat anders. Daar moet afstand blijven.

Ik was ontgoocheld dat de partij niet luisterde, ja. Dat moet ik toegeven.

Mist u de actieve politiek eigenlijk?

Ja, toch wel. Vooral de spanning, en de tribune. Ik heb altijd genoten van stevige debatten. Wat ik niet mis, is de chaos in mijn agenda.

Zal u in oktober op een lijst staan van Groen?

In het district Deurne is die vraag gekomen, en ik zal dat doen. Maar ik heb geen ambitie meer om terug in de districtsraad te zetelen. Ik wil de lijst steunen. De stad Antwerpen is een ander verhaal. Vorige maand kwam Groen nog op onder Samen (één lijst met SP.A, red), vandaag is dat voorbij. Ik wacht af.

Bent u blij dat Samen een afgesloten hoofdstuk is?

Ik heb nooit in Samen geloofd. Ik heb dat ook nooit onder stoelen of banken gestoken. Dat was een verstandshuwelijk met weinig liefde. Ik voelde ook in mijn partij weinig draagvlak.

Drie vierde van de leden keurde het project wel goed.

Ja, na veel masseerwerk. Veel leden deden dat niet van harte. Maar ben ik nu blij? (blaast) Dat was geen mooie episode voor Groen Antwerpen. Ik was daar niet gelukkig mee. Het is goed dat die episode voorbij is, dat de partij alleen opkomt, ook voor de vele nieuwe leden. Zij hebben tenslotte voor het radicaal groene programma gekozen.

U bent Tom Meeuws (SP.A) dankbaar.

(lacht) Dat mag ik niet luidop zeggen. (weer ernstig) Kijk: de socialistische partij is een machtspartij. Ik heb dat al vaak gezegd. Groenen geloven in de macht van de idee, socialisten geloven in de idee van de macht. Zij hebben macht nodig. Hun cultuur strookt gewoon niet met onze cultuur. Zij moeten ook met de handrem op campagne voeren. Eén voorbeeld: wij zijn de enigen die de havenuitbreiding in vraag stellen. De socialisten durven dat niet. Maar ze stellen wel dat ze propere lucht willen. Het ene gaat niet samen met het andere.

Het was niet fraai hoe Samen uiteindelijk in duigen viel. Hoe groot is de schade voor Groen, denkt u?

(blaast) Je kan dat moeilijk inschatten. Gelukkig zijn er nog acht maanden voor de verkiezingen. Ik denk dus wel dat de schade beperkt zal blijven. Groen maakt nu meer kans om de verkiezingen te winnen dan onder Samen.

Was u ontgoocheld dat de partij niet naar u luisterde vooraleer ze aan dat project begon?

Een beetje wel, ja. Dat moet ik toegeven.

Hebt u eraan gedacht uit het partijbestuur te stappen?

(resoluut) Neen. Ik zit 35 jaar in de partij, ik heb die mee gemaakt. Dat is mijn kind, en een kind laat je niet los, ook al gaat dat even puberen. Ik ben wat dat betreft hondstrouw.

“De Wever misbruikt de Franse Revolutie”

Antwerps burgemeester Bart De Wever (N-VA) wil dat ook de lokale verkiezingen over identiteit gaan. Terecht?

Neen, want hij spreekt alleen over identiteit om te polariseren. Dat mogen de progressieve partijen niet toelaten. Anders zit je sowieso in het defensief. Wij moeten andere thema’s naar voren schuiven: luchtvervuiling, welzijn, mobiliteit. Daar heeft De Wever géén antwoord op.

Wat moet het linkse antwoord zijn op het identiteitsdiscours van N-VA?

Ik las onlangs een goed stuk in Knack daarover. De Wever misbruikt de rechten en vrijheden van de Franse Revolutie. Hij verbindt die aan een volk, terwijl die aan mensen verbonden moeten zijn. Dat moet ons antwoord zijn. Wij moeten zeggen dat iedereen het recht heeft zich te kleden zoals hij wil. Kledij vormt geen bedreiging voor waarden. Als een vrouw zich van top tot teen wil bedekken, so what. Als dat gebeurt onder druk van de man, moet dat aangepakt worden, maar niet met een kledingverbod.